8.3 Democratisering in Nederland

8.3 Democratisering in Nederland

De opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen:
liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

8.3 Democratisering in Nederland

De opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen:
liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Hoe kwamen het liberalisme, nationalisme
en socialisme op?
Vanaf 1815 ontstonden politieke stromingen als het liberalisme, nationalisme en socialisme, die zich verzetten tegen de conservatieve monarchieën. Door de opkomst van de burgerij en de arbeidersklasse groeide hun invloed.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Liberalisme
Aanhangers: burgerij (daar horen arbeiders niet bij)
  • Vrijheid van het individu
  • Macht van de koning beperken met grondwet die rechten  van burgers garandeert
  • Gekozen parlement
  • Weinig/geen bemoeienis van de overheid met burgers
  • Markteconomie (vraag en aanbod)

Slide 5 - Slide

Nationalisme
Aanhang: voornamelijk burgerij.
Door democratische revoluties ontwikkelde het idee dat mensen behoorden tot een volk met een eigen taal, geschiedenis en cultuur. Mensen hadden liefde/trots voor hun eigen land en vonden dat ze recht hadden op een eigen staat (natiestaat). Populair onder volken zonder eigen land zoals in Duitsland, Italië, Griekenland en Servië.

Slide 6 - Slide

Conservatisme
Aanhang: adel, geestelijkheid en officieren in leger

  • Recht tegenover liberalen en nationalisten
  • Conservatieven vonden ideeën van vrijheid en gelijkheid gevaarlijk. Door menselijke instincten vrij te laten ontstaat chaos (Franse revolutie)
  • Leiding door kerk, adel, monarchie en leger is het beste voor iedereen

Slide 7 - Slide

Socialisme
Aanhang: arbeiders

  • Gelijkheid staat centraal. Tegen verschillen in macht en inkomen
  • Productie moet plaatsvinden op basis van behoefte, niet op basis van winst

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Confessionelen & de schoolstrijd

Slide 10 - Slide

Bijzonder onderwijs
  • Confessionelen gingen eigen scholen stichten: Bijzonder onderwijs. 
  • Openbare scholen werden uit de staatskas betaald.
  • Bijzondere scholen moesten alles zelf betalen

Slide 11 - Slide

Pacificatie 1917
Compromis (=overeenkomst) gesloten over twee slepende kwesties:
- de Schoolstrijd
- Invoering algemeen mannenkiesrecht
En de vrouwen...?

Slide 12 - Slide

Feminisme
Beweging die strijdt voor gelijke rechten voor vrouwen (Eerste Feministische Golf)     

- Wilhelmina Drücker en Aletta Jacobs

- Hoger onderwijs voor vrouwen, betaalde arbeid en vrouwenstemrecht.

- 1919 kiesrecht voor vrouwen


Slide 13 - Slide

LIBERALISME
SOCIALISME
NATIONALISME
CONFESSIONALISME
CONSERVATISME
FEMINISME
geloof / religie
gelijkheid
volksgeest
vrouw!
vrijheid

Slide 14 - Drag question

‘Waar de mannen strijden, wint de vrouw.’
A
Confessionalisme
B
Feminisme
C
Liberalisme
D
Nationalisme

Slide 15 - Quiz

‘Karakter hebben en Duits-zijn, dat is één en hetzelfde.’
A
Confessionalisme
B
Feminisme
C
Liberalisme
D
Nationalisme

Slide 16 - Quiz

‘Het verzekeren van het permanente geluk van ieder en allen.’
A
Confessionalisme
B
Nationalisme
C
Liberalisme
D
Socialisme

Slide 17 - Quiz

‘Vrijheid. Over zichzelf, over zijn eigen lichaam en geest, ieder mens zijn eigen meester.’
A
Confessionalisme
B
Nationalisme
C
Liberalisme
D
Socialisme

Slide 18 - Quiz

‘De kerk dringt onverbiddelijk door in alle levenssferen.’
A
Confessionalisme
B
Nationalisme
C
Liberalisme
D
Socialisme

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

welke stroming?

Slide 21 - Open question

Artikel 10.
Het recht der ingezetenen tot vereeniging en vergadering wordt erkend. De wet regelt en beperkt de uitoefening van dat recht in het belang der openbare orde. (1848)

Slide 22 - Slide

Welke stroming?

Slide 23 - Open question

Welke stroming?

Slide 24 - Open question

welke stroming?

Slide 25 - Open question