Aanwijzend voornaamwoord
Een aanwijzend voornaamwoord (av) wijst iets of iemand aan. De belangrijkste aanwijzende voornaamwoorden zijn: deze, die, dit, dat, zo’n, zulke.
Wederkerend voornaamwoord
Een wederkerend werkwoord heeft een wederkerend voornaamwoord (wkv) bij zich. Het past zich steeds aan het onderwerp aan.
ik heb dit bij me --> wij hebben deze bij ons
jij hebt dat bij je, u heeft dat bij u/zich -> jullie hebben die bij je
hij/zij/het heeft het bij zich ---> zij hebben alles bij zich
Vragend voornaamwoord
Een vragend voornaamwoord (vrv) vraagt naar iets of iemand. Er zijn vier vragende voornaamwoorden: wie, wat, welk(e), wat voor (een).