18 september

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken: Oerstof, opdr. 8.
  • Opdracht 12 en 13.
  • Hoofdstuk 22: Alles stroomt
  • Grammatica H.22
1 / 42
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 42 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken: Oerstof, opdr. 8.
  • Opdracht 12 en 13.
  • Hoofdstuk 22: Alles stroomt
  • Grammatica H.22

Slide 1 - Slide

Wat doen we vandaag?

Slide 2 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 3 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 4 - Slide

Oerstof

Taalboek blz. 89. 
Hulpboek blz. 10, 
Opdracht 8

Slide 5 - Slide

Opdracht 8, 1 t/m 11. 
  • a Moeder: Thales, het hele volk van Milete vindt je raar.
  • Thales: Lelijke kwaadsprekers hebben je dan bedrogen. 
  • Ik ben namelijk de grote Thales, en het hele volk beschouwt me als wijs en goed en dapper. 
  • Ik heb immers de beroemde zonsverduistering voorspeld. 
  • De verduistering heeft een einde gemaakt aan de lange strijd van de Lydiërs en de Meden. 
  • Sindsdien bewonderen vele mensen me zeer. 
  • Geloof dus de kwaadsprekers niet, lieve moeder: ze spreken immers alleen maar slechte woorden.

Slide 6 - Slide

Opdracht 8, 12 t/m 22.
  • Moeder:  Onze slavin vertelde me een wonderlijke gebeurtenis; 
  • toen ze de gebeurtenis zag, lachte ze erg. 
  • Jij was namelijk eens gedurende de nacht de sterren aan het bekijken en je hield je hele aandacht bij de hoge hemel. 
  • De grote put voor je voeten zag je niet en je viel erin. 
  • De slavin zei: 
  • 'Jouw zoon bekijkt de hemel, maar de gebeurtenissen op aarde ziet hij niet.'
  • Thales: Lachwekkend was de zaak niet voor mij. 
  • Maar, dierbare moeder, lach ook jij mij (nu) uit?

Slide 7 - Slide

Opdracht 8, 23 t/m 30.
  • Moeder: Ik persoonlijk zeker niet, maar ik ben ongelukkig. 
  • Vaak immers vraag ik je: Wanneer ben je van plan te trouwen?' 
  • Jij lacht altijd en zegt: 
  • 'Nu is niet het goede moment, want ik ben jong'. 
  • Maar ik verlang hevig naar een mooie schoondochter en veel kleinkinderen. 
  • Wanneer ben je dus van plan te trouwen?
  • Thales: Goede moeder, nu is niet het goede moment: 
  • ik ben immers een oude man.

Slide 8 - Slide

Oerstof


Hulpboek blz. 11, 
Maak Opdracht 12 en 13.

timer
5:00

Slide 9 - Slide

Opdracht 12
  • ➢Bijvoorbeeld: De tweede zin loopt niet; niet logisch is het gebruik van tegenwoordige tijd en verleden tijd door elkaar.
  • ➢Bijvoorbeeld: Het eerste stuk van de tweede zin is een bijzin, het tweede een hoofdzin; ἐσκόπεις iseen verleden tijd en dat is ook wel logisch gezien de goede vertaling van εἶχες; ὅλον hoort niet bij οὐρανὸν dus de vertaling ‘hele hoge hemel’ is niet correct.
  • ➢Toen ze de zaak had gezien/zag, lachte ze. Jij bekeek eens. Je hele geest/aandacht.

Slide 10 - Slide

Opdracht 13
  • Noteer deze stappen in je schrift
  • Telkens als je een vertaling maakt:
  • Volg deze stappen

Slide 11 - Slide

Alles stroomt


Lees TB blz. 90
Maak HB blz. 12, 
Opdracht 14, 15, 16. 
timer
10:00

Slide 12 - Slide

Opdracht 14
  • a en b eigen verwerking.
  • c: De bijnaam is terecht: ‘duister’ kan betekenen dat de mensen zijn uitspraken niet begrepen. Of: ‘duister’ kan betekenen dat zijn filosofie berust op eenheid van tegendelen, dus dat ook negatieve zaken bestaansrecht hebben.
  • De bijnaam is niet terecht als je ‘duister’ opvat als ‘negatief’. Herakleitos ziet ook het mooie in de wereld en is dus niet alleen maar negatief. Hij ergert zich alleen aan de domheid van de massa.

Slide 13 - Slide

Opdracht 15
  • Bijvoorbeeld:VolgensHerakleitos is er een eenheid van tegendelen, tegengestelde krachten.Een tweeluik bestaat ook uit twee delen dus illustreert ditprincipe mooi:een tweeluik kan alleenbestaat door het tweede deel.OmdatHerakleitos in de traditie bekend staat als de huilende filosoof, is zijn tegendeel de lachende filosoof, dus Demokritos.

Slide 14 - Slide

Opdracht 16
  • a Xanthias en Anthrax.
  • b De slaven praten over hoe moeilijk het leven is (r.11 Ὡς χαλεπός ἐστιν ὅδε ὁ βίος ἡμῶν), over de filosoof Herakleitos (r.15 ἐκεῖνος ὁ Ἡράκλειτος, ὁ σοφὸς ἀνήρ) en zijn filosofie (r.20 ἀεὶ γὰρ ῥεῖ.) en dat de rivier vandaag niet dezelfde is als die van morgen omdat het water stroomt en niet hetzelfde blijft, net als hun leven (r.24-25 Παραρρεῖ οὖν οὕτως ὁ βίος ἡμῶν, ὡς τὸ ὕδωρ τὸ τοῦδε τοῦ ποταμοῦ).

Slide 15 - Slide

Hulpboek blz. 96



Slide 16 - Slide

αὐτός – alle betekenissen
  • Doel ▶︎

  • Je leert het voornaamwoord αὐτός herkennen en vertalen.


Slide 17 - Slide

De vormen van αὐτός

Slide 18 - Slide

De betekenissen van αὐτός
  • 1. hem/haar/het/hen (in de gen/dat/acc)
  • ἀναγιγνώσκω αὐτήν.
  • Ik herken haar.
  • φυλάττομεν τὸν υἱόν αὐτοῦ.
  • Wij bewaken zijn zoon.
  • αὐτοὺς ἔπεισεν.
  • Hij overtuigde hen.

Slide 19 - Slide

De betekenissen van αὐτός
  • 2. zelf
  • ὁ θεὸς αὐτὸς ἥκει.
  • De god zelf komt.
  • αὐτὸς ὁ θεός ἥκει.
  • De god komt zelf.
  • αὐτὸν τὸν θεὸν εἶδον.
  • Ik heb de god zelf gezien.

Slide 20 - Slide

De betekenissen van αὐτός
  • 3. dezelfde/hetzelfde (met lidwoord)
  • τῆς αὐτῆς μητρὸς θυγατέρες εἰσίν.
  • Zij zijn dochters van dezelfde moeder.
  • ἐν τῇ αὐτῇ οἰκίᾳ ἦσαν.
  • Zij waren in hetzelfde huis.
  • ἐν τῇ αὐτῇ οἰκίᾳ ἦσαν καὶ ἐγώ.
  • Zij waren in hetzelfde huis als ik.

Slide 21 - Slide

De betekenissen van αὐτός
  1. hem/haar/het/hen (in de gen/dat/acc)
  2. zelf
  3. dezelfde/hetzelfde (met lidwoord)

Slide 22 - Slide

Hulpboek blz. 97

Maak Ergon 12. 



timer
5:00

Slide 23 - Slide

Ergon 12
  • 1 Ὁ ἀνὴρ αὐτὸν ἔπεισεν.
  • c De man overtuigde hem.
  • 2 Τὸν αὐτὸν ἄνδρα ἔπεισεν. 
  • b Hij overtuigde dezelfde man.
  • 3 Αὐτὸς τὸν ἄνδρα ἔπεισεν. 
  • a Hij overtuigde de man zelf.
  • 4 Αὺτὴ τὸν ἄνδρα ἔπεισεν.
  • b Zij overtuigde de man zelf.

Slide 24 - Slide

Ergon 12
  • 5 Ὁ αὐτὸς ἀνὴρ ἁμαρτάνει.
  • b Dezelfde man vergist zich.
  • 6 Ὁ ἀνὴρ αὐτὸς ἁμαρτάνει. 
  • a De man vergist zich zelf. 
  • 7 Ὁ ἀνὴρ αὐτῇ βοηθεῖ. 
  • c De man helpt haar.
  • 8 Αὐταὶ αὐτῷ βοηθοῦσιν.
  • c Zij zelf helpen hem.

Slide 25 - Slide

Hulpboek blz. 98





Slide 26 - Slide

Aanwijzend voornaamwoord
  • Doel ▶︎

  • Je leert de vormen van de aanwijzende voornaamwoorden ὅδε - οὗτος - ἐκεῖνος herkennen en vertalen.

Slide 27 - Slide

De aanwijzende voornaamwoorden
  • ὅδε         1 deze, dit (hier bij mij)
                      2 de/het volgende

  • οὗτος     1 die, dat (daar bij jou)
                      2 die, dat (laatstgenoemde)

  • ἐκεῖνος  1 die, dat (daar ver weg)
                      2 die, dat (eerstgenoemde)


Slide 28 - Slide

De aanwijzende voornaamwoorden
  • Een boodschapper naderde de koning.
     Die verwelkomde hem en zei het volgende:                       

Slide 29 - Slide

De aanwijzende voornaamwoorden
  • Een boodschapper naderde de koning.
     Die verwelkomde hem en zei het volgende:
  • οὗτος                                

Slide 30 - Slide

De aanwijzende voornaamwoorden
  • Een boodschapper naderde de koning.
     Die verwelkomde hem en zei het volgende:
  • οὗτος                          ἐκεῖνος                 

Slide 31 - Slide

De aanwijzende voornaamwoorden
  • Een boodschapper naderde de koning.
     Die verwelkomde hem en zei het volgende:
  • οὗτος                          ἐκεῖνος                  ὅδε    

Slide 32 - Slide

Bijvoeglijk gebruik
  • ὅδε ὁ ἀνήρ            deze man
  • ὁ ἀνὴρ ὅδε

Slide 33 - Slide

Zelfstandig gebruik
  • τὴν Δημήτερα τιμῶμεν·            Wij vereren Demeter;
  • αὕτη γὰρ τὸν σῖτον φύει.          want zij laat het graan groeien.

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Hulpboek blz. 99

Maak Erga 14, 15, 17. 



timer
5:00

Slide 38 - Slide

Ergon 14
  • 1 Net als bij het lidwoord beginnen alle vormen met de letter τ behalve de nom ev m/v en nom mv m/v
  • 2 Bevat de laatste lettergreep een ο/ω-(twee)klank, dan bevat de eerste lettergreep de tweeklank ού
  • 3 Bevat de laatste lettergreep een α/η-(twee)klank, dan bevat de eerste lettergreep de tweeklank αύ

Slide 39 - Slide

Ergon 15
  •                                    1                                          2                                                                          3
  • ev nom     ἥδε ἡ τέχνη                        οὗτος ὁ πόλεμος                                      τὸ πρᾶγμα ἐκεῖνο
  • gen            τῆσδε τῆς τέχνης             τούτου τοῦ πολέμου                               τοῦ πράγματος ἐκείνου
  • dat              τῇδε τῇ τέχνῃ                   τούτῳ τῷ πολέμῳ                                    τῷ πράγματι ἐκείνῳ
  • acc             τήνδε τὴν τέχνην             τοῦτον τὸν πόλεμον                                τὸ πρᾶγμα ἐκεῖνο
  • mv nom    αἵδε αἱ τέχναι                    οὗτοι οἱ πόλεμοι                                      τὰ πράγματα ἐκεῖνα
  • gen             τῶνδε τῶν τεχνῶν           τούτων τῶν πολέμων                             τῶν πραγμάτων ἐκείνων
  • dat              ταῖσδε ταῖς τέχναις         τούτοις τοῖς πολέμοις                            τοῖς πράγμασι(ν) ἐκείνοις
  • acc              τάσδε τὰς τέχνας            τούτους τοὺς πολέμους                         τὰ πράγματα ἐκεῖνα

Slide 40 - Slide

Ergon 17
  • Bijvoorbeeld: 
  • Uit de tekst blijkt dat de ik-persoon met zijn/haar vader naar het huis ging en dat daar de moeder en de zus van de ik-persoon waren. De ik-persoon zag zijn/haar broer niet.  
  • Als hij/zij moeder vraagt of ze het eten klaar heeft, zegt de ik-persoon ‘wij, hij hier (ὅδε) en ik zijn er, en zij en jij ook’. 
  • Die ὅδε moet wel de vader zijn. 
  • αὕτη moet dan wel die zus zijn en de moeder wordt aangesproken met jij (σὺ). 
  • De ἐκεῖνον is dan de broer die de ik-persoon niet zag.

Slide 41 - Slide

Aan het werk.
  • Herhaal de grammatica t/m 22
  • Leer de woordjes t/m 22
  • Lees Tekstboek blz. 91 
  • Maak Hulpboek blz. 12-13 opdr. 17 en 19.

Dit is ook huiswerk. 

Slide 42 - Slide