1. Aslan verdiende vorige week 45 euro. Deze week verdient hij het dubbele. Hoeveel euro verdient Aslan deze week?
2. Een pizza kost normaal 11 euro. Vandaag is de pizza voor de helft van de prijs. Hoeveel kost de pizza?
3. In een eierdoos zitten 12 eieren. Mijn moeder koopt 2 dozen. Hoeveel eieren zijn het samen?
4. Anton fietst 12 km. Elisa fietst 16 km. Wie fietst het meest?