De Grote Filosofie Eind Quizz

De Grote Filosofie Eind Quizz
Wat weet jij nog van de filosofie lessen?
1 / 20
next
Slide 1: Slide
FilosofieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

De Grote Filosofie Eind Quizz
Wat weet jij nog van de filosofie lessen?

Slide 1 - Slide

Waar of niet waar: Een filosofische vraag heeft altijd maar één goed antwoord
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Wat is geen kenmerk van een filosofische vraag?
A
Je kunt ze niet beantwoorden met je zintuigen
B
Er zijn verschillende antwoorden mogelijk
C
Het is altijd een vraag die je met 'Ja' of 'Nee' kan beantwoorden
D
Je moet ze beantwoorden door eerst goed na te denken

Slide 3 - Quiz

Waar of niet waar: Filosofie bestaat pas een paar honderd jaar
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Waar of niet waar: Filosofie bestaat uit de oud-Griekse woorden 'Filo' (houden van) en 'Sofia' (wijsheid)
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Socrates werd beschuldigd van het verpesten van de jeugd en goddeloosheid. Wat was zijn straf?
A
In vieren gedeeld worden
B
Gedwongen in een vulkaan springen
C
Een gifbeker drinken
D
Naar de gevangenis

Slide 6 - Quiz

Wat is 'De Filosofische Methode'?
A
Een manier van een gesprek voeren om tot kennis te komen
B
Heel veel lezen om tot kennis te komen
C
Naar buiten gaan en naar bomen kijken om tot kennis te komen
D
Wetenschappelijk onderzoek doen om tot kennis te komen

Slide 7 - Quiz

Wie was de grondlegger van de filosofische methode?
A
Plato
B
Aristoteles
C
Socrates
D
Bas Haring

Slide 8 - Quiz

Tijdens de interview opdracht gebruikten we de AUB-methode om een vraag te beantwoorden. Waar staat AUB voor?
A
Avontuur-Uitlopen-Bewijs
B
Argument-Uitleg-Bijvoorbeeld
C
Aanvoering-Uitvoeren-Beeldvormen
D
Aantekening-Uiteenzetting-Beschrijving

Slide 9 - Quiz

Maak de zin af: 'Ethiek gaat over de vraag...'
A
Wat de zin van het leven is
B
Wat de plek is van de mens in het universum
C
Hoe je kan weten of iets waar is
D
Wat je moet doen om een goed leven te leiden

Slide 10 - Quiz

Welk begrip past bij de definitie: 'Een antwoord op de vraag: Wat is goed gedrag?'
A
Ethiek
B
Stoïcijn
C
Natuurrechtdenker
D
Moraal

Slide 11 - Quiz

'Denk je dat sommige moralen voor iedereen gelden? Dan ben je een...!' Wat moet er op de puntjes staan?
A
Natuurrechtdenker
B
Cultuurrelativist
C
Gevolgenethicus
D
Plichtethicus

Slide 12 - Quiz

Pietje zegt: 'Je moet altijd de waarheid spreken, ook als iemand daardoor verdrietig wordt'. Met welke soort ethiek is Pietje het eens?
A
Gevolgenethiek
B
Plichtethiek

Slide 13 - Quiz

Bea zegt: 'Soms is geweld toegestaan, als het daardoor veel levens red' Met welke soort ethiek is Bea het eens?
A
Gevolgenethiek
B
Plichtethiek

Slide 14 - Quiz

Op het plaatje zien we een voorbeeld van een...
A
Moreel dilemma
B
Cultureel dilemma
C
Religieus dilemma
D
Emotioneel dilemma

Slide 15 - Quiz

De derde opdracht (de presentatie) ging over Levensbeschouwing. Wat is levensbeschouwing?
A
Hetzelfde als een religie
B
Een bepaalde houding die je kan hebben tegenover het leven
C
Dat je heel veel nadenkt over het leven
D
Dat je in God gelooft

Slide 16 - Quiz

We hebben samen het verhaal van Adam & Eva gelezen; dit verhaal komt terug in meerdere religies. Waarom is dit zo'n belangrijk verhaal voor gelovigen?
A
Omdat Adam & Eva echt hebben bestaan
B
Omdat het uitlegt waarom zondag een heilige dag is
C
Omdat het gaat over waar mensen vandaan komen en hoe de aarde is ontstaan
D
Omdat het verhaal ervoor zorgt dat mensen zich aan de regels houden

Slide 17 - Quiz

Wat is het belangrijkste doel van debatteren?
A
Leren omgaan met andere meningen en je verplaatsen in een ander
B
Goed leren luisteren naar wat een ander zegt
C
Leren hoe je je lichaamstaal en woordkeuze gebruikt om mensen te overtuigen
D
Zowel A, B, en C!

Slide 18 - Quiz

Ga je zelf filosofie kiezen vanaf de vierde klas?
A
Ja!
B
Zeker weten!
C
Absoluut!
D
Natuurlijk!

Slide 19 - Quiz

Tot over twee jaar!

Slide 20 - Slide