Par 5 Remweg en reactietijd

2 vmbo
Hoofdstuk:
Bewegen

Paragraaf:
5. Remweg en reactietijd

1 / 36
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

2 vmbo
Hoofdstuk:
Bewegen

Paragraaf:
5. Remweg en reactietijd

Slide 1 - Slide

Titel
Lesdoel;
Begrippen;
Ik kan de reactieafstand berekenen als de snelheid en de reactietijd bekend is.

Ik kan uitleggen welke factoren de reactietijd groter en de remweg langer maken.

Ik kan uitleggen waarom het gevaarlijk is om bij regen, sneeuw en ijzel hard te rijden.

- remweg
- reactietijd
- reactieafstand
- stopafstand

Slide 2 - Slide

Uitleg
BB
KGT
wat?
uitleg over:
en over:
gedrag
leerling
- opletten
- aantekeningen maken
- vragen stellen
- opletten
- aantekeningen maken
- vragen stellen
tijd?
10 min

Slide 3 - Slide

Remweg
Als je remt, sta je niet meteen stil. Nadat je begint met remmen,  neemt je snelheid af totdat je stilstaat.

De afstand die je aflegt vanaf het intrappen van de rem tot het moment dat je stilstaat, noem je de remweg.


Slide 4 - Slide

De lengte van de remweg hangt af van;
- De snelheid. Hoe groter je snelheid, hoe langer de remweg
- Hoe hard je remt. Harder remmen verkort je remweg.
- De massa van je voertuig. Een lichte auto heeft een korte remweg.
- Hoe glad het wegdek is. Op een droge weg is je remweg kort, op een nat of glad wegdek is je remweg lang.

Slide 5 - Slide

Vraag 1;
Schrijf 4 dingen op die invloed hebben op de lengte van de remweg.

Slide 6 - Open question

Vraag 2;
Wat gebeurd er met de remweg als er sneeuw op de weg valt.
A
de remweg wordt langer
B
de remweg wordt korter
C
de remweg bijft gelijk

Slide 7 - Quiz

Vraag 3;
In de kofferbak van een auto liggen 4 zware zakken cement.
De remweg wordt .......
A
langer
B
korter

Slide 8 - Quiz

Vraag 4;
Het begint te regenen.
De remweg wordt .......
A
langer
B
korter

Slide 9 - Quiz

Vraag 5;
De remblokken van de auto zijn net vervangen (nieuw).
De remweg wordt .......
A
langer
B
korter

Slide 10 - Quiz

Reactietijd en reactieafstand
Als er iemand plotseling oversteekt, rem je niet meteen.
Je hebt tijd nodig om te reageren. Deze tijd noem je de reactietijd. De afstand die je in deze tijd aflegt, noem je de reactieafstand.

Bij de meeste mensen is de reactieijd ongeveer 1 seconde. 

Je reactietijd hangt af van hoe goed je oplet (concentratie). Vermoeidheid, appen of bellen, alcohol, drugs en medicijnen vergroten de reactietijd.

Pas na de reactietijd trap je op de rem. 

Slide 11 - Slide

Stopafstand
De totale afstand die je aflegt tot je stilstaat noem je de stopafstand.

De stopafstand is dus de reactieafstand plus de remweg.

stopafstand = reactieafstand + remweg

Slide 12 - Slide

Vraag 6;
De afstand die je aflegt vanaf het zien van het gevaar tot je begint met remmen noem je de ......
A
remweg
B
reactieafstand
C
stopafstand

Slide 13 - Quiz

Vraag 7;
Wat gebeurt er met de reactie-afstand als je op je telefoon zit tijdens het rijden.
A
die wordt langer
B
die wordt korter
C
er gebeurd niets

Slide 14 - Quiz

Vraag 8;
Wat gebeurt er met de reactie-afstand als je heel erg moe bent.
A
die wordt langer
B
die wordt korter
C
er gebeurd niets

Slide 15 - Quiz

Vraag 9;
Demi rijdt op haar fatbike. Ze ziet een kind de weg op rennen. Ze begint na 1 seconde met remmen. Ze remt 3,5 seconden lang en legt daarbij 11,5 meter af. Demi heeft in totaal 19 meter nodig om tot stilstand te komen.
Vraag; Hoeveel seconde is haar reactietijd?

Slide 16 - Open question

Vraag 10;
Demi rijdt op haar fatbike. Ze ziet een kind de weg op rennen. Ze begint na 1 seconde met remmen. Ze remt 3,5 seconden lang en legt daarbij 11,5 meter af. Demi heeft in totaal 19 meter nodig om tot stilstand te komen.
Vraag; Hoeveel meter is haar remweg?

Slide 17 - Open question

Vraag 11;
Demi rijdt op haar fatbike. Ze ziet een kind de weg op rennen. Ze begint na 1 seconde met remmen. Ze remt 3,5 seconden lang en legt daarbij 11,5 meter af. Demi heeft in totaal 19 meter nodig om tot stilstand te komen.
Vraag; Hoeveel meter is haar stopafstand?

Slide 18 - Open question

Reactieafstand berekenen
De afstand die je aflegt tijdens de reactietijd, noem je de reactieafstand.

Om de afgelegde afstand uit te rekenen gebruik je;
afstand = snelheid x tijd

De reactietijd staat altijd in seconden, de snelheid vul je in m/s in.


gegeven
de tijd is 0,8 s
de snelheid is 10 m/s
gevraagd
de afstand in m
formule
afstand = snelheid x tijd
berekening
afstand = 10 x 0,8
antwoord
afstand = 8 m
Voorbeeld;
Een scooterrijder rijdt met 10 m/s. Het verkeerslicht springt op oranje. De reactietijd van de bestuurder is 0,8 s.
Hoe groot is de reactieafstand?

Slide 19 - Slide

Vraag 12;
Reken om;
a. 36 km/h = ......... m/s
b. 100 km/h = ......... m/s

Slide 20 - Open question

Vraag 13;
Ayla rijdt met een snelheid van 20 m/s. Ze ziet dat het verkeerslicht op oranje springt en trapt op na 0,8 sec op de rem.
Bereken haar reactieafstand.

Slide 21 - Open question

Vraag 14;
Tim fiets met een snelheid van 36 km/h. Hij nadert een druk kruispunt en ziet dat hij moet remmen. Na 1,0 seconde begint hij met remmen.
Bereken haar reactieafstand.
Tip; reken eerst de snelheid om in m/s

Slide 22 - Open question

Toepassen
Een gladheidsbestrijder zorgt ervoor dat de wegen in de winter sneeuw- en ijsvrij zijn.
Bij sneeuw of ijzel hebben de banden van een auto minder grip op de weg. Daardoor is bij het remmen op een besneeuwde weg de remweg veel langer dan op een droge weg. 
Om de weg zo veilig mogelijk te houden, heeft elke gemeente een strooiploeg. Die gaat met strooiauto's de weg op om zout te strooien. Dit zout zorgt ervoor dat sneeuw en ijs smelten en dat de wegen minder glad zijn.

Slide 23 - Slide

Vraag 15;
Olaf rijdt met een strooiwagen en strooit zout op de weg.
Waar of niet waar?
Zout zorgt ervoor dat sneeuw en ijs op de weg smelt.
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quiz

Vraag 16;
Olaf rijdt met een strooiwagen en strooit zout op de weg.
Waar of niet waar?
Banden van auto's hebben daardoor minder grip op de weg.
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quiz

Vraag 17;
Bekijk de afbeelding hiernaast.
Wanneer is de remweg het langst?
A
als het droog is
B
als het regent
C
als het sneeuwt
D
als het ijzelt

Slide 26 - Quiz

Vraag 18;
Bij regen, sneeuw of ijzel hebben banden minder grip op de weg. leg uit waarom het juist dan gevaarlijk is om hard te rijden.

Slide 27 - Open question

Vraag 19;
Strooiwagens rijden over een besneeuwde weg. Schrijf twee redenen op waarom een strooiwagen minder last heeft van de gladheid dan een personenauto.

Slide 28 - Open question

Even checken

Slide 29 - Slide

Extra uitleg
In de volgende filmpje kan je nog extra uitleg vinden.

Slide 30 - Slide

Werken
BB
KGT
wat?
zelfst. werken
zelfst. werken
hoe?
vr 1 tm 6, 
vr 8 tm 10
vr 13 tm 16 + 18

blz 2 tm 5
vr 1 tm 19

blz 2 tm 5
tijd?
20 min
20 min
hulp?
tweetal
docent loopt hulpronde
tweetal
docent loopt hulpronde
klaar?
nakijken

lezen practicum "Kleuren uit wit licht"
nakijken

lezen practicum "Kleuren uit wit licht"                 
extra?
De KGT vragen
timer
1:00

Slide 31 - Slide

Hoe ging het vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 32 - Poll

Ik snap de volgende begrippen van uitleg "geleider isolator";
elektrische stroom
geleider
isolator
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 33 - Poll

Ik snap de volgende begrippen, van uitleg "gesloten stroomkring";
gesloten stroomkring
schakelaar
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 34 - Poll

Ik snap de volgende begrippen, van uitleg "Stroomsterkte":
stroomsterkte
stroommeter
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 35 - Poll

De volgende les:
De volgende les gaan we:
Practicum "elektriciteit"

De volgende week doen we;
Par 3 "Schakelschema's"

Slide 36 - Slide