1. Onze mobiel is thuis of in de kluis
2. Wij zijn op tijd in de les
3. Wij zijn vriendelijk tegen elkaar
4. Wij respecteren iedereen, ongeacht verschillen in mening of achtergrond
5. We hebben in het lokaal passende kleding aan, dus geen jas, pet of capuchon
6. We hebben alle benodigde spullen bij ons en onze laptop voldoende opgeladen
7. Wij zijn in de buurt ambassadeur van het Maartens (dus een goede buur)
8. Wij zorgen samen voor een schone school
9. Wij helpen mee aan een duurzamer wereld en scheiden dus het afval
10. Wij pauzeren alleen op de begane grond of buiten
11. In en om het schoolterrein roken en vapen we niet
12. We lopen rustig door de gangen en geven elkaar de ruimte
13. We gaan naar het toilet tijdens de pauzes
14. Tegen medewerkers van de school zeggen we meneer, mevrouw en ‘u’