4.2: Burgers en bestuur

4.2: Burgers en bestuur
1 / 10
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

4.2: Burgers en bestuur

Slide 1 - Slide

Griekenland, veel staatjes bij elkaar
  • Griekenland bestaat naast het vasteland uit een groot aantal kleine eilanden. Ook is het land bergachtig. 
  • Door deze obstakels was het in de oudheid lastig voor Grieken uit verschillende gebieden om contact met elkaar te hebben. 
  • Rond het jaar 1000 v. Chr. ontstonden stadstaten: zelfstandige steden met hun omliggende platteland. 
  • Deze stadstaten waren eigenlijk kleine, zelfstandige landen die alles zelf regelden. De burgers in de stadstaat (polis) kozen hun eigen bestuur

Slide 2 - Slide

Agora
  • De belangrijkste functie van de stad was het bijhouden van de administratie. In de stad vond je ook tempels en de agora.
  • Dit was de centrale verzamelplaats van de stad en het platteland, waar alle vergaderingen en ook de markt plaatsvonden. 

Slide 3 - Slide

Hongersnood
  • De meeste Grieken waren boeren die op het platteland leefden. 
  • Er was regelmatig hongersnood. De grond was namelijk te rotsachtig en te droog. 
  • Dit probleem werd vanaf ongeveer 750 v.Chr opgelost door het stichten van kolonies. Die kolonies werden gesticht op vruchtbare grond aan de kusten, zodat er veel voedsel over zee naar Griekenland kon worden gestuurd. Sommige kolonies groeiden uit tot steden, zoals de Franse stad Marseille. Dankzij de kolonies werd Griekenland een rijk gebied.

Slide 4 - Slide

Stadstaten en hun bestuursvormen
  • De meeste stadstaten werden bestuurd door een alleenheerser of koning: één leider die alles zelf kon beslissen. Vaak kwam deze leider uit een rijke familie. 
  • Zijn positie gaf hij door aan zijn kinderen en was dus erfelijk. Deze vorm van bestuur heet een monarchie.

Slide 5 - Slide

Bestuursvormen
  • Wanneer de stadstaten groter werden, stapten de stadstaten bijna allemaal af van de monarchie. 
  • In de meeste poleis werd uiteindelijk gekozen voor een bestuur van de rijkste mensen samen: een aristocratie. De macht is dan verdeeld over meerdere personen of families.

Slide 6 - Slide

Tiran
  • Ook kwam het soms voor dat één persoon met geweld de macht greep om de stadstaat te besturen. Zo iemand wordt een tiran genoemd. De bestuursvorm heet dan een tirannie
  • Een tiran hoefde niet per se slecht en wreed te regeren. 

Slide 7 - Slide

Democratie
  • De inwoners van de stad waren de tirannie zat en kwamen met een nieuwe vorm van bestuur: de democratie. De bestuurders werden voortaan gekozen. Dit gaf het hele volk van Athene macht en invloed op de politieke besluitvorming.
  • Nou ja, niet het hele volk: je mocht in Athene pas meebeslissen als je het burgerrecht had. Vreemdelingen, tot slaafgemaakten, vrouwen en kinderen onder de achttien mochten niet meebeslissen in het bestuur.

Slide 8 - Slide

De Atheense democratie
  • Athene had eerst als bestuursvorm een aristocratie. Er was alleen een probleem met dit bestuur. In Athene was er namelijk een groot verschil tussen arm en rijk. Vooral de boeren waren arm, die hadden soms geen geld om gewassen in te zaaien. 
  • Daarom voerde de wijze staatsman Solon in 594 v.Chr. in Athene een aantal hervormingen door die uiteindelijk tot democratie leidden. Hij richtte de volksvergadering op. Hierin mochten alle mensen met burgerrecht in de polis meebeslissen over het bestuur van de stad. 

Slide 9 - Slide

Ostracisme
De volksvergadering kreeg er meer taken bij, zoals:

  • het kiezen van een Raad van Vijfhonderd. Vijfhonderd burgers mochten wetten bedenken die aan de volksvergadering werden voorgelegd. De burgers wisselden elk jaar, zodat iedereen aan de beurt kwam;
  • het kiezen van leiders van het leger en de oorlogsvloot;
  • het kiezen van rechters;
  • het invoeren van het ostracisme.

Slide 10 - Slide