WNV P3 L3 Verbale & Non-verbale Communicatie

Werknemersvaardigheden 
Periode 03
Communicatie & Sociale Vaardigheden

Les 03
Verbale & Non-verbale Communicatie


1 / 19
next
Slide 1: Slide
WerknemersvaardighedenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Werknemersvaardigheden 
Periode 03
Communicatie & Sociale Vaardigheden

Les 03
Verbale & Non-verbale Communicatie


Slide 1 - Slide


1: Respect
2: Kom op tijd
3: Laptop, boeken en pen mee
4:  Alleen flesje water (geen eten/drinken in lokaal)
5: Geen petten, mutsen en capuchons
6: Telefoon



Afspraken/regels in de klas
Is de les al begonnen? Wacht dan VOOR het lokaal in het zicht van de docent. Zodra de docent het aangeeft mag je naar binnen. 
Gebruik mobiele apparaten alleen wanneer de docent dit aangeeft. 

Slide 2 - Slide

Opdracht 01
Wat weet jij nog van de vorige les?

Slide 3 - Mind map

Vorige les bespreken

Les02 Ruis in de communicatie

Lesdoelen
  • Student kan uitleggen wat ruis in de communicatie is
  • Student kan uitleggen hoe je miscommunicatie voorkomt

In communicatie bedoelen we met toon de manier waarop je iets zegt. 
  • Intonatie: de hoogte en daling van je stem.
  • Volume: hoe hard of zacht je praat.
  • Tempo: of je snel of langzaam spreekt.
  • Kleur of emotie in je stem: klinkt het boos, vrolijk, sarcastisch, neutraal…

Lichaamstaal is alles wat je met je lichaam laat zien zonder woorden.


Mimiek is de uitdrukking van je gezicht.

Ruis is alles wat communicatie verstoort.
Het zorgt ervoor dat een boodschap niet helemaal goed aankomt.

Voorbeelden:
  • Geluid: lawaai in de klas waardoor je iemand niet goed hoort.
  • Afleiding: iemand die ondertussen op zijn telefoon kijkt.
  • Onbegrip: moeilijke woorden die je niet snapt.
Ruis betekent dus: er gaat iets mis waardoor de ander jouw boodschap niet (helemaal) begrijpt.

Je kunt ruis voorkomen door duidelijk te praten, goed te luisteren, moeilijke woorden te vermijden en te zorgen dat er zo min mogelijk afleiding of lawaai is.


Slide 4 - Slide

Opdracht: Twee waarheden en een leugen
Kan jij zien of iemand liegt?  Neem enkele minuten om de opdracht voor te bereiden. Alle studenten verzinnen twee waarhden en één leugen.

Uitleg
Een student vertelt drie dingen over zichzelf, waarvan er één  niet waar is.
  1. De groep schrijft op welke uitspraak gelogen is en waarom. De student zwijgt.
  2. De groep stelt 1–1,5 minuut vragen om de leugen te ontmaskeren (let op vraagtechniek).
  3. De groep noteert opnieuw hun keuze en motivatie; bespreek of iemand van mening is veranderd.
  4. De student onthult de leugen.




Voorbeeld: "Ik rijd Mercedes, ik heb 3 kinderen en ik heb een slang als huisdier."

Slide 5 - Slide

Lesdoel

Student kan uitleggen wat verbale communicatie is

Student kan uitleggen wat non-verbale communicatie is

Student oefent met verbale en non-verbale communicatie

Slide 6 - Slide

Opdracht 02
Oefenen met wat we herkennen 

Slide 7 - Slide

Even jullie Engels oefenen
Honden (en andere dieren) praten ook met hun lichaamshouding  

Slide 8 - Slide

Opdracht 03

Bekijk de video over lichaamstaal. 

Schrijf tenminste vijf woorden op van iets wat je leuk vindt, niet begrijpt of waar je een vraag over wilt stellen.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Opdracht 04
Je hebt geleerd hoeveel je kunt zien aan iemand zijn lichaamstaal en -houding. 

We kijken nu naar een heel ander filmpje (in het Engels).
 
Het gaat er nu niet om of je de verbale taal (de woorden) begrijpt, maar probeer te zien (schrijf op!) welke non-verbale communicatie je denkt te zien 



Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Opdracht 05
We kijken nog een oud filmpje, in deze video zie je heel overdreven - en daardoor grappige- gezichtsuitdrukkingen 

Beschrijf tenminste drie gezichtsuitdrukkingen die je gezien hebt.



Slide 13 - Slide

Breng nieuwe info aan:



Slide 14 - Slide

Opdracht 06: 
Persoonlijke ruimte/Je grens bepalen
Iedereen ervaart zijn eigen ruimtegrens anders. Als iemand te dichtbij komt, merk je dat vaak fysiek (bijv. spanning, zweten, trillen) en je kunt vaak non-verbale communicatie zien. We gaan dit ervaren. Let dus goed op non-verbale signalen 

  1. Student A staat aan de ene kant, student/ docent B aan de andere kant.
  2. B loopt stap voor stap rustig naar A toe.
  3. Na elke stap geeft A aan of hij iets voelt veranderen.
  4. Zodra A zijn grens bereikt, beschrijft hij wat hij merkt (bijv. warm, gespannen, adem inhouden) en waar in het lichaam hij dit voelt.

Slide 15 - Slide

Opdracht 07: 
Samenwerken zonder woorden
Doel: ervaren hoe je met alleen non-verbale communicatie (houding, gebaren, mimiek) samen iets kunt bereiken.


Uitvoering:
1. Verdeel de klas in groepjes van 4–5 studenten.
2. Geef elk groepje een simpele taak (zie volgende bladzijde)
3. Regel: Eén student krijgt de opdracht maar er mag niet gepraat worden en geen geluiden maken; alleen non-verbale communicatie is toegestaan. De student met de opdracht probeert door non-verbale communicatie de andere studenten de opdracht te laten maken
4. Na afloop: bespreek hoe het ging.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Volgende week
Formele en informele communicatie

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide