Lesdag 3 Formele en informele zorg GVP

Samenwerken met formele en informele zorg
GVP
Groep 33
1 / 47
next
Slide 1: Slide
ExcelBeroepsopleiding

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Samenwerken met formele en informele zorg
GVP
Groep 33

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we vandaag doen
  • Terugblik op de vorige les
  • Presentaties  Delier door Vienna, Parkinson door Carmen B, pijn bij dementie door Carmen dJ
  • Vragen opstellen voor gastdocent
  • Gastspreker WZD
  • Formele en informele zorg
  • Effectief samenwerken in een team. (andere LO)
  • Model balans voor de mantelzorger
  • Zorgtriade
  • Oefening zorgtriade gesprek (Kop, Romp  Staart) 
  •  Sociale kaart
  • Ecogram



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Zijn er vragen vanuit de vorige les

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Voorbereiden gastspreker WZD
Welke vragen liggen er?
Stel ze met elkaar op.
Denk aan theorie maar zeker ook praktijk!

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Formele en informele zorg

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Met welk formele  zorg werken jullie samen?

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Andere LO

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Waar denk je aan bij informele zorg?

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

Formele zorg iedereen die beroepsmatig in de zorg werken en daardoor aanspraak maken op betaling van loon

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Cijfers
meer dan 5 miljoen mensen in Nederland zorgt voor een naasten

10% voelt zich zwaar overbelast

1 op de 4 werknemer is mantelzorger

500.000 jongeren tussen de 16 en 24 zorgen voor iemand thuis

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Door bezuinigingen
In kaart brengen door een sociale netwerkanalyse
Sociale kaart

Wie?
Mantelzorgers
Buren, vrienden, familie enz.
Vrijwilligers

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Wat zijn de symptomen van een overbelaste mantelzorger?
Welk meetinstrument kan je hier voor inzetten?

Slide 15 - Slide

Lichamelijk: Onder meer hoofd- of buikpijn, verhoogde bloeddruk, hyperventilatie, pijn in nek, schouder of rug, duizeligheid, toenemende vermoeidheid, afnemende eetlust of juist vraatzucht.
Psychisch: Onder meer schaamte- en schuldgevoelens, concentratieproblemen, vergeetachtigheid, lusteloosheid, slaapproblemen, snel geëmotioneerd zijn, piekeren.
Gedragsmatig: Onder meer rusteloosheid, chaotisch, onverdraagzaam, agressief, verwaarloosd uiterlijk, meer roken en drinken, gebruik van kalmerende of stimulerende middelen.
Meest gebruikte meetinstrumenten
Caregiver Strain Index (CSI): Dit is een internationaal veelgebruikte, snelle vragenlijst bestaande uit 13 vragen die met 'ja' of 'nee' beantwoord worden. Het geeft een goed beeld van de langdurige belasting.

Ervaren Druk door Informele Zorg (EDIZ): Deze vragenlijst bestaat uit 9 items en richt zich specifiek op de subjectieve belasting (de druk die de mantelzorger ervaart)

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Welke wordt gebruikt?
ken je ze beide ?
Zoek ze eventueel op en bekijk ze

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

SOFA model

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

S: Samenwerken
O: Ondersteunen
F: Faciliteren
A: Afstemmen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT
Hoe kan je als GVP er de mantelzorger in de verschillende rollen tegemoet komen?
Welke vragen kan je stellen?

Werk dit uit in groepen en presenteer aan elkaar

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Balans mantelzorger 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Balans voor mantelzorger
Hoe word dat in jullie organisatie gedaan? 
Word er gebruik gemaakt van respijtzorg en zo ja wanneer zetten jullie deze in?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Hoe werkt het model?

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Zorgtriade

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

De driehoek laat de gelijkwaardigheid zien tussen de drie partijen
.Ze hebben een gezamenlijk doel, namelijk de zorgsituatie verbeteren.
 De zorgsituatie is de situatie die ontstaan is als gevolg van de ziekte van de cliënt. 
De ziekte van de cliënt is niet de zorgsituatie zelf, het is er wel onderdeel van.
 Door de ziekte is de relatie tussen de cliënt en de mantelzorger veranderd. 
 De manier waarop zij met elkaar omgaan is veranderd, er is een afhankelijkheidsrelatie ontstaan die er voorheen niet was, of in elk geval anders was. Op enig moment komt daar dan ook professionele zorg bij. De zorgverlener heeft de situatie van voor de ziekte niet meegemaakt, weet dus ook niet hoe de relatie tussen zorgvrager en mantelzorger voor die tijd was. Hoe
die relatie was, is wel van invloed op hoe mantelzorger en zorgvrager nu met elkaar omgaan. 
 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

In de zorgtriade maak je afspraken over het gezamenlijk doel wie doet wat in het zorgproces, wie zijn of worden er nog meer betrokken en hoe moet dat dan gaan.

Hoe en wanneer doen jullie dat?


Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Hoe voer je nu een goed zorgtriade gesprek?

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Kop van het gesprek
De opening van een gesprek is bepalend voor de rest van het gesprek,  Wat is belangrijk bij de KOP van het gesprek
  •  Een prettige, veilige en vertrouwelijke sfeer te creëren
  •  De aanleiding en doel(en) van het gesprek benoemen
  •  Het proces van het gesprek benoemen . tijd etc
  • Vraag jouw gesprekspartner naar zijn doelen, verwachtingen en ideeën over het gesprek
  •  Creëer eventueel ruimte voor stoom afblazen (dit is bij emotioneel beladen gesprekken essentieel)
  •  Maak de overgang naar de volgende fase door kort samen te vatten.
 

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

De romp
Dit is de kern van het gesprek, hierin richt je je op je doel en inhoud van het gesprek
Wat wil je vertellen? 
Welke informatie wil je overdragen? 
Wat vindt je belangrijk dat je gesprekspartner weet?
Wat wil je vragen? 
Welke informatie heb jij nodig?
 En wat wil je kunnen met deze informatie?
 Waar wil je naar toewerken?



Slide 34 - Slide

This item has no instructions

De Staart
Afsluiten kan lastig zijn. Zorg dat je niet ineens een gesprek stopt.
 De belangrijkste punten van het gesprek samen te vatten (zowel inhoud als proces)
 Geef jouw gesprekspartner ruimte en kans voor vragen, aanvullingen of ‘nabranders’
 Concrete en heldere (vervolg)afspraken te maken
 Bespreek het eventuele vervolgproces .
Vraag of er nog dingen te bespreken zijn en of alles duidelijk is.
De ander te vragen hoe hij het gesprek heeft ervaren (vraag eventueel om expliciete feedback)
 Jouw gesprekspartner te bedanken voor het gesprek.
 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Oefenen

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

De sociale kaart
Een sociale kaart is een overzicht van instellingen op het gebied van welzijn, gezondheidszorg en
maatschappelijke dienstverlening.
De sociale kaart verwijst naar formele en soms informele instellingen die bepaalde hulp bieden
met betrekking tot een bepaalde doelgroep.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Zoek de sociale kaart in je eigen regio op. 
Welke taak heb jij als GVP er bij het opbouwen van een sociaal netwerk?

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Ecogram
Een sociaal netwerk is belangrijk voor de vervulling van iemands basisbehoeften.
uit onderzoeken:
  • helpt bij stress
  • preventief tegen depressie, 
  • Vergroot maatschappelijke kansen van mensen
  • belangrijk bij het verwerken van ernstige of traumatische gebeurtenissen.
  • Het stelt mensen in staat anderen te helpen en daardoor voor zichzelf en anderen iets te betekenen.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Ecogram maken
Een ecogram heeft de vorm van een ster. 

Je tekent een cirkel in het hart van het schema. 

De rondjes staan voor de persoonlijke contacten van de bewoner

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Ecogram maken
Meestal gaat het om een aantal vaste gegevens;
  • Gezin van herkomst (G)
  • Overige familieleden (F)
  •  Vrienden (V)
  • Oude buren, collega’s en kennissen (K)  
  • Buren (B)
  • Medebewoners (M)
  • Raadslieden (R)
  • Zorgverleners (Z)

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Ecogram maken
De cirkels worden via een lijn verbonden met het hart

Er zijn drie soorten lijnen:




Elke lijn is ook met een pijn gericht:
  • Van de zorgvrager naar de ander
  • Van de ander naar de zorgvrager
  • En wederzijds (twee pijlen)

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Ecogram maken
Invullen bij elk contact:

P= Praktische steun (materiële functie) 
A= Advies (informatiefunctie) 
G= Gezelschap (aansluitingsfunctie)
E=Emotionele steun (affectieve functie)


Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag

Je gaat een eigen ecogram maken van een 
bewoner waar jij zorg voor draagt.

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions