Rekentaal ISK

Rekenen 
Rekentaal & sommen
1 / 35
next
Slide 1: Slide
RekenenISK

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Rekenen 
Rekentaal & sommen

Slide 1 - Slide

zijn dit
CIJFERS of GETALLEN?
A
cijfers
B
getallen

Slide 2 - Quiz

Plus

Slide 3 - Slide

+        PLUS
1+1=2                      5+4=9               8+8=16              10+10=20


Slide 4 - Slide

Bedenk zelf een plussom en reken hem uit.

Slide 5 - Open question

Min
_

Slide 6 - Slide

-       MIN

7-4=3            8-4=4            10-5=5            16-8=8         25-12=13

Slide 7 - Slide

Bedenk zelf een minsom en reken hem uit.

Slide 8 - Open question

Andere woorden voor plus
erbij 
samen
dubbel
meer
opgeteld
bij elkaar 
in totaal

Slide 9 - Slide

Andere woorden voor min
eraf
minder
verschil
weg
van elkaar af


Slide 10 - Slide

Ik heb 36 snoepjes. Jij hebt er 12. Hoeveel is dat samen?

Slide 11 - Open question

Jij hebt 84 snoepjes. Ik heb er 14. Wat is het verschil?

Slide 12 - Open question

Mevrouw Boom heeft 6 boeken. Mevrouw Vogel heeft er 22. Hoeveel boeken zijn dat bij elkaar?

Slide 13 - Open question

Keer
X

Slide 14 - Slide

KEER      X
2x2=4                     5x5=25
2x10=20
6x5=30

Slide 15 - Slide

Bedenk zelf een keersom (X) en reken hem uit.

Slide 16 - Open question

Delen
:

Slide 17 - Slide

DELEN        :
6:3=2                          8:4=2                               10:5=2
                100:10=10                    20:5=4

Slide 18 - Slide

Bedenk zelf een deelsom en reken hem uit.

Slide 19 - Open question

8+12=
A
20
B
18
C
200
D
12

Slide 20 - Quiz

16-8=
A
2
B
24
C
104
D
8

Slide 21 - Quiz

5x2=
A
7
B
3
C
10
D
25

Slide 22 - Quiz

10:2=
A
12
B
5
C
8
D
20

Slide 23 - Quiz

8 x 7 =
A
1
B
15
C
56
D
58

Slide 24 - Quiz

32 - 8 =
A
40
B
24
C
78
D
4

Slide 25 - Quiz

van GROOT naar KLEIN

Slide 26 - Slide

van groot naar klein
4
213
316
48

Slide 27 - Drag question

van klein naar groot
265
22
852
512

Slide 28 - Drag question

> < =
Groter dan     >
Kleiner dan   <
Is gelijk aan   =

Slide 29 - Slide

15&lt;28
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

200&gt;100
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz

560&gt;5600
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quiz

6782=6872
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quiz

5278=5278
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quiz


😒🙁😐🙂😃

Slide 35 - Poll