Voorzetsels 3de en 4de naamval

Voorzetsels 3de 4de naamval
  • Steekvragen over de bekeken video
  • oefenen
  • Nabespreken 
1 / 10
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Voorzetsels 3de 4de naamval
  • Steekvragen over de bekeken video
  • oefenen
  • Nabespreken 

Slide 1 - Slide

Voorzetsels 3e naamval
Welke hoort er niet bij?
A
mit
B
seit
C
durch
D
von

Slide 2 - Quiz

Voorzetsels 3e naamval
Welke hoort er niet bij?
A
nach
B
für
C
zu
D
bei

Slide 3 - Quiz

Voorzetsels 4e naamval
Welke hoort er niet bij?
A
durch
B
gegen
C
aus
D
um

Slide 4 - Quiz

Voorzetsels 4e naamval
Welke hoort er niet bij?
A
für
B
von
C
um
D
durch

Slide 5 - Quiz

Welk persoonl. voornaamw. past NIET bij het voorzetsel bei (3de naamval).
A
mir
B
dir
C
sie
D
ihm

Slide 6 - Quiz

Welk pers. vnw. past NIET bij dit voorzetsel für (4de naamval)
A
mich
B
dich
C
ihn
D
ihm

Slide 7 - Quiz

Welk pers. vnw past WEL bij het voorzetsel von (3de naamval)
A
mich
B
dich
C
ihn
D
ihnen

Slide 8 - Quiz

Welk pers. vnw. past WEL bij het voorzetsel gegen (4de naamval)
A
dir
B
es
C
ihm
D
ihnen

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Link