Brief aan de toekomst - lob

Brief aan de toekomst - lob

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBeroepsoriëntatieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Brief aan de toekomst - lob

Open de les met het idee dat leerlingen zichzelf over 20 jaar verbeelden. De opdracht is persoonlijk, maar blijft een schrijfopdracht binnen Nederlands: inhoud, opbouw en toon staan centraal.

Lesdoel

Ik kan een informele brief aan mijn toekomstige ik schrijven, waarin ik duidelijk beschrijf wie ik over 20 jaar ben, waar ik leef en wat voor werk en leven ik dan heb.

This item has no instructions

Jouw leven over 20 jaar in 3 woorden

Gebruik de woordenwolk als start: welke woorden gaan over werk, wonen, karakter of geluk? Koppel de reacties daarna aan de opdracht om een geloofwaardige toekomstbrief te schrijven.

De opdracht

  • Je schrijft een brief aan je toekomstige ik.

  • Je kijkt 20 jaar vooruit.

  • In de brief beschrijf je wie je dan bent en waar je bent.

  • Je gebruikt wat je al weet over beroep, opleiding en toekomstplannen.

  • De brief is persoonlijk en gaat over jouw mogelijke leven later.

Benadruk dat het geen fantasieverhaal zonder richting is: leerlingen bouwen voort op eerder verzamelde informatie over beroep en opleiding.

Vooruitdenken

bijbaan


vriendschappen


dromen


reizen


geld


opleiding

Help leerlingen voorbij losse wensen te denken. Laat ze zich een geloofwaardige toekomst voorstellen: wonen, leren, werken, veranderen.

Wat moet in de brief?

  • Een beschrijving van jezelf: wat voor persoon ben je geworden?

  • Woonplek: waar woon je of verblijf je?

  • Opleiding: welke opleidingen heb je gevolgd of volg je nog?

  • Werk: welk beroep heb je en waar werk je?

  • Veranderingen: waar ben je mee gestopt of juist aan begonnen?

  • Gevoel en mening: hoe ervaar je jouw leven later?

Maak duidelijk dat deze onderdelen richting geven. Leerlingen hoeven niet in precies deze volgorde te schrijven, zolang alles logisch terugkomt in de brief.

Beroep en opleiding

  • Noem welk beroep je uitoefent.

  • Vertel bij welk bedrijf of welke organisatie je werkt.

  • Leg uit waarom juist dat werk en die plek bij jou passen.

Koppel dit aan eerdere lessen of opdrachten over beroepskeuze. De brief wordt sterker als leerlingen laten zien waarom hun keuze logisch is.

Wat vind je later belangrijk?

Een sterke brief gaat niet alleen over wat je doet, maar ook over wat voor jou telt.


Denk aan geluk, trots, vrijheid, vrienden, familie, gezondheid, succes of rust. Laat zien waar jij later waarde aan hecht en of je het gevoel hebt dat je alles uit het leven haalt.

Deze slide helpt om de brief meer diepgang te geven. Zwakkere teksten blijven vaak hangen in alleen werk en wonen.

Wat maakt deze brief sterker dan alleen lijstjes met feiten?

A

Alleen jaartallen

B

Ook gevoel en keuzes

C

Moeilijke woorden

D

Veel fantasie

De eerste inhoudsblokken leggen uit dat leerlingen niet alleen moeten noemen wat er later is, maar ook hoe zij hun leven beleven en welke keuzes daarbij passen.

Vul de kern van de opdracht aan

In de brief kijk je 20 jaar vooruit. Je beschrijft wie je bent, waar je woont en welk beroep je hebt. Je schrijft ook wat jij later belangrijk vindt.

20 jaar
woont
beroep
belangrijk
10 jaar
reist
hobby
grappig

Alle ingevulde woorden komen rechtstreeks uit de uitleg over inhoud van de brief.

Wat vind jij later het belangrijkst in je leven?

Bespreek dat een goed antwoord iets noemt als: geluk, trots, vrijheid, familie, gezondheid, rust of succes, plus een korte uitleg waarom dit past bij de leerling.

Schrijven aan jezelf

  • Je schrijft aan jezelf.

  • Daarom is de toon informeel.

  • Schrijf alsof je een brief stuurt aan je beste vriend of vriendin.

  • Je mag persoonlijk, direct en echt klinken.

  • Vermijd een stijve of afstandelijke schrijfstijl.

Bespreek kort het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik. Informeel betekent niet slordig: de tekst moet nog steeds duidelijk en verzorgd zijn.

Passende toon

  • Gebruik woorden die natuurlijk bij jou passen.

  • Spreek je toekomstige ik direct aan.

  • Laat nieuwsgierigheid, hoop of trots doorklinken.

U kunt voorbeelden geven van aanspreekvormen zoals 'Hoi ik van later' of 'Beste toekomstige ik', zonder een vaste formule verplicht te maken.

Opbouw van de brief

  • Aanhef: je begint de brief passend.

  • Inleiding: je maakt duidelijk waarom je schrijft.

  • Middenstuk: je vertelt hoe jouw leven eruitziet.

  • Slot: je rondt de brief persoonlijk af.

  • Zorg dat de delen logisch op elkaar aansluiten.

Benadruk dat structuur helpt om de inhoud overzichtelijk te maken. Bij 300 woorden is een duidelijke alinea-indeling belangrijk.

Wat past bij welk deel?

  • Aanhef

  • Korte opening

  • Waarom je aan jezelf schrijft

  • Eerste beeld van later

Begin van de brief

Midden en slot

  • Wonen, leren, werken

  • Veranderingen in je leven

  • Wat jij belangrijk vindt

  • Persoonlijke afronding

Handig voor leerlingen die moeite hebben met plannen van tekst. Het geeft een eenvoudige schrijfroute zonder alles voor te schrijven.

Schrijfdoel van deze opdracht

Door deze brief na te denken over je toekomst, ontdek je beter:

  • waar je goed in bent

  • wat je leuk vindt

  • wat jij belangrijk vindt


Dat helpt je om bewuster na te denken over een toekomstig beroep en een passende opleiding.

Leg uit dat de opdracht dus twee kanten heeft: oefenen met schrijven én nadenken over loopbaankeuzes.

Welke toon past het best bij deze brief?

A

Officieel

B

Zakelijk

C

Informeel

D

Afstandelijk

De brief is aan jezelf geschreven. Daarom moet de toon persoonlijk en direct zijn, maar wel netjes.

Zet de opbouw goed neer

Een goede brief begint met een aanhef en daarna een inleiding waarin je uitlegt waarom je schrijft. In het middenstuk vertel je over wonen, leren en werken. In het slot rond je persoonlijk af.

aanhef
inleiding
middenstuk
slot
titel
kern
alinea
bron

Controleer of leerlingen de vaste briefonderdelen herkennen en in de juiste volgorde kunnen plaatsen.

Eisen aan de opdracht

  • Minimaal 300 woorden

  • Onder de brief zet je het werkelijke woordenaantal

  • De brief bevat aanhef, inleiding, middenstuk en slot

Wijs leerlingen erop dat 'minimaal 300 woorden' betekent dat een te korte tekst niet voldoet, ook als de inhoud goed is.

Bronvermelding

Bij deze opdracht is geen bronvermelding nodig.


Je schrijft een eigen, persoonlijke brief. Een lezer kan jouw toekomstbrief niet opzoeken in een bron, dus je hoeft geen bronnenlijst toe te voegen.

Dit voorkomt verwarring met eerdere opdrachten waarbij informatiebronnen wel verplicht waren.

Wat moet onderaan je brief staan?

A

Bronnenlijst

B

Titel

C

Woordenaantal

D

Samenvatting

Sluit aan op de laatste inhoudsslides: minimaal 300 woorden, werkelijk woordenaantal eronder, geen bronvermelding nodig.

Wat vind jij nu het lastigst aan deze opdracht?

1

Beginnen

2

Inhoud kiezen

3

Toon schrijven

4

300 woorden halen

This item has no instructions

Wat ga je doen?

Open de opdracht in Classroom en start.

This item has no instructions