Quiz december 2025 - 4 VWO Beco

Quiz december 2025 - 4 VWO Bedrijfseconomie
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Quiz december 2025 - 4 VWO Bedrijfseconomie

Slide 1 - Slide

Beleggen in aandelen is ...(1) dan sparen en de kans op een hoog rendement bij aandelen is ...(2)
A
1 minder risicovol 2 kleiner
B
1 minder risicovol 2 groter
C
1 risicovoller 2 kleiner
D
1 risicovoller 2 groter

Slide 2 - Quiz

Meneer Kielstra spaart geld voor een weekend Munchen. Wat is het spaarmotief van Meneer Kielstra
A
sparen voor rente
B
sparen uit voorzorg
C
sparen voor een bepaald doel

Slide 3 - Quiz

Een vast (gelijkblijvend) interest percentage vinden we bij
A
Bitcoin
B
Aandelen
C
Spaar deposito's
D
Spaarrekeningen

Slide 4 - Quiz

Een spaarrekening kent
A
Enkelvoudige interest
B
Samengestelde interest

Slide 5 - Quiz

Bij het deposito garantiestelsel
A
Wordt het volledige bedrag op alleen spaarrekeningen vergoed per bank
B
Wordt het volledige bedrag op alleen spaar deposito's vergoed per bank
C
Wordt tot 100.000 euro per bank vergoed op alleen spaarrekeningen
D
Wordt tot 100.000 euro per bank vergoed op zowel depositos als spaarrekeningen

Slide 6 - Quiz

Bereken de enkelvoudige interest na 2 jaar sparen:
€1000 op de rekening tegen 2% rente
A
€40,00
B
€1040,00
C
€ 40,40
D
€ 1040,40

Slide 7 - Quiz

Bereken de opgebouwde rente na 2 jaar
sparen €1.000 op een rekening tegen 1,5% enkelvoudige rente
A
1,5 * 1000 = €1500,00
B
0,015 * 1.000 = €15
C
1,5% * 1.000 + 1,5 % * 1.000 = €30,00
D
((1,015)^2 * 1.000) - 1.000 = €30,26

Slide 8 - Quiz

Je krijgt 0,5% samengestelde interest per half jaar, hoeveel is dat per jaar?
A
0,5%
B
0,5% * 2 = 1%
C
(1,005)^2 = 1,010025 1,0025%

Slide 9 - Quiz

Bereken de eindwaarde van de rente na 30 jaar sparen:
€1000 op de rekening tegen 2% samengestelde rente per jaar.
A
€1.061,21
B
€1.060
C
1811,36
D
1800

Slide 10 - Quiz

Je stort vanaf 1-1-2012 elk jaar €1.500 op een spaarrekening met 2,4% rente samengestelde interest per jaar.

Wat is "a" bij berekenen eindsaldo op 31 december 2019.
A
a = 1,024
B
a = 1
C
a = 1,024^4

Slide 11 - Quiz

Je stort vanaf 1-1-2012 elk jaar €1.500 op een spaarrekening met 2,4% rente samengestelde interest per jaar. De laatste storting is op 1 januari 2016.

Wat is "a" bij berekenen eindsaldo op 1 januari 2020.
A
a = 1,024
B
a = 1
C
a = 1,024^4

Slide 12 - Quiz

Je stort vanaf 1-1-2012 elk jaar €1.500 op een spaarrekening met 2,4% rente samengestelde interest per jaar.

Wat is "a" bij berekenen eindsaldo op 1 januari 2020.
A
a = 1,024
B
a = 1
C
a = 1,024^4

Slide 13 - Quiz

Je stort vanaf 1 april 2018 elk kwartaal €600 op een spaarrekening met 0,8% samengestelde interest per kwartaal.
We willen de eindwaarde weten op 1 april 2020.

Wat is "n" in dit geval?
A
n = 8
B
n = 9
C
n = 2
D
n = 10

Slide 14 - Quiz

Je stort vanaf 1 januari 2015 elk jaar €4.000 op een spaarrekening met 2,9% samengestelde interest per jaar.
We willen de eindwaarde weten op 31 december 2019.

Wat is "r" in dit geval?
A
r = 4.000
B
r = 1,029
C
r = 6
D
r = 5

Slide 15 - Quiz

Je stort vanaf 1 januari 2015 elk jaar €4.000 op een spaarrekening met 2,9% samengestelde interest per jaar.
We willen de eindwaarde weten op 31 december 2019.

Wat is "n" in dit geval?
A
n = 4.000
B
n = 1,029
C
n = 4
D
n = 5

Slide 16 - Quiz

Je stort vanaf 1 juli 2017 elk half jaar €900 op een spaarrekening met 1,7% samengestelde interest per half jaar. De laatste storting is op 31 december 2018.
We willen de eindwaarde weten op 31 december 2025.
--> Wat is "r" in dit geval?
A
r = 900
B
r = 1,017
C
r = 1,017^14
D
r = 4

Slide 17 - Quiz

Je stort vanaf 1 juli 2017 elk half jaar €900 op een spaarrekening met 1,7% samengestelde interest per half jaar. De laatste storting is op 31 december 2018.
We willen de eindwaarde weten op 31 december 2025.
--> Wat is "n" in dit geval?
A
n = 4
B
n = 3
C
n = 18
D
n = 17

Slide 18 - Quiz

Cas Derks stort maandelijks aan het begin van iedere maand € 200 op een spaarrekening. Cas doet dat voor het eerst op 1 augustus 2017. Het interestpercentage bedraagt 0,25% samengestelde interest per maand. Bereken de eindwaarde op 30 september 2018.
A
€ 2.439,36
B
€ 2.639,36
C
€ 2.645,96
D
€ 2.853,07

Slide 19 - Quiz

Toelichting:
a = 1,0025
r = 1.0025
n = 13
 
 200 × 1,0025 × (1,0025^13 – 1)/(1,0025 – 1) = 2.645,96

Slide 20 - Slide

Mathilde Wentink stort aan het begin van ieder jaar € 2.000 op een spaarrekening, te beginnen op 1 januari 2018. Voor het laatst doet zij dat op 1 januari 2026. De samengestelde interest is 3%. Bereken de eindwaarde op 1 januari 2031.
A
€ 23.554,37
B
€ 24.261,01
C
€ 25.805,39
D
€ 26.579,56

Slide 21 - Quiz

Toelichting:
a= 1,03^5
r = 1,03
n = 9
 
 2.000 × 1,03^5 × [(1,03^9 – 1)/(1,03 – 1)]  = 23.554,37


Slide 22 - Slide

Over 2 jaar staat er € 16.000 op je rekening, de samengestelde rente is
5 % pj. Wat is nu de contante waarde?
A
€ 16.000 x 1,05^2
B
€ 16.000 x 1.05^-2
C
€ 16.000 : 1.05^2
D
€ 16.000 : 1.05

Slide 23 - Quiz

Myra wil een reis maken. Ze heeft een spaarrekening waarbij ze 1,5% samengestelde rente per jaar ontvangt.
Hoeveel moet ze nu wegzetten om over 5 jaar te beschikken over € 2.500? Oftewel: hoeveel is de contante waarde van dit bedrag.
A
€ 2.320,65
B
€ 557,53
C
€ 2.156,52
D
€ 2.605,33

Slide 24 - Quiz

Liza heeft een weddenschap verloren met een vriendin en moet de komende zes jaar, voor het eerst op 1 januari 2024 en steeds aan het begin van elk jaar, € 120 betalen.

Bereken de contante waarde van de toekomstige betalingen op 1 januari 2015. De samengestelde interest bedraagt 1,5% per jaar.
A
625,24
B
606,89
C
683,66
D
747,55

Slide 25 - Quiz

Toelichting
a = 1,015⁻¹⁴
r = 1,015
n = 6
S = 1,015⁻¹⁴ x ((1,015⁶ - 1) / (1,015 - 1)) = 5,057
C = 120 x 5,057 = € 606,89

Slide 26 - Slide

Dit onderwerp is..
A
Makkelijk
B
Moeilijk
C
Gemiddeld
D
Mweh

Slide 27 - Quiz