Thema vervoer part 2

Thema: VERVOER
Te
1 / 35
next
Slide 1: Slide
EngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Thema: VERVOER
Te

Slide 1 - Slide

Introductie: De leerlingen gaan volgend jaar beginnen met dit thema. In de les van vandaag zullen zij alvast kort kennis maken met dit onderwerp.  
Aan het einde van de les:
  • ken ik verschillende soorten vervoer  in het Engels.
  • ken ik nieuwe woorden over het vervoer in het Engels.
  • kan ik in het kort vertellen welk vervoer ik gebruik als ik naar school ga. 

Slide 2 - Slide

Zelfde leerdoelen als vorige week. Laatste leerdoel is dikgedrukt, dat is de uitgangs punt van deze les. 
Transport
Waar denk je aan bij deze foto?

Slide 3 - Mind map

Introductie A: We gaan nadenken over vervoer. Kijk naar de foto, waar denk je aan? ( Denk  bv aan hoe je vandaag naar school bent gegaan.) 
Schrijf minstens 3 woorden op in het Nederlands, mag ook in het Engels. 
Which transport do you remember?

Slide 4 - Mind map

Kijk wat de leerlingen nog herinneren van vorige les, uiteraard word er geschreven in het Engels. 
Kinds of transport

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Lorry/truck=
Rocket=

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Lorry/truck= Vrachtwagen
Rocket= racket 

Slide 7 - Slide

uitleg: underground word gebruikt in engeland en subway in america. 
Metro kan ook gebruikt worden in het engels. 
Submarine:
Van= 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Submarine= onderzeeër
Van= busje

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Schip=
Zeilboot=

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Schip= ship
Zeilboot= Sail boot 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Transport
Lorry/truck: 
Taxi: 
Van: 
Submarine: 
Sail boat: 
Schip:
Rocket:


Slide 12 - Slide

Kijk wat de leerlingen al kennen en probeer ze op weg te helpen de betekenis te achterhalen. 

Slide 13 - Slide

Bespreek de woorden nogmaals

Translate the words/sentences

Slide 14 - Slide

Nu we verschillende woorden hebben besproken gaan we een kort opdrachtje maken om te kijken hoeveel jullie hebben opgepakt van deze woordjes. 

Openbaar vervoer=

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Ik ga met=

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Metro=

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Fiets=

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Ik ga naar school met de auto =

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

zeilboot=

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Ik neem=

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Ik neem de bus

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Vliegtuig=

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Vrachtwagen=

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Eigen antwoord: How do you go to school?

Slide 25 - Open question

Schrijf op in correcte Engelse zin. Mogen meerdere zinnen zijn. 
Voorbeeld op het boord schrijven: 
I go to school by .... (and ...)
I take the ... (then ... )
(als je meerdere vervoer gebruikt dan kan je dat opschrijven door and en then, dit uitleggen.)

Listening

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Link

Leerlingen mogen dit op eigen telefoon doen. Leerlingen uitleggen hoe het werkt. Elke leerling gaat zo op zijn telefoon naar het filmpje kijken  en luisteren. Instellingen veranderen naar casino game. En uitleggen dat ze bets kunnen zetten. En wie het meeste geld heeft heeft gewonnen. 
Writing

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Uitlegblok
1. Uitlegblok zelfstandig doornemen.
2. Uitlegblok klassikaal doornemen. 
3. Zelf schrijven hoe je naar school gaat in minimaal 5 zinnen. 
4. Klassikaal bespreken. 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

timer
10:00

Slide 30 - Slide

Eerst klassikaal modellen. 
Bij het zelf schrijven moet je de leerlingen duidelijk maken dat ze de zinnen in het uitlegblok mogen gebruiken, maar wel moeten aanpassen. 
BV; Bij de eerste zin. Als een leerling een kleine auto heeft dan moet hij deze aanpassen inde zin. 
Als een leerling niet met de auto gaat dan moet hij verder kijken in de tekst, daar staan meerder vervoermiddelen. 
De leerlingen kunne zo aan 5 zinnen komen, 
- door ontkenning te gebruiken, 
- door woorden als , also, sometimes te gebruiken. 
- En ook seizoenen, want in de zomer heb je meer zin om te lopen maar in de winter brengen je ouders  je met de auto. 
- En wie je bent in the vehicle, de chauffeur of passagier? etc. 

Short Quiz 

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Tek
A vehicle that transports passengers. 
Using this vehicle is good for your health.
It travels long distances in the sea.
A four wheeled road vehicle, can carry big amount of products.

Slide 32 - Drag question

This item has no instructions

Afsluiting

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Wat hebben jullie vandaag geleerd?
Leerdoelen:

  • Jullie kennen nu verschillende soorten vervoer in het Engels.
  • nieuwe woorden over het vervoer in het Engels.
  • en jullie kunnen nu in het kort vertellen welk vervoer je gebruikt als je naar school gaat.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions