H10

Thema C H10

  • Beheersen van specifieke gevaren

2

thema

C

H10: Brand en explosie

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Thema C H10

  • Beheersen van specifieke gevaren

2

thema

C

H10: Brand en explosie

10.1 Brand

Brand

Is vuur op een plaats waar het niet hoort

Is een chemische reactie tussen een brandbare stof met zuurstof

3

thema

C

10.1 Explosie

Explosie

Is (eigenlijk) een snel verlopende brand, waarbij een drukgolf vrijkomt



4

thema

C

10.1 Ontstaan van brand

De branddriehoek:

Voor een brand of een explosie zijn er tenminste 3 factoren nodig:

  • brandbare stof

  • zuurstof

  • ontstekingsenergie



5

thema

C

10.1 Vlampunt

Het vlampunt:
Is de laagste temperatuur waarbij een vloeistof
zoveel damp vormt, dat deze onder normale omstandigheden,
in de aanwezige lucht met een ontstekingsbron kan worden
aangestoken.

Dit geldt voor alleen voor vloeistoffen!
(bijvoorbeeld: benzine -18ºC)


6

thema

C

10.1 Zelfontbrandingstemperatuur

De zelfontbrandingstemperatuur:
Is de laagste temperatuur
waarbij een stof zonder ontstekingsbron spontaan,
onder normale omstandigheden, ontbrandt.

Dit geldt voor alle stoffen:

• vaste stoffen (bijvoorbeeld: hout +450ºC)

• vloeistoffen (bijvoorbeeld: frituurvet +225ºC)

• gassen (bijvoorbeeld propaan +495º)


7

thema

C

10.1 Ontstekingsbron

De ontstekingsbron:
verschaft de energie waarmee een stof kan ontbranden (of exploderen).


Voorbeelden van ontstekingsbronnen:

• vlammen (open vuur en hete gassen)

• mechanische vonken en lasvonken

• elektrische installatie en materieel

• hete oppervlakken

• bliksem en statische elektriciteit


8

thema

C

10.2 Brandklasse A

Klasse A: vaste stoffenbrand (droge vuurhaard)

brandstof bijvoorbeeld:
• papier
• hout
• textiel

blusmethoden:
• water,
• ABC bluspoeder,
• schuim
• blusdeken

9

thema

C

10.2 Brandklasse B

Klasse B: vloeistofbrand (vette vuurhaard)

brandstof bijvoorbeeld:
• benzine
• terpentine
• olie en vetten


blusmethoden:
• ABC bluspoeder,
• BC bluspoeder
• AFFF-schuim (Aquous Film Forming Foams)

10

thema

C

10.2 Brandklasse C

Klasse C: gasbrand

brandstof bijvoorbeeld:
• butaan
• propaan
• aardgas


blusmethoden:
• gastoevoer afsluiten!
• ABC bluspoeder
• BC bluspoeder

11

thema

C

10.2 Brandklasse D

Klasse D: metaalbrand

brandstof bijvoorbeeld:
• aluminium
• magnesium
• kalium


blusmethode:
specifiek bluspoeder


12

thema

C

10.2 Niet-geclassificeerde brand

Niet-geclassificeerd

bijvoorbeeld:
• elektrische apparaten
• elektriciteitsvoorzieningen


blusmethoden:
• koolstofdioxide (CO2-blusser)
• aangepast sproeischuim

13

thema

C

10.2 Blusprincipes

Blussen kan door:

het wegnemen of verminderen van één van de 3 factoren
die in de branddriehoek aanwezig zijn:
- verwijder de brandstof of schakel het uit
- verdring de zuurstof of sluit de zuurstof af
- verminder de ontstekingsenergie
of neem de warmte weg door afkoeling
- verwijder de ontstekingsbron



14

thema

C

10.2 Water als blusmethode

Nadelen van water:

  • sommige stoffen reageren heftig op water, waardoor de brand verergert

  • geleidt elektriciteit

  • kan een steekvlam bij brandende vloeistoffen veroorzaken

  • brandbare vloeistoffen drijven op water

  • geeft materiële schade

  • kan milieuschade veroorzaken

  • kans op bevriezing

15

thema

C

10.2 Schuim als blusmethode

Nadelen van schuim:

  • geeft materiële schade

  • kan elektriciteit geleiden

  • kans op bevriezing

16

thema

C

10.2 Zand als blusmethode

Nadelen van zand:

  • geeft materiële schade

  • koekt snel aaneen


17

thema

C

10.2 Bluspoeder als blusmethode

Nadelen van bluspoeder:

  • vermindert het zicht in kleine ruimten

  • vervuilt omgeving en geeft veel schade

  • kans op corrosie

  • heeft een minder afkoelend vermogen dan water en schuim



18

thema

C

10.2 Koolstofdioxide (CO2) als blusmethode

Nadelen van koolstofdioxide:

  • verdrijft de zuurstof

  • kans op vrieswonden




19

thema

C

10.3 Blusdeken als blusmethode

Nadelen van een blusdeken:

  • men komt zelf dichtbij de brandhaard

  • branddeken kan ‘schoorsteen effect’ veroorzaken,
    waardoor de brand verergert



20

thema

C

10.3 Handelingen bij brand

Hoe te handelen bij een brand:
het 6-stappenplan:
1e stap: Breng jezelf in veiligheid
2e stap: Meldt de brand
3e stap: Waarschuw de omgeving
4e stap: Sluit deuren en ramen
5e stap: Breng anderen in veiligheid
6e stap: Kies een veilige blusmethode (alléén, als zelf blussen
mogelijk is!)


21

thema

C

10.3 Handelingen bij brand (vervolg)

Hoe te handelen bij een brand:

  • bestrijdt de brandhaard en niet de vlammen

  • let op: de brand kan weer aanwakkeren!

  • evacueer als de brand te heftig is

  • brandwonden onmiddellijk afkoelen met lauw stomend water

  • koel de wond zo snel mogelijk ongeveer 10 tot 20 minuten





22

thema

C