W44 H3

1 / 25
next
Slide 1: Slide
SpaansBasisschoolMiddelbare schoolhavoGroep 1

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

¿Que 
- ¿Qué día es hoy? 
- Hoy es .......
¿Qué tal?
- Hoy estoy .......
¿Qué tiempo hace hoy?
- Hoy........

Slide 2 - Slide

Toetsen = Pruebas P1
w





Week 44 PW

Slide 3 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 44 clase 1 (40)
  • Corregir
  • Quizlet - live
  • Oefentoets
  • Estudiar

Doel: Aan het eind van deze les:
  • krijg je feedback terug van je zinnen.
  • kan je oefenen voor de toets

Slide 4 - Slide

QUIZLET
Ga naar Quizlet en oefen met de woordenschat
Lijst 5 (Aaangepast)

klaar? Begin met lijst 6
Of lijst met voca Lj1 (herhaling)

Slide 5 - Slide

Oefentoets: LINK

Slide 6 - Slide

Exit Ticket
(ons doel van de les)


¿Hoe voorbereid ben je op de toets, van 1 - 10?

Slide 7 - Slide

Quiz time!
Quiz time!

Slide 8 - Slide

RepasoHerhaling
.

Slide 9 - Slide

Portátiles cerrados

Slide 10 - Slide

Los deberes
Vrijdag: Libro Fántastico A2 + woordenlijst


  1. Samenvatting Cap 1 + 2. Jan?
  2. Neem door document Toetsweek 1 Uitleg (vorige jaar)

Slide 11 - Slide

¡Bienvenidos a la clase de Español!
Hoy es _______, ____________ de__________

Slide 12 - Slide

Toetsen = Pruebas P1
w





Week 41 S.O: 9 Oktober

Slide 13 - Slide

BEGINTAAK
¿QUÉ HAS HECHO ESTA SEMANA?

CUENTA 2 COSAS DIE JE DIT WEEK HEBT GEDAAN

ESCRIBE LAS FRASES EN TU CUADERNO
Gebruik minstens 2 voltooid van lijst 4
timer
1:00

Slide 14 - Slide


¿Qué? ga leren met de lijsten 1 t/m 4.
¿Cómo? Individueel of in Quizlet of geprinte bladjes
¿Listos? klaar? overhoor elkaar (wel schriftelijk)
¿Después- Daarna? Quizlet-live spelen :)

timer
10:00

Slide 15 - Slide

Ejemplos
Presente:
"Vivo en Madrid"  -  ik woon in Madrid
"Ella trabaja en un hospital" - Ze werkt in een ziekenhuis
"Nosotros estudiamos español" - Wij studeren Spaans
Pretérito Perfecto:
"He vivido en Madrid" - Ik heb in Madrid gewoond
"Ella ha trabajado en un hospital" - Ze heeft in een ziekenhuis gewerkt
"Nosotros hemos estudiado español" - We hebben Spaans gestudeerd

Slide 16 - Slide

Presente: gebeurt nu of regelmatig
Presente Perfecto: recent voltooide acties
Presente: "como una manzana" (ik eet een appel)
Presente Perfecto: "he comido una manzana" (Ik heb een appel gegeten
Presente vs presente perfecto

Slide 17 - Slide

Presente gebruikt vaak:
Ahora (nu), siempre (altijd), cada día (elke dag)
Pretérito Perfecto gebruikt vaak:
Hoy (vandaag), esta semana (deze week), ya (al)

Tijdsaanduidingen / signaalwoorden

Slide 18 - Slide

perfecto vs presente
perfecto 
signaalwoorden + gebruik
presente 
signaalwoorden + gebruik
Hoy, esta mañana, esta semana, ya, aún, todavía (no), (no) nunca, jamás, alguna vez, últimamente, cinco años/ dos semanas, muchas/varias veces. 


Het heeft nog (emotionele) betrekking op het heden.
Siempre, Normalmente, A menudo, Frecuentemente, A veces, De vez en cuando, Todos los días / meses / años, Cada semana / año, Los lunes / los fines de semana, ahora 

gewoontes, feiten, feiten in het heden of acties die nu plaatsvinden

Slide 19 - Slide

Presente y presente perfecto
timer
15:00

Slide 20 - Slide

Gatentekst
Haz: Vul in de gatentekst met de goede werkwoorden
Klaar? 
Ga leren voor de toets
Kijk in Magister

Slide 21 - Slide

Quiz time!
Quiz time!

Slide 22 - Slide

Toets Inzien

Slide 23 - Slide

Blooket

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide