Les 30 (herhaling zinsontleding)

Deutsch
Mittwoch, den 11. Februar 2026
1 / 16
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Deutsch
Mittwoch, den 11. Februar 2026

Slide 1 - Slide

Lernziele
Aan het einde van de les kan je 

  • een Duitse nieuwsuitzending bekijken en vragen bedenken/beantwoorden over een video.

  • de zinsontleding herhalen en toepassen in de opdrachten van Lektion 5.

  • de woorden van Kapitel 4 herhalen door middel van levend memory.

Slide 2 - Slide

Die Plannung für heute
Satz der Woche
LOGO
Grammatik
Selbständig arbeiten 
Levend Memory

Slide 3 - Slide

Satz der woche 
Darf ich etwas trinken?

Slide 4 - Slide

Welke vraag of zin zou jij in het Duits willen kunnen zeggen?

Slide 5 - Open question

Eine LOGO!- Sendung

Slide 6 - Slide

Themen: 

Streik im Nahverkehr 
Bundeswehr: Jungs bekommen Musterungsbescheid  
Wehrdienst verweigern  
Grammys  
Verpackung aus Wasserpflanzen 

Slide 7 - Slide

Die Aufgabe
  • Pak je schrift.
  • Schrijf tijdens het luisteren per onderwerp 1 vraag op.
  • De vragen schrijf je in het Nederlands.

Let op!
  • Zorg dat je zelf de antwoorden op de vragen ook weet.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Grammatik
Herhaling:   Zinsontleding


Slide 10 - Slide

Zinsontleding 
Ik lees een boek.    



Hij heeft een hond.
Ich lese ein Buch.
           Er hat einen Hund.

Slide 11 - Slide

Zinsontleding
 alle ww in de zin=                       het gezegde

wie/wat+ gezegde?=                   het onderwerp                                                                                (1e naamval)

wat + gezegde+ onderwerp?=  lijdend voorwerp                                                                            (4e naamval)


lese           lees

Ich                 Ik


een boek      ein Buch


-                      -

Slide 12 - Slide

Üben
Hat dein ... Bruder dies ...  Film (m) schon gesehen?

Welch ... Film (m) meinst du?

Mein ... Mutter und ich haben ein ... Kaffee (m) und ein ... Cola (v) getrunken.

Slide 13 - Slide

Aan de slag!
Maak opdrachten van Kapitel 4:    
  • Lektion 5:  45a t/m d, 46, 47, 48, 49
  • leren woorden L5

Vind je het lastig: bladzijde 68/69
Ben je Klaar? 
Werken aan periodeboekje

Slide 14 - Slide

Levend Memory
  • Je zoekt een tweetal. 
  • Je kiest een woord uit Kapitel 4 Lektion 1/2.
  • Eén iemand is het Duitse woord de ander het Nederlandse woord.

Heb je een tweetal en een woord? Ga op je stoel staan.

Slide 15 - Slide

Vielen Dank für eure Aufmerksamkeit!

Slide 16 - Slide