Hoofdstuk 4:
De baby
Hoofdstuk 4:
De baby
2. Cognitieve ontwikkeling
2.1 Theorie van Jean Piaget
1896-1980
Pioneer over onderzoek naar de verstandelijke ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
2.1 Theorie van Jean Piaget
Mens = actief denkend wezen
↓
Omgeving ontdekken
↓
Ontwikkelen van cognitieve schema’s
= idee over hoe de realiteit in elkaar zit
bv: Hoe je je eten moet opeten
2. Cognitieve ontwikkeling
2.1 Theorie van Jean Piaget
Ontwikkelen van cognitieve schema’s
↓
Soms kloppen bestaande schema’s niet
↓
Adaptatie = aanpassen
Assimilatie = bestaande schema’s toepassen op nieuwe situaties
Accommodatie = nieuw aangepast schema ontwikkelen
2. Cognitieve ontwikkeling
2.1 Theorie van Jean Piaget
Geef hier je antwoorden in van vraag 4
2. Cognitieve ontwikkeling
2.1 Theorie van Jean Piaget
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
Reflexhandelingen (0-1 maand)
Babyreflexen
Enkele vormen van adaptatie
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
Primaire circulaire reacties (1-4 maand)
Eenvoudige bewegingen
Gebruik van eigen lichaam
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
Secundaire circulaire reacties (4-8 maand)
Beter rondkijken en grijpen met handen
Betere oog-handcoördinatie
Effect van handelingen op de buitenwereld
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
Intentioneel handelen (8-12 maand)
= doelbewust handelen
Ontstaan van objectpermanentie = besef dat voorwerpen en personen blijven bestaan
Belang van geheugenspelletjes
Kiekeboespelletjes
verstopspelletjes
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
Tertiaire circulaire reacties (12-18 maand)
Vroege peuterperiode
Exploratiedrang
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
2. Cognitieve ontwikkeling
2.2 Sensomotorische fase
2. Cognitieve ontwikkeling
2.3 Kritieken op Piaget
❶ Observaties van kleine groepen kinderen
❷ Bepaalde vaardigheden leren kinderen op een jongere leeftijd
2. Cognitieve ontwikkeling
2.1 Theorie van Jean Piaget
Jean Piaget
Cognitieve
ontwikkeling
Ontwikkelde vier stadia van cognitieve ontwikkeling
Sensomotorische fase
Preoperationele fase
Concreet operationele fase
Formeel operationele fase
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.1 Theorie van Erikson
1902-1994
Pionier in onderzoek naar socio-emotionele ontwikkeling
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.1 Theorie van Erikson
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
Hechting
= de sterke emotionele band tussen opvoeder en kind. Een hechte band geeft ons een gevoel van veiligheid en nabijheid
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
Konrad Lorenz
1903-1989
Experiment met pasgeboren kuikens
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
John Bowlby
1907-1990
Onderzocht hechting bij de mens
↓
Fasen in de ontwikkeling van hechting
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
John Bowlby
❶ Huilen en lichaamscontact (pasgeborene)
Volwassenen vinden baby’s schattig
Huilen = communicatiemiddel
Nood aan lichaamscontact
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
Harry Harlow
1905-1981
Onderzoek naar lichaamscontact
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
John Bowlby
❷ Sociale glimlach (6 weken tot 6 maand)
Het kind lacht terwijl het naar iemands gezicht kijkt.
Het lacht naar iedereen
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
John Bowlby
❸ Groeiende hechting (vanaf 6 maand)
Baby krijgt afkeer van mensen die hij niet kent
Verbonden met 1 of 2 opvoeders
Enkel getroost door hechtingsfiguren
Achtmaandenangst (angst voor onbekenden & scheidingsangst)
Duurt tot 2,5 jaar
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
3. Socio-emotionele ontwikkeling
3.2 Van allemansvriend naar moederskindje
De baby moet vertrouwen krijgen in de personen die hem verzorgen. Dit kan door liefde te geven, te knuffelen en goed te verzorgen.
Test jezelf
Nuttige links en artikels