seneca epistula 9, paragraaf 6+7

seneca epistula 9, paragraaf 6+7
In deze LessonUp zal je eerst een video bekijken waarin de Latijnse tekst wordt besproken. Daarna volgt de vertaling en vragen bij de tekst.
1 / 35
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

seneca epistula 9, paragraaf 6+7
In deze LessonUp zal je eerst een video bekijken waarin de Latijnse tekst wordt besproken. Daarna volgt de vertaling en vragen bij de tekst.

Slide 1 - Slide

besprekingsvideo
Let op: de docent in de video gebruikt cijfers om aan te geven in welke naamval iets staat. 
1= nom
2 = gen
3 = dat
4 = acc
5 = abl

Slide 2 - Slide

besprekingsvideo
Let op: in de video worden de pv's onderstreept.
De docent in de video gebruikt <....> om aan te geven dat het een bijzin is.

Slide 3 - Slide

besprekingsvideo
Bekijk de volgende video t/m 10.30 (paragraaf 6), waarin de Latijnse tekst wordt besproken. Daarna volgt de vertaling van paragraaf 6 en vragen bij de tekst.
Na de vragen doen we hetzelfde voor paragraaf 7.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Quaeris quomodo amicum cito facturus sit? 

Dicam, 
si illud mihi tecum convenerit, 
ut statim tibi solvam 
quod debeo 
et quantum ad hanc epistulam paria faciamus. 

Jij vraagt hoe hij snel een vriend zal maken? 

Dat zal ik zeggen, 
als wij het hierover eens geworden zullen zijn, 
dat ik jou meteen betaal 
wat ik schuldig ben 
en wij wat betreft deze brief quitte staan.

Slide 6 - Slide

Quaeris quomodo amicum cito facturus sit? 

Dicam, 
si illud mihi tecum convenerit, 
ut statim tibi solvam 
quod debeo 
et quantum ad hanc epistulam paria faciamus. 






quod debeo:  Seneca is Lucilius een citaat verschuldigd (zie Ep. 6.7)

Slide 7 - Slide

 Hecaton ait, 

‘ego tibi monstrabo amatorium 
sine medicamento, sine herba, sine ullius veneficae carmine: 


si vis amari, ama’. 
Hecato zegt: ‘

Ik zal jou een liefdesdrank laten zien zonder tovermiddel, zonder kruid, zonder toverspreuk van enige tovenares: 

als jij bemind wil worden, moet jij beminnen.’ 

Slide 8 - Slide

 Hecaton ait, 

‘ego tibi monstrabo amatorium 
sine medicamento, sine herba, sine ullius veneficae carmine: 


si vis amari, ama’. 

amatorium :Een drankje dat onder meer bestaat uit gif en kruiden en dat werd gemaakt terwijl een gifmengster/tovenares bepaalde spreuken uitsprak.

Si vis amari, ama sententia. In tekst 3 zei Seneca iets dergelijks over een actieve houding: fidem si putaveris, facies.

Slide 9 - Slide

Habet autem non tantum usus amicitiae veteris et certae magnam voluptatem 
sed etiam initium et comparatio novae.
Nu geeft (heeft) niet alleen de omgang met een oude en betrouwbare vriendschap groot genoegen maar ook het begin en het verwerven van een nieuwe.


Slide 10 - Slide

Habet autem non tantum usus amicitiae veteris et certae magnam voluptatem 
sed etiam initium et comparatio novae.
Habet autem het woord ‘autem’ geeft hier aan dat Seneca een nieuw punt aansnijdt, in dit geval het genoegen van vriendschap, zowel het uitoefenen van een bestaande als het verwerven van een nieuwe. 

Slide 11 - Slide

De docent maakte een fout bij
Dicam (r.27). In welke tijd staat Dicam?
A
prae
B
imperfectum
C
perfectum
D
futurum

Slide 12 - Quiz

amatorium t/m carmine
vraag 8a: Wat is die liefdesdrank volgens Hecaton?

A
Een toverdrank die de ander verliefd maakt
B
Een kruidenmengsel dat passie opwekt
C
vermogen om zelf te beminnen
D
vermogen om zelf bemind te worden

Slide 13 - Quiz

amatorium t/m carmine
vraag 8b: Welke stilistische middelen worden hier gebruikt?
A
tricolon en asyndeton
B
tricolon en chiasme
C
tricolon en parallellisme
D
tricolon en polysyndeton

Slide 14 - Quiz

besprekingsvideo
Bekijk de volgende video vanaf 10.30 (paragraaf 7), waarin de Latijnse tekst wordt besproken. Daarna volgt de vertaling van paragraaf 7 en vragen bij de tekst.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Quod interest inter metentem agricolam et serentem, 

hoc (interest) inter eum 
qui amicum paravit 
et (eum) qui parat. 
Wat het verschil is tussen een boer die oogst en een die zaait, 

dat is het verschil tussen degene 
die een vriend heeft verworven 
en degene die een vriend aan het verwerven is.



Slide 17 - Slide

Quod interest inter metentem agricolam et serentem, 

hoc (interest) inter eum 
qui amicum paravit 
et (eum) qui parat. 
zie r. 13: Hoc interest inter nos et illos.

een analogieredenering met een parallellisme: 
metentem agricolam (a) 
agricolam et serentem (b) 
 hoc inter eum qui amicum paravit (a) 
et qui parat (b): 

een boer die zaait kan vergeleken worden met iemand die een vriend verwerft; een boer die oogst kan vergeleken worden met iemand die al een vriend heeft (verworven)

Slide 18 - Slide

paravit ... parat
vraag 9a. In welke tijden staan deze pv's?
A
beide ind. prae
B
beide ind. perfectum
C
paravit = ind pf parat = ind prae
D
paravit = ind pf parat = coni prae

Slide 19 - Quiz

vraag 9b. paravit staat in het perfectum omdat...
A
het om een afgesloten handeling gaat
B
het om een éénmalige handeling gaat
C
het om het begin van een handeling gaat
D
het gaat om een voortdurende handeling

Slide 20 - Quiz

vraag 9b. parat staat in het praesens omdat...
A
het gaat om een handeling die zich afspeelt in het heden
B
het gaat om een handeling die zich steeds herhaalt
C
het gaat om een handeling die voortduurt
D
het gaat om een praesens historicum

Slide 21 - Quiz

Welke begrippen horen bij elkaar?
metentem agricolam
(agricolam) serentem
paravit
parat

Slide 22 - Drag question

Attalus philosophus dicere solebat

iucundius esse amicum facere
quam (amicum) habere, 


‘quomodo artifici iucundius pingere est 
quam pinxisse’.

De filosoof Attalus zei gewoonlijk 

dat het aangenamer is een vriend te maken 
dan er een te hebben, 

‘zoals het voor een kunstenaar aangenamer is bezig te zijn met schilderen 
dan geschilderd te hebben’. 



Slide 23 - Slide

10. Welke begrippen horen bij elkaar?
pingere
pinxisse
amicum facere
amicum habere
artifici iucundius 
iucundius
esse 

Slide 24 - Drag question

Illa in opere suo occupata sollicitudo

ingens oblectamentum habet in ipsa occupatione: 

non aeque delectatur 
qui ab opere perfecto removit manum. 
Deze aandacht, opgaand in op zijn eigen het werk, 
geeft (heeft) een geweldig genot juist door het bezig zijn: 

niet is op gelijke wijze blij degene 
die van een voltooid werk zijn hand heeft verwijderd. 


Slide 25 - Slide

non aeque: welk stilistisch middel is hier gebruikt?
A
alliteratie
B
hyperbaton
C
hyperbool
D
litotes

Slide 26 - Quiz

Iam fructu artis suae fruitur: 

ipsa fruebatur arte 
cum pingeret. 

Fructuosior est adulescentia liberorum, 

sed infantia dulcior (est). 
Hij geniet nu van de opbrengst van zijn kunst: 
van de kunst zelf genoot hij 
toen hij aan het schilderen was. 

Lonender is de adolescentie van kinderen, 

maar hun kindertijd is zoeter/aardiger.

Slide 27 - Slide

Iam fructu artis suae fruitur: 

ipsa fruebatur arte 
cum pingeret. 

Fructuosior est adulescentia liberorum, 

sed infantia dulcior (est). 
Fructu in het geval van de kunstenaar betreft dit het schilderij; in het geval van de vriendschap betreft dit de vriend.

Slide 28 - Slide

Iam fructu artis suae fruitur: 

ipsa fruebatur arte 
cum pingeret. 

Fructuosior est adulescentia liberorum, 

sed infantia dulcior (est). 
Ouders hebben meer voordeel van hun kinderen, wanneer ze groter zijn; ze zien al wat resultaten van hun opvoeding en wellicht kunnen de kinderen ook al werken; de vroege kindertijd brengt geen voordeel met zich mee, maar ouders genieten wel van deze zoete periode. De adulescentia correspondeert dus met het hebben van een vriend (levert meer voordeel op); de infantia correspondeert met het maken van een vriend; dat levert meer genot op. 

Slide 29 - Slide

11. Waarmee vormt ab opere perfecto een tegenstelling?
A
in opere suo
B
occupata sollicitudo
C
in ipsa occupatione
D
non aeque

Slide 30 - Quiz

vraag 12: Welke algemene werkt Seneca uit naar aanleiding van Attalus' uitspraak?
  • Het bezig zijn met/het proces van het creëren van iets geeft meer voldoening dan de voltooiing ervan.

Slide 31 - Slide

fructioser t/m dulcior
vraag 13: Deze zin vormt een chiasme
A1 - B1 : B2 - A2
Welk woord komt op de plaats van A1?
A
Fructuosior
B
adulescentia
C
liberorum
D
infantia

Slide 32 - Quiz

fructioser t/m dulcior
vraag 13: Deze zin vormt een chiasme
A1 - B1 : B2 - A2
Welk woord komt op de plaats van B1?
A
est
B
adulescentia
C
liberorum
D
infantia

Slide 33 - Quiz

fructioser t/m dulcior
vraag 13: Deze zin vormt een chiasme
A1 - B1 : B2 - A2
Welk woord komt op de plaats van B2?
A
est
B
liberorum
C
infantia
D
dulcior

Slide 34 - Quiz

fructioser t/m dulcior
vraag 13: Deze zin vormt een chiasme
A1 - B1 : B2 - A2
Welk woord komt op de plaats van A2?
A
est
B
liberorum
C
sed
D
dulcior

Slide 35 - Quiz