Veelvoorkomende fouten ww spelling (les 6)

Welkom!

Leg alvast klaar:
  • leerwerkboek deel A, schrift, pen
  • leesboek 
  • iPad (dicht)
Les 6

1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!

Leg alvast klaar:
  • leerwerkboek deel A, schrift, pen
  • leesboek 
  • iPad (dicht)
Les 6

Slide 1 - Slide

timer
10:00

Slide 2 - Slide

Planning
  • Veelvoorkomende fouten bij werkwoordspelling
  • Werkmoment oefenen werkwoordspelling
  • Vooruitblik


Slide 3 - Slide

Valkuilen bij werkwoordspelling

Slide 4 - Slide

Valkuilen
  1. Verschil persoonsvorm en voltooid deelwoord.
  2. Verschil ik-vorm en de stam van het werkwoord.
  3. Getal onderwerp en persoonsvorm.
  4. Regels door elkaar halen.
  5. Tijd afleiden uit de zin.

Slide 5 - Slide

1. Persoonsvorm - voltooid deelwoord
  • De uitkomst verschilt als je de invoer verandert.
  • Heb jij de uitkomst van de som veranderd?

  • Hoe komt het dat het precies daar gebeurt?
  • Dat is nog nooit gebeurd.

Slide 6 - Slide

Regels persoonsvorm tt
Tegenwoordige tijd, vul lopen in => je hoort een t.
  • Ik erbij, jij erachter => ik-vorm            ik vind, brand jij
  • Hij, zij, het => ik-vorm + t                    jij wordt, hij brandt
  • Meervoud => hele werkwoord           wij / jullie / zij lopen

Let op met onregelmatige werkwoorden: Hij wil (zonder t)

Slide 7 - Slide

2. Verschil ik-vorm en stam
ik-vorm: vorm van werkwoord zoals bij de persoon ik
                                                          ik loop, ik verhuis, ik reis

stam: hele werkwoord -en eraf halen
                                                          lop, verhuiz, reiz

Slide 8 - Slide

Regels persoonsvorm vt


Schrijf zoals je het hoort (onregelmatig/sterke ww)
ik loop, ik liep; ik lees, ik las; ik help, ik hielp; ik zal, ik zou;
ik vind, ik vond.

Slide 9 - Slide

Regels persoonsvorm vt
Wat zijn de regels als je het niet hoort? Kijk naar de STAM.
taxi kofschip ja?
ik-vorm + te / ten
  • ik faxte
  • wij faxten
taxi kofschip nee?
 ik-vorm + de / den
  • ik verhuisde
  • wij verhuisden

Slide 10 - Slide

Uitleg voltooid deelwoord
Precies hetzelfde als bij de verleden tijd.

Schrijf zoals je het hoort (onregelmatig/sterke ww).
ik liep, ik ben naar school gelopen; ik las, ik heb gelezen; 
ik hielp, ik heb geholpen; ik vind; ik heb gevonden.

Slide 11 - Slide

Uitleg voltooid deelwoord
Wat zijn de regels als je het niet hoort? Kijk naar de STAM.
taxi kofschip ja?
ge + ik-vorm + t
  • ik heb gefaxt
  • wij hebben gefaxt
taxi kofschip nee?
 ge + ik-vorm + d
  • ik ben verhuisd
  • wij zijn verhuisd

Slide 12 - Slide

3. Getal onderwerp en persoonsvorm

Omdat het regende, fietste de leerlingen snel naar huis.

De onderhoudswerkzaamheden aan de school 
duurt langer dan gedacht. 

Slide 13 - Slide

4. Regels toepassen
  • taxi kofschip alleen bij verleden tijd en voltooid deelwoord
  • t  x  k  f  s ch p: gaat alleen om de klinkers 

  • in tegenwoordige tijd kan er alleen een t bij komen
  • bij tegenwoordige tijd 'lopen' invullen, dan hoor je het

  • td en vd bijvoeglijk gebruikt => zo kort mogelijk

Slide 14 - Slide

5. Tijd afleiden uit de zin.
Tegenwoordige tijd: iedere week, vandaag, stelling.
Water drinkt men uit een glas.

Verleden tijd: toen, vorig jaar, vroeger.

Andere persoonsvorm in samengestelde zin 
=> zelfde tijd aanhouden.

Slide 15 - Slide



BN onderstrepen
Je hebt een fantastische jurk aan.    vd / td  / geen van beide
De verbeterde zin is nu goed.           vd / td / geen van beide
De huilende leerling had een 1.        vd / td / geen van beide
pv-tt
pv-vt
vd
td
loopt
kroop
pratend

Slide 16 - Slide



BN onderstrepen
Je hebt een fantastische jurk aan.    vd / td  / geen van beide
De verbeterde zin is nu goed.           vd / td / geen van beide
De huilende leerling had een 1.        vd / td / geen van beide
pv-tt
pv-vt
vd
td
loopt
liep
gelopen
lopend
kruipt
kroop
gekropen
kruipend
praat
praatte
gepraat
pratend

Slide 17 - Slide

Werkmoment
  • Herhalen werkwoordspelling via YouTube kanaal, opdrachten bij filmpje 4, 5, 6, 7 en 9.
  • Af? Ga verder met de weektaak.

Slide 18 - Slide

Vooruitblik

Volgende les verder 
met herhalen grammatica

Slide 19 - Slide