les 6 Puber en adolescent + opdracht theorie koppelen naar casussen + zelfstandig werken

De puber & adolescent
1 / 33
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 4

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

De puber & adolescent

Slide 1 - Slide

Planning
  • theorie Puber & Adolescent
  • pauze
  • verwerkingsopdracht: oefenen met casussen
  • Zelf aan de slag met de eindopdracht, eventueel tussenproducten van elkaar bekijken

Slide 2 - Slide

Lesdoel voor vandaag
  • start theorie puber/adolescent
  • jullie kunnen de ontwikkelingsaspecten van de puber/adolescent benoemen
  • je hebt kennis opgedaan van de werking van het puberbrein
  • je kan aangeven welke verleidingen er van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het puberbrein

Slide 3 - Slide

Wat weet je al over de werking van het puberbrein

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Video

  • Brein is sterk in ontwikkeling.
  • Deze ontwikkeling is gericht om bepaalde hersenprocessen effectiever te laten verlopen
  • Biologische klok raakt tijdelijk anderhalf uur van slag --> ander slaappatroon
  • Goed in het redeneren maar niet goed in plannen en organiseren -->  moeite met gevolgen overzien
  • Gaan voor korte termijn winst
  • Zijn impulsief en doen dingen zonder goed na te denken
  • Onrust en chaos in het hoofd samen met hormonale
    processen: dit verklaart wisselvalligheid in gedrag
  • Behoefte aan risico's en ervaringen opdoen


Het puberbrein

Slide 6 - Slide

Door hormonen krijgen de emotionele hersengebieden extra prikkels, waardoor puberhersenen tijdelijk niet in balans zijn. 

Slide 7 - Slide

Wat is een belangrijk kenmerk van het begin van de puberteit?
A
De geslachtelijke rijping
B
de toename van de zelfstandigheid
C
de ontwikkeling van het puberbrein
D
het ontwikkelen van een eigen mening

Slide 8 - Quiz

Wat zorgt voor het typische puber gedrag
A
De normen en waarde die ze meekrijgen.
B
Het brein dat nog in ontwikkeling is in combinatie met hormonen
C
Hormonen
D
Nog niet ontwikkelde puberbrein

Slide 9 - Quiz

De cognitieve ontwikkeling staat onder invloed van de lichamelijke ontwikkeling. 
De hersenen zijn zich nog aan het ontwikkelen tijdens de adolescentie.

Slide 10 - Slide

Waarom hebben pubers moeite met opstaan?
A
Omdat een bepaald stofje in de hersenen later wordt afgegeven
B
Het puberbrein is erg onrustig
C
Ze hebben geen zin om te gaan slapen
D
Ze willen geen verantwoordelijkheid nemen

Slide 11 - Quiz



  • Abstract denken
  • pubers denken vaak heel kritisch en zijn het snel ergens niet mee eens. Dit geeft conflicten in de omgeving
Denkpatroon Puber.


Denkpatroon Adolescent

  • Het abstract denken blijft
  • laat het kritisch denken meer los
  • start met genuanceerd denken, ontwikkelt eigen ideeën en standpunten (geloof, politiek, economie, milieu)

Slide 12 - Slide

Bij jongeren is sprake van twee belangrijke invloedssferen, namelijk ouders en vriendengroep. Onder welk ontwikkelingsaspect valt dit?
A
sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
B
Cognitieve ontwikkeling
C
zelfontplooiing
D
lichamelijke ontwikkeling

Slide 13 - Quiz

sociale en persoonlijkheidsontwikkeling 

Je ziet langzaamaan het losmakingsproces van ouders:
zelfstandig eigen verantwoordelijkheid dragen.

Leeftijdsgenoten worden belangrijker: --> Peergroup


Slide 14 - Slide

Wat kan een peergroup een puber bieden?

Slide 15 - Mind map

De Peergroup
De peergroup geeft een puber:
  • Ruimte om te experimenteren
  • Gelegenheid te oefenen met allerlei rollen
  • Kans om zich te oriënteren op andere normen en waarden
  • Mogelijkheid zich te identificeren.

Een puber conformeert zich, wil niet opvallen. 
Een adolescent doet dit minder. Na 18e vaak betere band met ouders, het ‘samenwerken’ komt voorop te staan en de machtsverhouding verdwijnt.


Slide 16 - Slide

Hoe gaat een puber opzoek naar eigen identiteit

Slide 17 - Mind map

Identiteit
Puber is op zoek naar eigen identiteit. Dit doet hij door:
  • Zich te identificeren
  • Te experimenteren met de eigen onafhankelijkheid (spijbelen, roken)
  • Op zoek te gaan naar eigen normen en waarden

Adolescent heeft eigen identiteit duidelijker --> maakt keuzes voor toekomst


Slide 18 - Slide

Emotionele ontwikkeling
  • Pubers worden nogal eens overdonderd door veranderingen -->(zowel lichamelijk als emotioneel
  • Onzekerheid, neerslachtige buien en woede uitbarstingen
  • Ongelukkig zijn en emotioneel uit evenwicht
  • Bij adolescenten is dit minder (betere impuls- en emotie controle)


Gedragsstoornissen bij een puber werken vaak door in de adolescentiefase




Slide 19 - Slide

Cognitieve ontwikkeling
  • Langetermijngeheugen neemt toe, kennis wordt beter opgenomen
  • Eigen denkwereld centraal en zelfreflectie
  • zelfstandig denken
  • Groeispurt hersenen rond 12 en 16 jaar

Slide 20 - Slide

Tijdens de adolescentiefase komen depressieve gevoelens vaker voor, dit komt door
Tijdens de adolescentiefase lopen vooral jongens meer kans op het ontwikkelen van
Tijdens de adolescentiefase willen jongeren onafhankelijk zijn, hierdoor hebben ze moeite met 
Tijdens de adolescentiefase kunnen jongeren asociaal gedrag vertonen, dit gedrag is echter meestal
onschadelijk
autoriteit
gedragsproblemen
hormonale veranderingen

Slide 21 - Drag question

Adolescentie
Adolescentie is de overgang in de ontwikkeling tussen de jeugd en volledige volwassenheid, hetgeen een periode representeert waarin een persoon biologisch, maar niet emotioneel volgroeid is.
Gemiddeld tussen 17 en 22 á 25 jaar

Slide 22 - Slide

Lichamelijke ontwikkeling
Lichamelijke volwassen wording, meer realistisch zelfbeeld en lichaamsbeleving

Slide 23 - Slide

Cognitieve ontwikkeling
  • Voltooiing abstract en kritisch denken. Meer nuance in het denken (minder zwart-wit)
  • Toename langetermijngeheugen. Meer en betere strategieën om dingen te onthouden. Bredere inzichten.
  • Interesse in politiek en religie. Idealistisch denken.
  • Eigen mening minder centraal. Kan ook naar mening van anderen luisteren. Belangrijke keuzes maken.

Slide 24 - Slide

Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Losmaken van thuissituatie
  • Meer harmonieuze relatie met ouders. Meer samenwerken, machtsverhouding verdwijnt. 
  • Peergroup blijft belangrijk, maar durft zich te onderscheiden
  • Kan emoties/impulsen beter onder controle houden

Slide 25 - Slide

Emotionele ontwikkeling
  • Meer duidelijkheid en houvast aan eigen identiteit
  • heftige emotionele reacties verminderen
  • Impulsen en emoties meer onder controle

Slide 26 - Slide

seksuele ontwikkeling
  • Grote interesse in en experimenteren met seks, maar ook nog taboe.
  • Seksuele volwassenheid (geaardheid/voorkeur)


Slide 27 - Slide

Adolescenten krijgen vaak een andere band met de ouders. Wat gebeurt er in de relatie met ouders in de adolescentieperiode?

Slide 28 - Open question

Begin van de adolescentie wordt bepaald door de natuur ofwel de puberteit, het eind door de cultuur.
Wat wordt hiermee bedoeld?

Slide 29 - Open question

Verschil tussen puber en adolescent de sociaal–affectieve ontwikkeling.

Slide 30 - Open question

Slide 31 - Slide

Oefenen met casussen
 Aan de begeleiding van jongeren moeten andere eisen worden gesteld dan aan de begeleiding van jonge kinderen. Ook is er een verschil met de begeleiding van volwassenen en ouderen. 
In 2 tallen: motiveer per casus voor welke ontwikkelingsopgave de jongere staat, welke opvoedingsopgaven dit van de opvoeder vereist en hoe de opvoeder gaat handelen.

Slide 32 - Slide

Eindopdracht
  • Zijn er nog vragen
  • kunnen jullie verder
  • zijn er mensen die hun tussenproduct al met een ander zou willen vergelijken

Slide 33 - Slide