Oefenen met 'want' en 'omdat' in zinnen

Oefenen met 'want' en 'omdat' in zinnen

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2Secundair onderwijs

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Oefenen met 'want' en 'omdat' in zinnen

Hoe gaat het met je?

Want / omdat




Hoe werkt het?

Geef een voorbeeld

Leerdoel

  • je kan de theorie uitleggen

  • je kan want/omdat juist gebruiken

  • je kan goede zinnen maken met want / omdat

Waarom gebruiken we 'want' en 'omdat'?

We gebruiken deze woorden om uitleg te geven. Ze verbinden twee zinnen die reden of oorzaak aangeven.


We gebruiken het bij: Waarom? Of bij een dilemma: strand of bergen?

Voorbeeld: 'want'

Ik blijf thuis, want ik ben moe.



Ik blijf thuis omdat ik moe ben.

Let op de grammatica!

Bij 'omdat' verandert de volgorde van de woordvolgorde in de tweede zin.

We gaan vandaag niet zwemmen, ... het slecht weer is

A

Want

B

Omdat

C

Answer C

D

Answer D

We blijven thuis, ... we hebben een virus.

A

Want

B

Omdat

C

Answer C

D

Answer D

Ze gaan elke dag winkelen, ... ze vakantie hebben.

A

want

B

omdat

C

Answer C

D

Answer D

Ik doe een cursus, ... ik Nederlands wil leren.

A

want

B

omdat

C

Answer C

D

Answer D

We dragen fluo kleding, ... het veiliger is in het verkeer.

A

Want

B

Omdat

C

Answer C

D

Answer D

Anna koopt de trui omdat ...

A

ze vindt hem mooi.

B

ze hem mooi vindt.

C

Answer C

D

Answer D

Ik ben blij, want...

A

mijn broer komt op bezoek.

B

mijn broer op bezoek komt.

C

Answer C

D

Answer D

Hij moet naar het ziekenhuis gaan, omdat ...

A

hij is heel ziek.

B

hij heel ziek is.

C

Answer C

D

Answer D

Ik eet geen vlees, want...

A

Ik vind dat niet lekker.

B

ik dat niet lekker vind.

C

Answer C

D

Answer D

Ik ga naar de supermarkt, omdat

A

ik nog brood moet kopen.

B

ik moet nog brood kopen.

C

Answer C

D

Answer D

De vader gaat aangifte doen van de geboorte, omdat...

A

de moeder nog in het ziekenhuis is.

B

de moeder is nog in het ziekenhuis.

C

Answer C

D

Answer D

Bij de buren in de tuin staat een bord, omdat...

A

hun zoon is vorige week geboren.

B

hun zoon vorige week geboren is.

C

Answer C

D

Answer D

Ik kan niet komen, want ...

A

mijn dochter koorts heeft.

B

mijn dochter heeft koorts.

C

Answer C

D

Answer D

We gaan oefenen op het zelf goed maken van zinnen.

Ik ben te laat





want

de auto

is

kapot

Mo eet een broodje





want

hij

heeft

honger

Ik ga vandaar vroeg naar bed,





want

ik

sliep

erg slecht vannacht

Ik neem een medicijn, ...





omdat

ik

veel hoofdpijn

heb

Mijn collega gaat naar de dokter,...





want

hij

heeft

veel rugpijn

Oefen samen

Maak in tweetallen zinnen met 'want' en 'omdat'. Verbeter elkaar waar nodig.


'roos' begint.

wit = leerkracht en heeft het antwoord


We gaan samen oefenen op praten


Hoe goed kan je deze les?