HAVO2 - thema 3.6 gezond leven

Inleveren PO!
1 / 36
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Inleveren PO!

Slide 1 - Slide

Ga in je boek naar blz. 242; 
lees en bekijk;  
3 BLOEDDRUK METEN




maak (online) van thema 3 
van leren onderzoeken
van bloeddruk meten opdracht 1 + 2 + 3

Slide 2 - Slide

 3.6 - Gezond leven

Slide 3 - Slide

leerdoelen:
  • Ik kan aangeven hoe je je hart en bloedvaten gezond kunt houden. 
  • Ik kan de gevolgen van alcohol op korte termijn en op lange termijn noemen. 

Slide 4 - Slide

leerdoelen:
  • Ik kan aangeven hoe je je hart en bloedvaten gezond kunt houden. 
  • Ik kan de gevolgen van alcohol op korte termijn en op lange termijn noemen. 

Slide 5 - Slide

Een gezond leven

Slide 6 - Slide

bloeddruk
lage bloeddruk:
Kan meestal weinig kwaad: 
soms wat duizelig of hoofdpijn

hoge bloeddruk:
Je hoeft er niets van te merken, maar is
vaak wel een probleem: 
kan wanden van slagaders beschadigen.

Oorzaken van te hoge bloeddruk zijn onder ander stress, roken, overgewicht en zout eten.
Langdurig hoge bloeddruk beschadigt de wanden van de slagaders. 

Slide 7 - Slide

slagaderverkalking

Slide 8 - Slide

Slagaderverkalking
Slagaderverkalking; het bloedvat wordt nauwer en minder elastisch. 

Te hoog cholesterol kan slagaderverkalking veroorzaken.

De kans wordt kleiner als je niet rookt, gezond eet en regelmatig beweegt. 

Slide 9 - Slide

Hartinfarct;

Slide 10 - Slide

Hartinfarct 
Hartinfarct; Verstopping van kransslagader.
Kranslagader is verkalkt 
(en een bloedstolsel kan de slagader afsluiten).  
Hierdoor krijgt een deel van het hart geen bloed meer...... .

Slide 11 - Slide

hartinfarct... 
1
2
3

Slide 12 - Slide

Stress en spanning
Stress en spanning vergroten de kans op hoge bloeddruk en op hart- en vaatziekten.
Stress
  • Gespannen kaken en gezicht
  • Snelle/hoge ademhaling
  • Druk op de borst
  • Snel boos, gefrustreerd of bang
-> Probeer daarom stress te voorkomen

Slide 13 - Slide

Een gezonde levensstijl:
1 - niet roken
2 - drink geen alcohol, na je 18de niet         meer dan 1 glas per dag.
3 - eet gezond en gevarieerd
4 - beweeg regelmatig 
      (= minimaal 30 min. per dag)
5 - voorkom stress en zorg voor                   voldoende ontspanning. 

Slide 14 - Slide

pak je boek op blz. 221 
Lees zelfstandig alles van blz. 221 -222
timer
10:00

Slide 15 - Slide

Huiswerk = 

van 3.6 opdrachten 1 t/m 11


proefwerk - woensdag 20 december
leer van thema 3;  3.1 t/m 3.8

Slide 16 - Slide

3.5 Het immuumsysteem

Slide 17 - Slide

Doelen
8 Je kunt beschrijven hoe antistoffen bescherming bieden tegen infecties.
9 Je kunt beschrijven op welke manieren immuniteit kan ontstaan.
10 Je kunt omschrijven wat er aan de hand is bij een allergie.

Slide 18 - Slide

Lichaamsvreemde stoffen
stoffen die niet in je lichaam thuishoren en waarvan je ziek kunt worden

Zoals: bacteriën, schimmels, virussen en parasieten

Slide 19 - Slide

Antigenen

eiwitten op de buitenkant van een cel of van een virus

Slide 20 - Slide

Antistoffen
stoffen die ziekteverwekkers onschadelijk maken

Slide 21 - Slide

Witte bloedcel

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Vorming antistoffen

Slide 24 - Slide

Immuum
niet ziek worden, omdat witte bloedcellen meteen een antistof kunnen maken

Slide 25 - Slide

Hoeveelheid antistof

Slide 26 - Slide

Natuurlijke immuniteit
Iemand is ziek geweest

Slide 27 - Slide

Kunstmatige immuniteit
immuniteit die ontstaat door vaccinatie

Slide 28 - Slide

Vaccinatie programma NL

Slide 29 - Slide

Allergie
overgevoeligheid voor bepaalde stoffen

Slide 30 - Slide

allergische reactie
reactie van het afweersysteem op de stof waar je overgevoelig voor bent

Slide 31 - Slide

anafylactische reactie
ernstige allergische reactie die kan ontstaan wanneer het lichaam vaker in contact komt met de stof waar diegene allergisch voor is

Slide 32 - Slide

Antistof en Antigen. Wat is waar?
A
Antistoffen zitten aan de buitenkant van cellen
B
Een antistof past op een antigen.

Slide 33 - Quiz

Een infectie is ...
A
Een ziekteverwekker
B
Een antigen
C
Een bacterie
D
Een bacterie die je lichaam is binnen gekomen

Slide 34 - Quiz

Heeft iemand van jullie een allergie?
A
Ja, ik heb een allergie
B
Nee, ik heb geen allergie

Slide 35 - Quiz

Inleveren PO!

Slide 36 - Slide