Ontdek je huis in het Engels!

Ontdek je huis in het Engels!

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Ontdek je huis in het Engels!

Lesdoel

Aan het einde van deze les kun je ruimtes en dingen in je huis benoemen in het Engels en de juiste kleuren erbij noemen.

Woordweb invullen

Kies een kamer in huis. Schrijf op wat je daar ziet of gebruikt.

Noem dingen die je kan vinden in je huis?


Vertalen naar het Engels

Gebruik een woordenboek of internet om de woorden in het Engels te vinden.

Welke kleur is het?

Bekijk het meubelstuk op de foto en kies de juiste kleur uit: rood, blauw, groen, geel.

Kies de juiste kleur

Zie je de lamp? Welke kleur heeft deze? Kies uit: wit, grijs, oranje, zwart.

Fotovraag: wat zie je?

Noem het Engelse woord voor het voorwerp op de foto en geef de kleur.

Klassikale quiz

Wie weet het Engelse woord voor het voorwerp en de kleur op het scherm?

Quizvraag 1

Kies het juiste Engelse woord:

(A) bed

(B) table

(C) chair.


Welke kleur heeft het object?

Welk meubel zie je hier en welke kleur heeft het meubel?

A

Sofa, green

B

Chair, red

C

Desk, yellow

D

Table, blue

Welk meubel zie je hier en welke kleur heeft het meubel?

A

Cabinet, black

B

Shelf, brown

C

Couch, grey

D

Bed, white

Welk meubel zie je hier en welke kleur heeft het meubel?

A

Sofa, purple

B

Table, black

C

Desk, pink

D

Chair, orange

Welk meubel zie je hier en welke kleur heeft het meubel?

A

Table, red

B

Bed, green

C

Sofa, blue

D

Chair, yellow

Reflectie

Wat heb je vandaag geleerd? Noem een Engels woord voor iets in jouw huis en de kleur ervan.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.