2B Th5 B5 Relaties-oefenvragen

D2BTh5 
 B5:  Relaties
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
1 / 15
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

D2BTh5 
 B5:  Relaties
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 

Slide 1 - Slide

Wat weet je (al) over relaties?
1. Welke 3 soorten relaties ken je?
2. Welke kenmerken er zijn in een goede persoonlijke relatie 
3. Op welke manier kan seksualiteit een rol spelen in het leven?
4. Welke seksuele voorkeuren zijn er?
5. In 2019 is er nieuwe wetgeving voor LHBT.... waarom gaat het hier?
5. Welke vormen van seksueel geweld zijn er?
6. Wat is de invloed van drugs en alcohol bij de beslissing ja / nee seks te bedrijven?
7. Kun je uitleggen wat bedoeld wordt met:
    Wil ik het?  met deze persoon? op deze plek? op deze manier?  
8. Wanneer bel je 0800 0188?

Slide 2 - Slide

Twee mensen hebben een vertrouwensrelatie.
Ze voelen zich bij elkaar op het gemak en bespreken gevoelens met elkaar.
A
zakelijke relatie
B
persoonlijke relatie
C
een ongelijkwaardige relatie
D
geen relatie

Slide 3 - Quiz


Seksualiteit kan een rol spelen bij
A
het onderhouden van een speciale relatie 
B
de voortplanting
C
lustbeleving
D
A, B en C zijn juist

Slide 4 - Quiz

Waarom doen sommigen aan sexting?
A
Omdat ze bevestiging zoeken dat ze mooi, sexy en leuk zijn.
B
Omdat hun vrienden/vriendinnen hen overhalen of uitdagen (groepsdruk).
C
Om hun relatie minder spannend te maken.
D
A en B zijn goed

Slide 5 - Quiz

Een puber zet een naaktfoto van een ex-vriend(in) op internet.
Is dat strafbaar?
A
Nee, want op de foto heeft de ander met de puber gedeeld. Daarom mag dit volgens de wet
B
Nee, dat kun je niet zomaar zeggen. Het ligt eraan hoeveel naakt er te zien is
C
Ja, want op de foto staat iemand die naakt is en jonger dan 18 jaar. Dan valt het volgens de wet onder verspreiding van kinderporno en dat is verboden.
D
Ja, maar dan alleen als de ex het ziet en aangeeft dat hij/zij het niet wil

Slide 6 - Quiz

Als iemand vertelt over een ervaring waarbij van seksueel misbruik sprake is
vraagt dat
A
om begrip
B
om een luisterend oor
C
aan jou om te vragen wat de ander nu wil
D
A, B en C zijn juist

Slide 7 - Quiz

Grooming
Bij grooming doet een volwassene zich voor als veel jonger, bijv. de leeftijd die gelijk is van iemand of net daar boven.
Die oudere probeert op die manier een afspraak te maken met een kind, het is een kinderlokker.
A
Waar
B
Nietwaar

Slide 8 - Quiz

5 maart 2019:

Een ruime meerderheid van de Eerste Kamer is voor een expliciet wettelijk verbod op discriminatie van intersekse- en transgender personen. Dat bleek op dinsdag 5 maart tijdens een debat in de Eerste Kamer.
A
Waar
B
Nietwaar

Slide 9 - Quiz

Je werkt bij AH als vakkenvuller.
De baas van de supermarkt knijpt jou in je billen. Hier is sprake van:
A
aanranding
B
verkrachting
C
ongewenste intimiteit
D
een gelijkwaardige relatie

Slide 10 - Quiz

Met de trainer van jouw sportclub
heb jij als puber....
A
een persoonlijke relatie
B
een zakelijke relatie
C
geen relatie
D
een gelijkwaardige relatie

Slide 11 - Quiz

1. Loverboy:
Jongen of man die eerst een meisje inpalmt en vervolgens tot prostitutie dwingt
A
Waar
B
Nietwaar

Slide 12 - Quiz

1. Verkrachting:
Ongewenste geslachtsgemeenschap onder dwang
2. Aanranding:
Iemand op een seksuele manier aanraken, met geweld,
onder bedreiging of 'gewoon' zonder dat de ander het wil
A
Beide waar
B
Beide nietwaar
C
1. waar 2. nietwaar
D
1. nietwaar 2. waar

Slide 13 - Quiz

1. Biseksueel
Je aangetrokken voelen tot zowel mannen als vrouwen
2. Lesbisch
Homoseksuele meisjes of vrouwen
A
Beide waar
B
Beide nietwaar
C
1. waar 2. nietwaar
D
1. nietwaar 2. waar

Slide 14 - Quiz

1. Incest
Seksueel misbruik door een familielid of bekende
2. Seksuele intimidatie
Op seks gerichte opmerkingen of aanrakingen
A
Beide waar
B
Beide nietwaar
C
1. waar 2. nietwaar
D
1. nietwaar 2. waar

Slide 15 - Quiz