Doelgroepen les 5

THEMA 3. 
Verslavingszorg
Week 5


Roos Kusters & Lisette van Lierop | SUMMA
1 / 15
next
Slide 1: Slide
MentorlesMBOStudiejaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

THEMA 3. 
Verslavingszorg
Week 5


Roos Kusters & Lisette van Lierop | SUMMA

Slide 1 - Slide

De workshops bestaan elke week uit de volgende onderdelen:
  • Brainstormvraag
  • Uitleg extra theorie (+ zelf lezen "cliënten met verslaving" vanaf blz. 127)
  • Afsluitende opdracht: mindmap of andere opdracht

Programma week 5: 
Verslavingszorg

Slide 2 - Slide

Lesdoelen 
Vorige week: 
  • Huiselijk geweld
Deze week: 
  • Wat zijn verslavingen 
  • Criteria middelenmisbruik 
  • Oorzaken & gevolgen verslaving

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Als je één ding moet noemen waar je geen dag zonder kunt, wat is dat dan?

Slide 5 - Open question

Wat is een verslaving
Verslaving is een ernstige primaire en chronische psychiatrische aandoening. Het wordt gekarakteriseerd door de afhankelijkheid van een middel, een gewoonte of een gedraging.
Afhankelijkheid van een middel/stoffen:
Bijvoorbeeld een verslaving aan alcohol, nicotine, drugs, etc…Bij een verslaving aan stoffen of middelen wordt de verslaving in stand gehouden door het blijven gebruiken van middelen.
Verslaving aan gedrag:
Bijvoorbeeld een verslaving aan gamen, shoppen, gokken, sex, eten. Bij een verslaving aan gedrag ontstaat er een kick door handelingen die worden uitgevoerd waardoor je dit wilt blijven herhalen.








Slide 6 - Slide

Stoornissen
Stoornissen worden onderverdeeld in twee groepen:

  • Stoornissen in het gebruik van een middel, waarbij sprake is van afhankelijkheid en misbruik van het middel.
Hier wordt voornamelijk psychosociale hulpverlening aan gegeven.

  •  Stoornissen als gevolg van het gebruik van een middel. (vergiftiging, onthouding van middelen etc.)
Zij horen thuis in het werkveld van de gespecialiseerde verslavingszorg.




Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Opdracht sociale media  
18 procent van de mensen kan niet langer dan een paar uur zonder sociale media (Instagram, Twitter, Facebook etc.)

  • Groep 1: bedenk 5 argumenten VOOR het gebruik van social media 
  • Groep 2: bedenk 5 argumenten TEGEN het gebruik van social media 
Daarna gaan jullie elkaar overtuigen en kiezen jullie wie de beste argumenten had. 

Slide 9 - Slide

Oorzaken van een verslaving
  • Erfelijkheid, persoonlijke factoren & omgevingsfactoren spelen een rol.
  • Bij 35-80% van de verslaafde speelt erfelijkheid een rol bij de ontwikkeling van een verslaving.
  • Daarnaast kunnen persoonlijke- en omgevingsfactoren ook een rol spelen.
Denk bijvoorbeeld aan een psychische stoornis, het vroegtijdig verlaten van school of financiële problemen (GGZ interventie, 2020).






Slide 10 - Slide

Gevolgen van een verslaving
  • Het kost veel tijd.
  • Gebruikers komen terecht in een neerwaartse spiraal.
  • Het heeft veel invloed op de gebruiker, maar ook op de omgeving van de gebruiker (familie, vrienden).
  • Overmatig gebruik brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.
  • Structurele veranderingen in de hersenen. Voorbeeld: Korsakov.






Slide 11 - Slide

Hulp bij een verslaving
  • Hulp richt zich op het stoppen van een verslaving, maar ook op het stabiliseren ervan.
  • Hulp is niet zozeer gericht op genezing, maar op verzorging en begeleiding met als doel lichamelijke gezondheid en leefomstandigheden te verbeteren.
  • Hulp kan ambulant zijn (zelfs online). Ook intensieve hulp in de vorm van een opname is mogelijk.
  • Ook is het mogelijk om alleen overdag of deeltijd een behandeling te volgen.








Slide 12 - Slide

Criteria van een verslaving 
  • Verslaving wordt vastgesteld aan de hand van 11 criteria van de zogenaamde DSM-V.
  • Voldoe je aan twee of drie criteria dan heb je een milde stoornis in het gebruik van middelen.
  • Voldoe je aan vier of vijf criteria dan is er sprake van gematigde (moderate) stoornis
  • Bij zes of meer symptomen is er sprake van een ernstige stoornis.




Slide 13 - Slide

De 11 criteria 
  • Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
  • Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
  • Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
  • Sterk verlangen om te gebruiken.
  • Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
  • Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het relationele vlak.
  • Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
  • Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
  • Voortdurend gebruik ondanks weet hebben dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
  • Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
  • Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die minder hevig worden door meer van de stof te gebruiken.


Slide 14 - Slide

Verschil afhankelijkheid en misbruik middelen
De vorige versie van de DSM V, de DSM IV maakte nog een verschil tussen afhankelijkheid en misbruik.
Je misbruikt alcohol of drugs wanneer je in een jaar tijd last hebt van tenminste één van de onderstaande symptomen:



  • Gebruik gaat ten koste van je werk, school of thuis.
  • Voortdurend gebruik ondanks terugkerende problemen op sociaal gebied (ruzies).
  • Herhaaldelijk gebruik in gevaarlijke situaties zoals in het verkeer.
  • Door gebruik kom je herhaaldelijk in contact met politie of justitie.



Slide 15 - Slide