Spreekwoorden verbeeld

1 / 37
next
Slide 1: Slide
Beeldende vormingVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Hij heeft een klap van de molen gehad.

Slide 2 - Slide

Tegen een muur praten.
Hij ziet ze vliegen.
Tegen de lamp, lopen.
Alle gekheid op een stokje.

Slide 3 - Drag question

De kaas

Slide 4 - Slide


Welk spreekwoord zie je hier?


A
Zich de kaas niet van het brood laten eten.
B
Ergens geen kaas van gegeten hebben.
C
Hij heeft geen idee.
D
Hij komt voor zichzelf op.

Slide 5 - Quiz


En wat is de betekenis?

A
Zich de kaas niet van het brood laten eten.
B
Ergens geen kaas van gegeten hebben.
C
Hij heeft geen idee.
D
Hij komt voor zichzelf op.

Slide 6 - Quiz

Het weer

Slide 7 - Slide

Het regent pijpenstelen 

Weet jij nog spreekwoorden of gezegdes over het weer?

Slide 8 - Slide

Na regen komt zonneschijn.
Achter de wolken schijnt de zon

Slide 9 - Slide

Van water wordt je blij.
Als twee druppels water.
Je ziet nooit één druppel.
Het water loopt weg.

Slide 10 - Drag question

Slide 11 - Slide

Oude koeien uit de sloot halen.

Wat betekent dat?
A
Koeien zijn dom.
B
Leuke herinneringen ophalen.
C
Praten over vervelende dingen uit het verleden.
D
Een vriend opzoeken.

Slide 12 - Quiz

Het hoofd boven water houden.
Het hoofd hangen.

Slide 13 - Slide

De spreekwoorden beteken bijna hetzelfde.
Wat is het verschil?

Slide 14 - Open question


Dat ging maar net goed.
A
Iets voor de boeg hebben.
B
Kantje boord.
C
Een oogje in het zeil houden.
D
Het roer omgooien.

Slide 15 - Quiz


Je uiterste best doen.
A
Met iemand in zee gaan.
B
Alle zeilen bijzetten.
C
Aan de bak.
D
Van streek zijn.

Slide 16 - Quiz


Te laat zijn voor iets.
A
Een viswijf.
B
Naar iets vissen.
C
Achter het net vissen.
D
Naar iets vissen.

Slide 17 - Quiz

De bloemetjes buiten zetten.
Slapen als een roos.
Een schot in de roos.
Het leven gaat niet over rozen.

Slide 18 - Drag question

Slide 19 - Slide

Wat betekent
De appel valt niet ver van de boom?

Slide 20 - Open question

Slide 21 - Slide

Welk spreekwoord zie je hier?
A
Een appel is net als thee.
B
Fruit en water, goed voor de dorst.
C
Beter groot fruit dan water.
D
Een appel voor de dorst.

Slide 22 - Quiz

Een appeltje voor de dorst.

Dat betekent………
A
Als je dorst hebt je beter een appel kan eten.
B
Geld sparen voor een later moment.
C
Een appel bestaat voor een groot deel uit water.
D
Geld zet je op een bankrekening.

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

Wat betekent
Appels met peren vergelijken?
A
Elk fruit is gezond.
B
Appels en peren wegen even veel.
C
Iets vergelijken wat niet het zelfde is.
D
Je ziet nu alleen het verschil.

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Slide


De hond in de pot vinden.
A
Te laat zijn voor het eten.
B
De waarheid komt boven.
C
Dat was makkelijk.
D
Doen alsof er geen gevaar is.

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide


Kat in’t bakkie.
A
Te laat zijn voor het eten.
B
De waarheid komt boven.
C
Dat was makkelijk.
D
Doen alsof er geen gevaar is.

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Slide


Je kop in het zand steken.
A
Te laat zijn voor het eten.
B
De waarheid komt boven.
C
Dat was makkelijk.
D
Doen alsof er geen gevaar is.

Slide 31 - Quiz

Slide 32 - Slide


Nu komt de aap uit de mouw.
A
Te laat zijn voor het eten.
B
De waarheid komt boven.
C
Dat was makkelijk.
D
Doen alsof er geen gevaar is.

Slide 33 - Quiz

Wie wil er een patatje?

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Opdracht
Zoek een spreekwoord of gezegde uit.
Maak hiervan een tekening. 
Zorg dat jezelf de betekenis van het gezegde of spreekwoord weet.

Slide 36 - Slide

Opdracht
Je krijgt 15 minuten om in een groepje zoveel mogelijk uitspraken en gezegdes te vinden op de zoekplaat.
timer
15:00

Slide 37 - Slide