PV en ADL P2

Persoonlijke verzorging P2
1 / 85
next
Slide 1: Slide
BeveiligingMiddelbare schoolMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 85 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 8 min

Items in this lesson

Persoonlijke verzorging P2

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Boek:
Profieldeel Thema 4:
Persoonlijke verzorging en ADL

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.25 Hulpmiddelen vergroten zelfstandigheid
  • H 4.26 Signaleren bij verandering cliënt
  • H 4.27 Signaleren bij veranderingen in gezondheid
  • Opdracht 47 t/m 51

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les 
  • Heb je kennis over verschillende hulpmiddelen
  • Herken je signalen bij verandering bij een cliënt en gezondheid 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Hulpmiddelen vergroten zelfstandigheid
  • Hulpmiddelen kunnen cliënten langer zelfstandig leven
  • Voorbeelden: bestek met grip, kam met grip, douchestoel, aantrekhulp kousen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Signaleren bij verandering cliënt
  • Signaleren betekent dat je een signaal opvangt en dat je hierop reageert
  • Voorbeelden: 
  • Een kind heeft koorts
  • Iemand kan plotseling niet meer lopen
  • Een cliënt praat verward
  • Een cliënt heeft vreemde blauwe plekken
  • Nadat je het signaal hebt waargenomen, ga je over tot actie

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Signaleren bij veranderingen in gezondheid
  • signalen die op een ziekte kunnen wijzen zijn:
  • verhoging temperatuur of koorts
  • snellere ademhaling
  • lusteloos zijn
  • snellere pols
  • minder eten
  • minder uitscheiding (urine/ontlasting)
  • gewichtstoename of -verlies
  • vreemde huidskleur
  • verandering in slaappatroon

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Maken:

Opdracht 47 en 49

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.28 Tempratuur opnemen
  • H 4.29 Ademhaling opnemen
  • H 4.30 Gewichtstoename of gewichtsverlies
  • H4.31 Kleur
  • Opdracht 52 t/m 58

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les 
  • Ken je aandachtspunten van temperatuur en ademhaling opnemen, gewichtstoename en verlies
  • Weet je hoe kleur van de cliënt kan controleren 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Tempratuur opnemen


  • Meet altijd op dezelfde manier met dezelfde thermometer
  •  Steeds rectaal of steeds met de oorthermometer
  • Meet een paar keer per dag op vaste momenten
  • Houd de metingen bij
  • Roep deskundige hulp in bij grote schommelingen
  • Roep hulp in wanneer de temperatuur uitkomt boven 40 °C

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Temperatuur opnemen
Rectaal opnemen
Rectaal opnemen (in de anus) van de temperatuur heeft de voorkeur

Oorthermometer
 Deze meting is minder betrouwbaar dan rectaal


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ademhaling opnemen
  • Bij een snelle of een langzame ademhaling -> ademhaling opnemen
  • Snelle ademhaling -> koorts of benauwdheid
  • Ademhalingen per minuut tellen 
  • Meting in rust bij cliënt uitvoeren

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Gewichtstoename of gewichtsverlies
Wat zijn de oorzaken bij gewichtstoename of verlies? Ga dit bij je cliënt na!


Aandachtspunten om de meting zo nauwkeurig mogelijk te doen:
Meet altijd op hetzelfde moment van de dag
Meet met dezelfde soort kleren aan
Meet eens per week.
Gebruik dezelfde weegschaal.
Schrijf de metingen in het dossier of op een aparte lijst met de datum erbij

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Kleur
  • Is je cliënt bleker/geler dan normaal? Kan een ziekte zijn
  • Kijk naar de huid, oogwit, lippen
  • Blauw puntje neus: zuurstoftekort?
  • Signaleren en bespreken!

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 52 t/m 58

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.32 Pols opnemen
  • H 4.33 Slaapgedrag
  • H 4.34 Stemmingsveranderingen
  • Opdracht 59 t/m 64

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
Roept u maar!

wat weten jullie nog allemaal van de vorige les?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les kan je vertellen:
  • wat een normale pols is voor volwassenen en kinderen
  • wat stemmingsveranderingen zijn en hoe je hierbij moet handelen

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

H 4.32 Pols opnemen
Wanneer je de pols van een cliënt opneemt, dan tel je feitelijk de hartslag van de cliënt. Je doet dit meestal bij de pols, omdat daar een ader aan de oppervlakte ligt. Hierdoor is het makkelijk om de polsslag te voelen.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Een normale polsslag voor volwassenen is tussen de 60 en 80 slagen per minuut. Voor een kind is dit 120 slagen per minuut.
Ook hier kunnen verschillen zijn. 

Iemand die veel sport heeft vaak een lagere hartslag wanneer hij niets doet. Bij het sporten zelf is de hartslag juist hoger.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

H 4.33 Slaapgedrag
Slaap is de periode van rust. Van mens tot mens verschilt het hoeveel slaap we nodig hebben.
Kinderen en ouderen hebben meer slaap nodig.


Slide 26 - Slide

This item has no instructions

De omgeving heeft invloed op slaapgedrag:
 Is het matras passend bij de persoon? Is de slaapkamer te koud of te warm? Is het dekbed te dik of te dun? Dit heeft allemaal invloed. 

Ook alle moderne apparaten, zoals de tv in de slaapkamer of de telefoon die steeds signalen geeft, kunnen tot een slechte nachtrust leiden.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Wie slaapt er....
  • voor 22.00?
  • na 0.00?
  • wie is er altijd vroeg wakker?
  • wie slaapt er minder dan 6 uur per dag?
  • wie slaapt er altijd met een raam open?
  • wie snurk er?
  • wie valt in slaap met zijn telefoon in handen?
  • wie heeft er een ochtendhumeur?


Slide 28 - Slide

This item has no instructions

H 4.34 Stemmingsveranderingen
Een ander woord voor stemming is humeur. 

Een verandering in de stemming van een cliënt kan een aanwijzing zijn voor een probleem of een ziekte. Ook hier geldt dat dit jou als helpende op kan vallen omdat jij de cliënt vaak ziet.

kan je een voorbeeld bedenken wat een oorzaak kan zijn van stemmingsveranderingen?

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

 Soms verandert de persoonlijkheid van een cliënt, waardoor ook de relatie met de partner verandert. Dit kan zo ver gaan dat het niet meer mogelijk is om in de eigen omgeving te blijven wonen. 

Er zijn vormen van dementie waarbij de cliënt enorm agressief kan worden. Uit veiligheid wordt de cliënt dan 
opgenomen in een instelling.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 59 t/m 64

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel
Je kan nu vertellen:
wat een normale pols is voor volwassenen en kinderen
wat stemmingsveranderingen zijn en hoe je hierbij moet handelen

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.35 Bedcomplicaties 
  • H 4.36 Ondersteuning en signalering bij uitscheiding
  • H 4.37 Verhogen zelfredzaamheid toiletgang
  • Opdracht 65 t/m 68

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
wat zijn oorzaken van stemmingsveranderingen?

wat is een normale polsslag bij volwassenen?

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les kan je:
  • vier voorbeelden van Bedcomplicaties benoemen
  • verschillende hulpmiddelen benoemen om de zelfredzaamheid bij de toiletgang te vergroten 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

H 4.35 Bedcomplicaties 
Bedcomplicaties zijn aandoeningen die ontstaan als iemand langere tijd op bed moet blijven liggen


Slide 36 - Slide

This item has no instructions

complicaties:
  • spiermassa neemt af
  • contracturen (vergroeiingen)
  • decubitus (doorligplekken)
  • spitsvoeten
  • longontsteking
  • trombose 

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Wanneer iemand lang op bed ligt, kunnen er verschillende complicaties optreden. Doordat de cliënt te weinig beweegt, kan er trombose ontstaan. Er ontstaat dan een stolsel in een bloedvat. Dit kan een hartinfarct of een beroerte veroorzaken. 

Trombose doet zich vaak voor in een been. Een verkleuring of zwelling is zichtbaar en het been voelt zwaar aan. Vermoed je trombose bij een cliënt, neem dan direct contact op met een medische deskundige.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

H 4.36 Ondersteuning en signalering bij uitscheiding
Regelmatig help je cliënten bij de toiletgang. Bij sommige cliënten loop je mee naar het toilet en laat je hen hun gang gaan. Andere cliënten geef je meer hulp. 
Ook krijg je te maken met cliënten die incontinentiematerialen gebruiken. Als helpende probeer je problemen bij de toiletgang te voorkomen.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Algemene richtlijnen:
  • Zorg altijd voor privacy. 
  • Vraag de cliënt wat hij zelf kan en wil doen
  • Help de cliënt naar en op het toilet of de po, en laat de cliënt dan even zijn eigen gang gaan. 
  • Blijf niet naast de cliënt staan, behalve als dit medisch gezien noodzakelijk is. Zelf ga je ook graag even je eigen gang op het toilet.

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

H 4.37 Verhogen zelfredzaamheid toiletgang
Ook bij de toiletgang van cliënten probeer je als helpende de zelfredzaamheid te verhogen. Cliënten kunnen vaak meer dan ze zelf denken
hulpmiddelen kunnen hierbij helpen.

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Bekijk het filmpje
en schijf alle hulpmiddelen op die je ziet




welke hulpmiddelen herken je van stage?


Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht  65 t/m 68

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel
je kan nu:
  • vier voorbeelden van Bedcomplicaties benoemen
  • verschillende hulpmiddelen benoemen om de zelfredzaamheid bij de toiletgang te vergroten 

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  •  Terugblik vorige les
  • H 4.38 Toiletgang op of bij het bed
  • H 4.39 Obstipatie 
  • H 4.40 Bristol Stool Chart 
  • Opdracht 69 t/m 75

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les weet je:
De hulpmiddelen bij toiletgang op bed.
Wat obstipatie is.
Hoe de Bristol Stool Chart werkt.

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
Wat waren bedcomplicaties?
Hoe ondersteun en  signaleer je bij uitscheiding? 
Hoe kun je de zelfredzaamheid bij toiletgang verhogen?

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

H43
Toiletgang op of bij het bed
Hulpmiddelen als de cliënt niet zelf naar het toilet kan gaan:
postoel, urinaal, po en ondersteek

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

H4.39 Obstipatie
Obstipatie noem je ook wel verstopping of constipatie. Het gaat dan om verstopping van de darmen.

Een normale stoelgang (ontlasting) is van persoon tot persoon verschillend. De een gaat dagelijks op een vaste tijd, voor de ander is dit een paar keer per dag of per week.

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Symptomen

  • Het kost veel moeite om te ontlasten (bijvoorbeeld persen en een vervelend gevoel).
  • De ontlasting is hard en droog (keutels).
  • De cliënt heeft zelf het gevoel dat niet alle ontlasting eruit komt.
  • De stoelgang is minder dan twee keer per week.
Er is sprake van obstipatie  als deze symptomen zich langer dan drie maanden voorkomen

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

H4.40 Bristol Stool Chart
Bij de types 1 en 2 is er sprake van obstipatie.

Type 3 en 4 zijn normaal.

Bij de types 5 tot en met 7 is er sprake van diarree.

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Obstipatie
Normale ontlasting
Diarree 

Slide 52 - Drag question

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 69 t/m 75

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.41 Smetten en vallen bij toiletgang 
  • H 4.42 Incontinentie 
  • H 4.43 Incontinentie verpleegkundige 
  • H 4.44 Incontinentie materialen 
  • Opdracht 76 t/m 79

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les kun je het volgende uitleggen: 
Kun je vertellen wat smetten is.
Hoe kun je vallen voorkomen tijdens toiletgang?
Wat is incontinentie?
Wat doet een incontinentie verpleegkundige?

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 

Slide 57 - Slide

This item has no instructions

H4.41 Smetten en vallen bij de toiletgang

Doordat de huid niet goed schoon is gemaakt of langdurig met vocht in aanraking komt, kunnen smetplekken ontstaan. 

Oorzaken kunnen zijn:

De cliënt maakt zichzelf niet meer goed schoon.
De cliënt heeft een vorm van incontinentie.


Slide 58 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld van een smetplek 

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Jou taak als helpende bij smetplekken door de toiletgang

Als helpende let je bij het helpen van een cliënt bij de stoelgang op smetplekken. Je zorgt ervoor dat iemand goed droog is. Als je smetplekken ziet, dan rapporteer je dit en overleg je met je de verpleegkundige voor de behandeling.

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

Vallen tijdens de toiletgang
Doordat ouderen en cliënten minder mobiel zijn, kan een gang naar het toilet eerder leiden tot een val.
   

Bij het toilet moet iedereen meerdere handelingen verrichten. Bij een slecht bewegingsapparaat of slecht gevoel voor evenwicht kan dit een risico geven op vallen.

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

Maatregelen om vallen te voorkomen 


  • beugels in het toilet waaraan de cliënt zich kan vasthouden
  • goede verlichting
  • bespreken met de cliënt om ook ’s nachts goede schoenen aan te doen
  • eventueel voor ’s nachts een postoel naast het bed gebruiken
  • kleedjes en overbodige losliggende spullen in het toilet weghalen.

Slide 62 - Slide

This item has no instructions

H 4.42 Incontinentie 
Moeite met/geen controle over...
-urine
-ontlasting
-beide

Kan op alle leeftijden voorkomen
Het kan door
-ziekte of zwangerschap komen
-aangeboren zijn

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

Slide 64 - Link

This item has no instructions

H4.43 Incontinentieverpleegkundige
Wat is dat?

Een incontinentieverpleegkundige gaat met een cliënt na wat precies het probleem is. Daarna kan er gericht advies gegeven worden voor het gebruik van incontinentiematerialen.

Slide 65 - Slide

This item has no instructions

H4.44 Incontinentiematerialen
Er zijn verschillende incontinentiematerialen. 
De keuze voor een materiaal is afhankelijk van de vragen:

 

  1. Hoeveel en hoe vaak heeft de cliënt last van incontinentie?
  2. Hoe actief is de cliënt?
  3. Kan een cliënt zelf de materialen verwisselen of heeft de cliënt hulp nodig?

Slide 66 - Slide

This item has no instructions

Doen:
Ga naar: www.Tena.nl

Zoek op welke verschillende incontinentiematerialen er zijn.
(minimaal 5 soorten)

Klaar? Bespreek met je buurman/buurvrouw welke materialen je hebt gevonden en bedenk eens welk materiaal jou het meeste aanspreekt om te gebruiken als je zelf incontinent zou zijn.
timer
7:00

Slide 67 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 76 t/m 79

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
Terugblik vorige les
H 4.45 Bijhouden uitscheidingslijst 
H 4.46 Uitscheiding bij kinderen 
H 4.47 Zindelijk worden 
Opdracht 80 t/m 84

Slide 70 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les kun je het volgende uitleggen: 
  • Hoe je een uitscheidingslijst moet bijhouden
  • Hoe de uitscheiding bij kinderen verloopt
  • Hoe zindelijkheid bij kinderen verloopt

Slide 71 - Slide

This item has no instructions

Terugblik
Bespreek in tweetallen de volgende begrippen:

  • Smetten en vallen bij toiletgang
  • incontinentie 
  • 5 verschillende soorten incontinentiemateriaal
  • incontinentieverpleegkundige

Schrijf op: wat weet je hier nog van? 
Groepje met meeste op lijstje mag 5 min eerder pauze!

timer
5:00

Slide 72 - Slide

This item has no instructions

H4.45 Bijhouden uitscheidingslijst
Wat bedoelen we met uitscheiding?


Waarom zouden we de uitscheiding moeten bijhouden?


Slide 73 - Slide

This item has no instructions

Er zijn verschillende redenen om de uitscheiding van een cliënt bij te houden, zoals:


  1. zicht krijgen op hoeveel vocht een cliënt binnenkrijgt en uitscheidt
  2. zicht krijgen op hoe vaak iemand ontlasting heeft en hoe deze eruitziet
  3. duidelijk krijgen op welke momenten een cliënt last heeft van urineverlies
  4. duidelijk krijgen hoe vaak een cliënt last heeft van urineverlies.


Als helpende hou je de uitscheiding van cliënten bij als dit de instructie is in het zorgplan van de cliënt.

Slide 74 - Slide

This item has no instructions

Slide 75 - Slide

voorbeeld vochtlijst.
eventueel vragen wat er kan zijn/wat ze zouden doen als je ziet dat ze meer vocht innemen dan uitscheiden en andersom.
Zoek op:
Werk in 2 tallen:
Zoek samen tenminste 3 soorten uitscheidingslijsten op.

Gevonden?
Wissel je gevonden lijsten uit met het groepje voor of achter je.

Hebben jullie dezelfde/verschillende gevonden?
Welke lijst lijkt jou het prettigste om mee te werken?
timer
7:00

Slide 76 - Slide

This item has no instructions

H4.46 Uitscheiding bij kinderen
Zoals we het bij volwassenen en ouderen lastig vinden om over incontinentie en luiers te praten, zo gewoon is het om hier bij baby’s wel over te praten

Slide 77 - Slide

This item has no instructions

 Luier verwisselen
Een luier verwisselen doe je op een aankleedkussen. Zorg ervoor dat je alles bij de hand hebt. Als de baby op het kussen ligt, kun je niet meer weg om iets te pakken. De baby beweegt en kan van het kussen vallen. 

Leg daarom klaar: schone luier
schone kleding (indien nodig)
nat washandje of billendoekje
eventueel zalf of andere verzorgingsmiddelen.

Slide 78 - Slide

This item has no instructions

Slide 79 - Video

This item has no instructions

H4.47 Zindelijk worden
  • Op welke leeftijd worden kinderen zindelijk?

  • Is dat alleen overdag of ook gelijk in de nacht?


Slide 80 - Slide

This item has no instructions

De leeftijd waarop kinderen zindelijk worden verschilt. Het ene kind is dag en nacht zindelijk voor het tweede jaar, het andere bij vier jaar.


Veel kinderen van drie jaar zijn zindelijk.
25–30% van de kinderen is na het vierde jaar helemaal zindelijk.
Bijna alle kinderen zijn met vijf jaar overdag zindelijk.
Een op de tien kinderen van zes jaar is ’s nachts nog niet zindelijk.

Slide 81 - Slide

This item has no instructions

Mogelijke problemen
  • Hersenen herkennen het seintje van volle blaas nog niet

  • Nog geen controle over  sluitspier

  • Te druk met spelen/omgeving

  • Stress door veranderingen

Slide 82 - Slide

This item has no instructions

Zindelijkheidstraining
OPDRACHT:
Maak voor jezelf een stappenplan over hoe jij de zindelijkheidtraining zou aanpakken.

Denk aan:
wanneer begin je?
hoe pak je het aan?
wordt je boos als het niet lukt?
heb je hulpmiddelen nodig, zo ja, welke?
waar moet je op letten?

Slide 83 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 80 t/m 84 

Slide 84 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 85 - Slide

This item has no instructions