VORMING · SOCIALISATOREN
Examentraining
Socialisatoren en media: zo pak je examenvragen aan
VORMING · SOCIALISATOREN
Examentraining
Socialisatoren en media: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Evert F. Baumgardner / U.S. National Archives / Wikimedia Commons, publiek domein
VORMING · SOCIALISATOREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over socialisatoren en media beantwoorden door hypothesen te herkennen, te vergelijken en oorzaak en gevolg te beredeneren.
This item has no instructions
VORMING · SOCIALISATOREN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: herken, vergelijk, verklaar of leg uit?
2. Zoek: de aanwijzing in de bron: veel kijken, een persoon, een invalshoek of een eigen keuze?
3. Koppel: noem de hypothese en haal een gegeven uit de bron aan.
4. Schrijf: oorzaak, verbindende schakel, gevolg. Alleen de naam van de hypothese is te weinig.
This item has no instructions
VORMING · SOCIALISATOREN
Vraagtype 1: een mediahypothese herkennen
Je krijgt een korte bron of casus en moet de hypothese benoemen.
Let op de aanwijzing: veel kijken (cultivatie), een persoon (opinieleider), een invalshoek (framing), eigen keuze (selectiviteit).
Noem de hypothese en de aanwijzing uit de bron.
This item has no instructions
Een krant spreekt over 'rellen', een andere over 'protest'. Welke hypothese past het best?
De cultivatiehypothese
De opinieleidershypothese
De mediaframinghypothese
De selectiviteitshypothese
Beide kranten kiezen een eigen invalshoek voor dezelfde gebeurtenis. Dat is framing. Verwachte fout: de opinieleidershypothese. Er zit hier geen persoon tussen die media filtert.
Noor kiest eigen nieuws. Welke hypothese?
Goed antwoord: de selectiviteitshypothese, want Noor kiest zelf wat ze ziet (selectieve blootstelling), dus de invloed van media is beperkt. Verwachte fout: cultivatiehypothese noemen omdat het over nieuws gaat.
VORMING · SOCIALISATOREN
Vraagtype 2: hypothesen vergelijken
Je vergelijkt twee hypothesen op een punt.
Vraag je af: waar kijkt de hypothese naar? Naar hoeveel je kijkt, wie iets bespreekt, hoe iets wordt gebracht of wat jij kiest?
Opinieleider: wie iets bespreekt. Framing: hoe iets wordt gebracht. Selectiviteit: beperkte invloed.
This item has no instructions
Welke hypothese legt de nadruk op wie iets bespreekt, niet op hoe?
De opinieleidershypothese
De mediaframinghypothese
De cultivatiehypothese
De selectiviteitshypothese
Syllabus 4.2: waar de opinieleidershypothese stelt dat het gaat om wie iets bespreekt, legt de framinghypothese de nadruk op hoe iets wordt gepresenteerd. Verwachte fout: de framinghypothese kiezen door wie en hoe om te draaien.
Vergelijk cultivatie en selectiviteit. Noem één verschil.
Goed antwoord: bij cultivatie vormen media het wereldbeeld van zware kijkers (grote invloed); bij selectiviteit kiezen mensen zelf wat ze zien en is de invloed van media beperkt. Verwachte fout: allebei beschrijven als media-invloed zonder verschil te noemen.
VORMING · SOCIALISATOREN
Vraagtype 3: oorzaak en gevolg beredeneren
Je legt uit hoe een oorzaak tot een gevolg leidt.
Noem de oorzaak (wat doen media of een opinieleider), de schakel (identificatie, framing, keuze) en het gevolg.
Bedenk bij een verband ook: kan het andersom zijn?
This item has no instructions
Zware kijkers denken dat de wereld gevaarlijker is. Wat verklaart dit volgens cultivatie?
Ze hebben vaak zelf een misdrijf meegemaakt
Hun wereldbeeld lijkt meer op de mediawerkelijkheid
Ze volgen een opinieleider die hun angst filtert
Ze kiezen alleen programma's die bij hen passen
De cultivatiehypothese verklaart het wereldbeeld uit de mediawerkelijkheid waaraan zware kijkers zijn blootgesteld. Verwachte fout: de optie over selectie kiezen. Dat is een ander mechanisme, met de omgekeerde richting van oorzaak en gevolg.
Hoe beïnvloedt een influencer volgers?
Goed antwoord: de influencer is een opinieleider die media-inhoud filtert; volgers identificeren zich met hem of haar en nemen normen, waarden en gedrag over (opinieleidershypothese). Verwachte fout: alleen zeggen dat volgers het leuk vinden, zonder identificatie of filtering te noemen.
VORMING · SOCIALISATOREN
Vraagtype 4: verschuivingen verklaren
Je verklaart waarom het belang van een socialisator verandert.
Noem de verandering (van kerk en vereniging naar onderwijs, peergroup, media) en de reden.
Gebruik de gegevens uit de bron: wie of wat neemt toe?
This item has no instructions
Een basisschool geeft een les over respect en samenwerking. Welke ontwikkeling past?
De kerk neemt de opvoeding van kinderen over
Ouders socialiseren hun kinderen niet meer
De peergroup bepaalt wat er in de les staat
Van scholen wordt opvoeding in normen en waarden verwacht
Syllabus 4.2: van scholen wordt in toenemende mate verwacht dat zij aandacht besteden aan opvoeding in normen en waarden en sociale vorming. Verwachte fout: denken dat ouders hun rol volledig kwijt zijn. Het gaat om het relatieve belang.
Waarom werd onderwijs een belangrijkere socialisator?
Goed antwoord: scholing wordt steeds belangrijker en kinderen worden steeds vroeger en langer buiten het gezin geplaatst in een regime van educatie en socialisatie; daardoor verwacht men ook opvoeding in normen en waarden van scholen. Verwachte fout: alleen zeggen dat kinderen naar school moeten.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een mediahypothese herkennen
Hypothesen vergelijken
Oorzaak en gevolg beredeneren
Verschuivingen verklaren
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.
VORMING · SOCIALISATOREN
Tips voor op het examen
Noem altijd de naam van de hypothese en een gegeven uit de bron.
Cultivatie gaat over hoeveel je kijkt, opinieleiders over wie iets bespreekt, framing over hoe iets wordt gebracht en selectiviteit over wat jij kiest.
Bij oorzaak en gevolg: noem ook de schakel ertussen, zoals identificatie of framing.
Lees de vraag twee keer: moet je een begrip noemen of toepassen?
This item has no instructions