❏ Sluit af met een pakkende call-to-action (¡Reserva ahora! / ¡No te lo pierdas!).
Lengte & vorm
Slide 9 - Slide
HAY
HAY betekent ER IS of ER ZIJN.
Het hoeft NIET vervoegd te worden!
Er is geen yo Hay, tú hay etc.
Wanneer je NO schrijft voor HAY, staat er NO HAY (logisch!)
Je zegt dan : Er is niet/ geen of er zijn niet /geen.
Slide 10 - Slide
Estar
Estar betekent ook 'zich bevinden'.
Estar zegt iets over de toestand van iemand.
Je gebruikt estar dus bij plaatsbepalingen.
VOORBEELDEN VOLGENDE DIA
Slide 11 - Slide
TIP
EN = IN
Als je en voor het naamwoord schrijf, dan gebruik je "HAY"
In het Nederlands: In mijn huis is er een tuin.
En mi casa hay un jardín
Zonder: Mijn huis heeft een tuin
Mi casa tiene un jardín
Slide 12 - Slide
ESTÁ = BEVINDT ZICH
En Amsterdam _______ una zona de museos, el museo Van Gogh _______ en el Museumsplein. En Amsterdam también ______ muchos parques pero Amsterdam no _________ desiertos.
Slide 13 - Slide
ESTÁ = BEVINDT ZICH
En Amsterdam hay una zona de museos, el museo Van Gogh está en el Museumsplein. En Amsterdam también hay muchos parques.
Slide 14 - Slide
1. En mi maleta _______ una toalla y un bikini.
2. La toalla ___________ debajo de la cama.
3. En la terraza __________ muchas personas.
4. El restaurante _________ cerca del hotel.
5. _________ dos bicicletas en el parking --> let op!
6. Mi mochila __________ en la mesa.
7. La paella _________ pollo
Slide 15 - Slide
www.profedeele.es
Slide 16 - Link
❏ Verzin een wervende titel (bijv. “¡Descubre la mágica Sevilla!”).