🟢 1TH H3 P2 Arm en rijk in Gambia

Inzoomen op Teheran
Arm en rijk in Gambia
1TH
Hoofdstuk 3
Paragraaf 2
1 / 15
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Inzoomen op Teheran
Arm en rijk in Gambia
1TH
Hoofdstuk 3
Paragraaf 2

Slide 1 - Slide

Herhaling vorige les
Wat weet je nog? (zonder overleg)
Gambia
Etnische groep
Senegal
Enige buurland
Naam van de rivier die dwars door het land stroomt
Deel van volk dat in een ander land woont.

Slide 2 - Drag question

Leerdoelen
Leerdoelen
Je kunt:
  • uitleggen welke invloed Europese landen in Gambia in het verleden hebben gehad
  • uitleggen hoe de grenzen van Gambia tot stand zijn gekomen
  • met behulp van ontwikkelingskenmerken het ontwikkelingspeil van een land/gebied bepalen
  • uitleggen hoe het inkomen per persoon en de toegang tot basisbehoeften een rol spelen bij de ontwikkeling van Gambia
  • uitleggen wanneer iemand onder de armoedegrens leeft
  • voorbeelden noemen bij de 5 basisbehoeften
  • beschrijven waarom je, naast het bnp per inwoner, ook kijkt naar de koopkracht om landen goed met elkaar te kunnen vergelijken 

Slide 3 - Slide

Overleg met je buur:
Wanneer is iemand 'arm'?
timer
1:30

Slide 4 - Open question

Vroeger: andere grenzen
Rond 1450: Europeanen naar West-Afrika voor handel
100 jaar later: slavenhandel           van Afrika naar Amerika in slechte omstandigheden

Slide 5 - Slide

Gambia in bezit geweest van Britten (vanwege rivier) en Fransen (vanwege land)
1900: huidige grenzen
Britten kregen rivier + smalle strook land (Gambia)
Fransen kregen Senegal
Kolonie


(gebied dat overheerst wordt door een ander (meestal Europees) land)
Smalle strook = 'kanonschot v/d rivier'
1965 onafhankelijk.
Senegambia ging niet door.

Slide 6 - Slide

Voor 15e eeuw
1450
1550
1900
1965
Overleg met je buur: Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde:
Terugkoppeling leerdoel
Gambia onafhankelijk
Europeanen kwamen naar West-Afrika voor handel
Grenzen Gambia werden vastgelegd
Andere grenzen.
Slavenhandel: van Afrika naar Amerika

Slide 7 - Drag question

Verschillende ontwikkelingskenmerken
Ontwikkelingspeil

= hoog als; goed inkomen + kunnen voorzien in basisbehoeften
(kenmerk waarmee je armoede/rijkdom kunt meten)
1. inkomen
2. basisbehoefte
(iets wat iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven)
(niveau van armoede/rijkdom in land)
$
Armoedegrens
(minimaal inkomen om te kunnen voorzien in basisbehoeften)

Slide 8 - Slide

ZONDER overleg.
Geef van iedere zin aan of deze juist of onjuist is. 
Terugkoppeling leerdoel
Juist
Onjuist
Er zijn 2 manieren om ontwikkeling te meten. Een daarvan is de armoedegrens. 
Nederland heeft een hoger ontwikkelingspeil dan Gambia.
In Gambia zijn de basisbehoeften beter op orde dan in Nederland.
Er zijn 2 manieren om ontwikkeling te meten. Een daarvan is het inkomen.
Voedsel is een van de 5 basisbehoeften. 

Slide 9 - Drag question

Staat
B161
(gebied met duidelijke grens + bestuur is eigen baas)
2 soorten grenzen:
Natuurlijke grens
- rivieren, bergen
Kunstmatige grens
- borden, muren, grenspalen
(grens langs een natuurlijk obstakel)
(grens door mensen bepaald)

Slide 10 - Slide


Overleg met je buur:
Heeft Gambia vooral
natuurlijke of
kunstmatige grenzen?
A
Kunstmatig
B
Natuurlijk

Slide 11 - Quiz

B228
Basisbehoefte
1. Voedsel
2. Onderdak + kleding
3. Onderwijs
Analfabetisme
4. Gezondheidszorg
  • artsendichtheid
  • zuigelingensterfte
(percentage dat niet kan lezen + schrijven)
(aantal kinderen dat in eerste levensjaar sterft, per 1000 levendgeborenen)
5. Veiligheid

Slide 12 - Slide


Overleg met je buur:
Welke woorden horen er bij de nummers te staan?
In arme landen is het analfabetisme ...1... en
de zuigelingensterfte ...2...
A
1 hoog, 2 hoog
B
1 laag, 2 hoog
C
1 hoog, 2 laag
D
1 laag, 2 laag

Slide 13 - Quiz

B229
Bruto nationaal product (BNP)
Beter: bnp per inwoner = gemiddelde
Maar... ongelijkheid
Ook: verschil in koopkracht.

Bnp in koopkracht per inwoner
(geld dat alle inwoners in een land samen verdienen)
(aantal goederen/diensten dat je van je geld kunt kopen)

Slide 14 - Slide

Rijkdom kun je bepalen door te kijken naar ..............

Belangrijke ontwikkelingskenmerken zijn:
1. ..............................

    Houdt daarbij rekening met de ....................

2. ..............................
Dat zijn: 
-
-
-
-
-
Vul in (zonder overleg met je buur)
Ontwikkelingskenmerken
Inkomen (BNP of beter BNP per inwoner)
Koopkracht
Basisbehoeften
voedsel
onderdak + kleding
onderwijs
gezondheidszorg
veiligheid

Slide 15 - Drag question