CONFLICT: motief en subtekst

CONFLICT 

1 / 22
next
Slide 1: Slide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

CONFLICT 

Slide 1 - Slide

lesdoel
Starten met de conflict cijfer opdracht. 
Opwarming met incasseren
Alle spel techniek gebruiken in je scene: 
Incasseren, Strategie, Motief, Spelgegevens

Slide 2 - Slide

Innerlijk Conflict
Attributen kunnen spanning brengen aan een scène.
Hoe kan een attribuut voor een probleem zorgen?

Welke voorbeelden ken je? (film, toneel, boek, etc) 

Slide 3 - Slide

Motief - Strategie,1 - Tegenkracht -  Gevolg - Strategie,2



 De emotionele strijd die een personage doormaakt.

Hoe kan een motief voor een probleem zorgen?

Slide 4 - Slide

Warming-Up: "Hoe gaat het?"
  • Speel een conflict uit met de mok: Het kopje is te zwaar, koffie is te heet. Koffie is smerig.

  • Gebruik je mimiek en fysiek om je conflict duidelijk te spelen.

  • Daarna geef je de mok aan de persoon naast je.

Slide 5 - Slide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een Motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.
  • Het gaat er niet om wat er gezegd wordt, maar hoe het gezegd wordt. Je spel zegt meer dan woorden, gebruik je mimiek, fysiek en toon/stem om betekenis te geven. 

Slide 6 - Slide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Het gaat er niet om wat er gezegd wordt, maar hoe het gezegd wordt. Je spel zegt meer dan woorden, gebruik je mimiek, fysiek en toon/stem om betekenis te geven. 

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 7 - Slide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 1#:
    Persoon B heeft de fiets van A kapot gemaakt.
    Persoon A weet dit niet.
  • B wil dit ....geheim houden.

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 8 - Slide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 2#:
    Persoon B heeft de fiets van A kapot gemaakt.
    Persoon A weet dit al.
  • A wil,...dat de ander bang wordt

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 9 - Slide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 3#:
    Persoon A en B weten allebei dat de fiets van persoon A kapot is gemaakt door persoon B.

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 10 - Slide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 4#:
    Persoon A (nu erg verdrietig) en B weten allebei dat de fiets van persoon A kapot is gemaakt door persoon B.

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 11 - Slide

Speloefening:
Motief - door strategie te kiezen

Slide 12 - Slide

Speloefening:

  • Je krijgt een spelsituatie en motief

  • Je staat met je groepje op de vloer,
    Luister naar de situatie en je motief en speel het uit. 

  • Gebruik je mimiek en fysiek en een emotionele schakel als je een andere strategie kiest om je doel te behalen.

Slide 13 - Slide

Casus 1


Speler 1 : jij bent een beetje een buitenbeentje in je klas. Excentriek, onbegrepen en, je bent niet de beste in sport.

Speler 2 :  jij bent Speler 1 zijn tegenpool: populair, goed in sport, etc.
Speler 2 heeft vorige week in een pestbui ten overstaan van iedereen Speler 1 laten struikelen in de kantine en nu loopt Speler 1 moeilijk. Tot je verbazing moet je toezien dat dit voor Speler 1 een geweldige aantrekkingskracht heeft op de andere leerlingen. Zelfs jouw vriend(in) ziet je niet meer staan. Je wil dat Speler 1 van jou vriend(in) weg blijft. 

Jullie zitten nu op het bankje bij de rector, want je moet nablijven.




Slide 14 - Slide

Motief: Ik wil.................
Strategie:
1. Overtuigen
2. Verdriet tonen
3. Boos

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Huiswerk: werkblad conflicten

Slide 17 - Slide

Waar moet de presentatie aan voldoen?  

- Er zit minimaal één conflict in de scène  
- De 5W’s zijn helder  
- Er zitten passende emoties in de scène  
- Er zitten botsende motieven in de scène  
- Er zitten minstens twee strategieën per persoon in de scène  
- Je laat zien dat je kunt incasseren in je spel  

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Spelopdracht: Conflictsituaties

  • Docent noemt een conflictsituatie.
    2 spelers gaan dit spelen. 

  • Persoon A heeft een motief, persoon B weet niet wat dit is.

  • Kijkvraag: wordt het conflict duidelijk gespeeld in mimiek en fysiek?
    Waar is dat aan te zien? 

Slide 20 - Slide

Spelopdracht: Conflictsituaties
  • Groepje van 4: Wie is A en B?
    Kies een conflictsituatie die 2 mensen gaan spelen. Ander tweetal kijkt.

  • Persoon A heeft een motief, persoon B weet niet wat dit is.

  • Gebruik je mimiek, fysiek en stem om je motief te laten zien. Wat zeg je wel en wat zeg je niet?
timer
10:00

Slide 21 - Slide

OPWARMER | NAMENBAL
Afronding les 4 
Weet jij het antwoord?

"Als tekst de woorden zijn die je zegt, wat zou dan subtekst betekenen?"

Slide 22 - Slide