VORMING · SOCIALISATOREN
Socialisatoren en media
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
VORMING · SOCIALISATOREN
Socialisatoren en media
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B1 (4.2). Image credit: Evert F. Baumgardner / U.S. National Archives / Wikimedia Commons, publiek domein
VORMING · SOCIALISATOREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen hoe het belang van socialisatoren verschuift en hoe media mensen vormen volgens vier hypothesen.
This item has no instructions
Wie of wat beïnvloedt jouw mening het meest?
Laat leerlingen woorden en voorbeelden inbrengen. Verwachte woorden: ouders, school, vrienden, influencers, TikTok, YouTube, nieuws, krant, serie, game. Zet ze op het bord in twee kolommen: mensen om je heen en media. Dat zijn de socialisatoren die in deze les centraal staan. De les 'Socialisatie en identiteit' gaat vooraf: socialisatie en socialisator zijn daar al uitgelegd. Nu gaat het om hoe het belang van socialisatoren verschuift en hoe media je vormen.
VORMING · SOCIALISATOREN
Van kerk naar school en vrienden
Een socialisator is een persoon of instantie die jou de cultuur doorgeeft, zoals ouders, school, vrienden en media.
Na de Tweede Wereldoorlog verandert het belang van socialisatoren in Nederland.
Kerk en vereniging verliezen terrein. Onderwijs, peergroup en media winnen aan belang.
Eerder was Nederland verzuild: groepen naar levensovertuiging, elk met eigen organisaties zoals kerk en vereniging.
Syllabus 4.2: na de Tweede Wereldoorlog verandert de functie en het relatieve belang van socialisatoren in Nederland: een verschuiving van een grote rol voor kerk en vereniging naar een grote rol voor onderwijs, peergroup en media. De syllabus noemt de Nederlandse samenleving in de jaren na de oorlog verzuild; verzuiling is een samenleving die is opgedeeld in zuilen, groepen op basis van levensovertuiging met eigen organisaties. Veelgemaakte fout: denken dat kerk en vereniging verdwenen zijn. Het gaat om een verschuiving in relatief belang.
Eerste schooldag op een basisschool in Amsterdam, 1986
VORMING · SOCIALISATOREN
Onderwijs als socialisator
Scholing wordt steeds belangrijker.
Kinderen komen steeds vroeger en langer buiten het gezin in een regime van educatie en socialisatie.
Van scholen wordt steeds meer opvoeding in normen en waarden verwacht.
Ook de sociale vorming van leerlingen hoort bij de taak van de school.
Syllabus 4.2: de betekenis van onderwijs neemt toe doordat scholing steeds belangrijker wordt en kinderen steeds vroeger en langer buiten de directe sfeer van het gezin worden geplaatst. Van scholen wordt in toenemende mate verwacht dat zij aandacht besteden aan opvoedingstaken zoals opvoeding in normen en waarden en sociale vorming. Veelgemaakte fout: school alleen zien als plek voor kennis. De foto toont een eerste schooldag in 1986: school als socialisator. Image credit: Bart Molendijk / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Jongeren bij de stenen leeuwen op de Dam in Amsterdam, 1969
VORMING · SOCIALISATOREN
De peergroup wint terrein
Een peergroup is een groep leeftijdgenoten met wie je omgaat, zoals vrienden en klasgenoten.
Vanaf de jaren vijftig wordt de invloed van de peergroup als socialisator groter.
Jongeren krijgen meer en andere mogelijkheden om een eigen identiteit te ontwikkelen.
Je kijkt naar elkaar af: wat je draagt, welke muziek je goed vindt.
Syllabus 4.2: vanaf de jaren vijftig wordt de invloed van de peergroup als socialisator groter en krijgen jongeren meer en andere mogelijkheden om een eigen identiteit te ontwikkelen. De peergroup bestaat uit leeftijdgenoten met wie je omgaat. Vraag bij de foto uit 1969: waaraan zie je dat deze jongeren elkaar beïnvloeden, en wat is er vandaag anders? Veelgemaakte fout: peergroup zien als een groep die altijd negatieve invloed heeft. De syllabus noemt vooral meer mogelijkheden voor een eigen identiteit. Image credit: Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Vul in
Na de oorlog neemt het belang van kerk en vereniging af en dat van onderwijs, peergroup en media toe. Zo verschuift de rol van socialisatoren.
Syllabus 4.2: kerk en vereniging naar onderwijs, peergroup en media. Verwachte fout: gezin invullen. De syllabus laat het gezin hier buiten beschouwing; het gaat om de verschuiving naar onderwijs, peergroup en media.
Wat is een peergroup?
Een groep volwassenen die jongeren begeleidt
Een groep leeftijdgenoten met wie je omgaat
Een online community van onbekende mensen
Een vereniging met leden van elke leeftijd
Een peergroup bestaat uit leeftijdgenoten, zoals vrienden en klasgenoten. Verwachte fout: de online community kiezen. Je kunt je online peergroup hebben, maar de kern is leeftijd en onderlinge omgang, niet onbekendheid.
Een gezin kijkt samen televisie, 1958
VORMING · SOCIALISATOREN
Media als socialisator
Kranten, bladen, radio, tv, film, internet en sociale media zijn socialisatoren.
Door media krijg je een veelheid aan waarden en normen mee, uit Nederland en daarbuiten.
Door de enorme toename van mediagebruik winnen media steeds meer aan betekenis.
Culturele verschillen in Nederland worden zo steeds zichtbaarder.
Syllabus 4.2: door de enorme toename van het gebruik van media winnen deze aan betekenis als socialisator. Door kranten, bladen, radio, tv, film, internet en sociale media worden mensen geconfronteerd met een veelheid aan waarden en normen, zowel uit Nederland als daarbuiten. Culturele variaties worden steeds zichtbaarder en door toenemende individualisering ook groter. De foto uit 1958 toont televisie als nieuw medium in de woonkamer. Vraag: welk medium heeft dezelfde plek voor jouw generatie? Veelgemaakte fout: media alleen als vermaak zien en niet als socialisator. Image credit: Evert F. Baumgardner / U.S. National Archives / Wikimedia Commons, publiek domein
VORMING · SOCIALISATOREN
Meer dan alleen feiten
Media geven niet alleen feiten, maar ook een interpretatie van gebeurtenissen.
Daardoor hebben media een socialiserende werking: ze beïnvloeden hoe je naar iets kijkt.
Een rolmodel is een persoon die anderen als voorbeeld nemen, zoals een sporter of influencer.
Media geven soms ongemerkt ook verborgen normen, rolpatronen, vooroordelen en stereotypen door.
Syllabus 4.2: de informatie van de media betreft niet alleen feiten, maar bevat ook een interpretatie van gebeurtenissen en heeft daarmee een socialiserende werking. Ook de soms verborgen waarden, normen, rolmodellen, rolpatronen, vooroordelen en stereotypen worden door de media doorgegeven. Vooroordelen en stereotypen zijn eerder uitgelegd bij socialisatie. Veelgemaakte fout: denken dat nieuws neutraal is omdat het over feiten gaat. Ook de keuze van beeld, woorden en volgorde is een interpretatie.
VORMING · SOCIALISATOREN
De cultivatiehypothese
Onderzoekers hebben hypothesen over de manier waarop media mensen vormen.
De cultivatiehypothese: het wereldbeeld van zware mediakijkers lijkt meer op de mediawerkelijkheid.
Het wereldbeeld van lichte kijkers lijkt meer op de echte werkelijkheid.
Onderzoek: zware tv-kijkers zijn banger en schatten het risico op geweld hoger in dan lichte kijkers.
Syllabus 4.2: de cultivatiehypothese, voortkomend uit de culturele-indicatorenbenadering, stelt dat het wereldbeeld van zware (media)kijkers meer overeenkomsten met de mediawerkelijkheid vertoont en dat van lichte kijkers meer met de echte werkelijkheid. Voorbeeld uit de syllabus: onderzoekers concludeerden dat zware televisiekijkers meer angst voor de eigen veiligheid hebben dan lichte kijkers en het risico om bij geweldpleging betrokken te raken hoger inschatten dan lichte kijkers en dan het werkelijke risico. Veelgemaakte fout: denken dat alle kijkers hetzelfde beïnvloed worden. Het gaat om zware kijkers. Een tweede fout is denken dat de hypothese gaat over wat mensen zelf kiezen. Dat doet de selectiviteitshypothese.
Jasper kijkt dagelijks misdaadseries en denkt dat zijn buurt onveilig is. Welke hypothese past?
De opinieleidershypothese
De mediaframinghypothese
De cultivatiehypothese
De selectiviteitshypothese
Jasper is een zware kijker en zijn wereldbeeld lijkt meer op de mediawerkelijkheid dan op de echte werkelijkheid. Verwachte fout: de selectiviteitshypothese, omdat hij zelf misdaadseries kiest. De kernvraag is hier hoeveel hij kijkt en wat dat doet met zijn wereldbeeld.
Vul in
Media geven niet alleen feiten door, maar ook een interpretatie van gebeurtenissen. Daardoor hebben media een socialiserende werking op mensen.
Syllabus 4.2: media geven feiten en een interpretatie en hebben daarmee een socialiserende werking. Verwachte fout: objectieve invullen. Juist omdat er een interpretatie in zit, is de werking socialiserend.
VORMING · SOCIALISATOREN
Opinieleiders en influencers
De opinieleidershypothese: media beïnvloeden mensen via opinieleiders of idolen.
Mensen nemen niet direct over wat media zeggen. Ze volgen invloedrijke personen die media-inhoud filteren.
Daarom heet het ook het twee-staps-model: media, dan opinieleider, dan publiek.
Mensen identificeren zich met hen. Influencers op sociale media maken dit actueler.
Syllabus 4.2: de opinieleidershypothese stelt dat de invloed van media op het publiek gaat via opinieleiders of idolen; ook wel het tweetrapsmodel of de two-step-flow-theorie. Mensen nemen normen, waarden en gedragingen over van opinieleiders in de media, bijvoorbeeld doordat zij zich met hen identificeren. De hypothese werd geformuleerd en regelmatig bevestigd voor traditionele massamedia; de opkomst van influencers maakt haar nog actueler. Veelgemaakte fout: denken dat media rechtstreeks beïnvloeden. Bij deze hypothese zit er een persoon tussen.
VORMING · SOCIALISATOREN
Framing: de invalshoek
De mediaframinghypothese: de invloed van media loopt via framing, het inkaderen van een onderwerp.
Mediamakers kiezen bewust of onbewust een invalshoek: hoe iets wordt gebracht en waarmee het wordt verbonden.
Opinieleiders: wie iets bespreekt. Framing: hoe iets wordt gepresenteerd.
Hoe je over een groep denkt, hangt vooral af van hoe media over die groep communiceren.
Syllabus 4.2: de mediaframinghypothese stelt dat de socialiserende invloed van media vorm krijgt via framing, ofwel inkaderen: de manier waarop een onderwerp wordt gebracht, ingekleed en uitgelegd, en waarmee het in verband wordt gebracht. Het frame dat journalisten presenteren weerspiegelt hun perceptie van het onderwerp en beïnvloedt hoe het publiek het onderwerp bekijkt. Of mensen positief of negatief over sociale groepen als jongeren, ouderen, vluchtelingen of mensen met overgewicht denken, hangt vooral af van de manier waarop de media over die groepen communiceren. Waar de opinieleidershypothese zegt dat het gaat om wie iets bespreekt, legt de framinghypothese de nadruk op hoe iets wordt gepresenteerd. Veelgemaakte fout: framing zien als liegen. Een frame kan ook zonder opzet ontstaan.
Een meisje kijkt op een smartphone
VORMING · SOCIALISATOREN
Selectiviteit en filterbubbel
De selectiviteitshypothese: jij kiest zelf wat je ziet, dus de invloed van media is beperkt.
Mechanismen: selectieve blootstelling, selectieve perceptie en selectief onthouden.
Selectieve blootstelling: je zoekt vooral media die bij je passen. Voorbeeld: de filterbubbel.
In een filterbubbel zie je vooral informatie uit je eigen groep, waardoor je ideeën worden versterkt.
Syllabus 4.2: de selectiviteitshypothese stelt dat de socialisatie via media wordt bepaald door de keuzes die mensen maken uit het media-aanbod. Daarbij spelen selectieve blootstelling, selectieve perceptie en selectief onthouden een rol. Ze gaat uit van beperkte invloed van de media. Een bekend voorbeeld van selectieve blootstelling is de hypothese van de filterbubbel: door sociale media en toegenomen media-aanbod krijgen mensen vooral informatie uit hun eigen groep, waardoor hun ideeën worden versterkt. Selectiviteit speelt ook bij andere socialisatoren, zoals binnen een familie of religie. Veelgemaakte fout: denken dat media bij deze hypothese geen rol spelen. Ze hebben wel invloed, maar beperkt. Image credit: Bicanski / Pixnio via Wikimedia Commons, CC0
Zet de stappen van het twee-staps-model op volgorde
Syllabus 4.2: opinieleidershypothese: media, dan opinieleider, dan publiek. Verwachte fout: de volgers direct na het medium zetten. Dat is juist wat deze hypothese ontkent.
Wat bedoelt de selectiviteitshypothese met selectieve blootstelling?
Mensen kiezen zelf welke berichten ze opzoeken
Mensen onthouden alleen wat bij hen past
Journalisten kiezen één invalshoek voor een bericht
Media kiezen welke mensen ze bereiken
Syllabus 4.2: selectieve blootstelling is een van de selectiemechanismen: mensen kiezen uit het media-aanbod. Verwachte fout: de optie over onthouden, dat is selectief onthouden; of de optie over invalshoek, dat is framing.
Welke mediahypothese vond je het lastigst?
De cultivatiehypothese
De opinieleidershypothese
De mediaframinghypothese
De selectiviteitshypothese
Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij de hypothese die de meeste stemmen krijgt en laat een leerling die uitleggen met een eigen voorbeeld.
Welke hypothese past bij jouw mediagebruik?
Goed antwoord: een hypothese met een eigen voorbeeld, zoals selectiviteit (ik zie vooral wat ik zelf volg) of opinieleiders (ik volg een creator). Verwachte fout: alleen de naam van de hypothese noemen zonder voorbeeld.
VORMING · SOCIALISATOREN
Begrippen (1/2)
socialisator: persoon of instantie die je de cultuur doorgeeft, zoals ouders, school, vrienden of media
verzuiling: samenleving opgedeeld in groepen naar levensovertuiging, elk met eigen organisaties
peergroup: groep leeftijdgenoten met wie je omgaat
rolmodel: persoon die anderen als voorbeeld nemen
cultivatiehypothese: het wereldbeeld van zware mediakijkers lijkt meer op de mediawerkelijkheid
This item has no instructions
VORMING · SOCIALISATOREN
Begrippen (2/2)
opinieleidershypothese: media beïnvloeden mensen via opinieleiders of idolen, zoals influencers
twee-staps-model: andere naam voor de opinieleidershypothese: media, opinieleider, publiek
mediaframinghypothese: de invloed van media loopt via framing, de invalshoek waarmee een onderwerp wordt gebracht
selectiviteitshypothese: mensen kiezen zelf uit het media-aanbod, dus de invloed van media is beperkt
filterbubbel: je krijgt vooral informatie uit je eigen groep, waardoor je ideeën worden versterkt
This item has no instructions