1.3 t/m 1.5_plaattektoniek, oorzaken en gevolgen

Actieve aarde 
schuivende continenten 

oorzaken en gevolgen

1 / 47
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Actieve aarde 
schuivende continenten 

oorzaken en gevolgen

Slide 1 - Slide

2

Slide 2 - Video

02:24
Wat klopt er geologisch gezien wél in deze video?

Slide 3 - Mind map

02:37
Wat klopt er geologisch gezien niet?

Slide 4 - Mind map

Beeldfragmenten en vragen!
Het oog geeft aan dat er vragen bij een filmfragment worden gevraagd.
Vraag en antwoord!
Het vraagteken geeft antwoord op gestelde vragen uit de slides.
Interactieve kaarten en externe weblinks!
De punaise geeft aan dat er een link kan worden bekeken met daarin interactieve kaarten, statistiek of andere websites die relevant zijn voor het onderwerp van de slide.
Tips voor het maken van aantekeningen!
Rode woorden - begrippen die belangrijk zijn voor het SO
Blauwe woorden -begrippen en woorden zijn ter verduidelijking en belangrijk bij het beantwoorden van aardrijkskundige vragen

Slide 5 - Slide

Vandaag
gesteentecyclus (check) 
platentektoniek 


Slide 6 - Slide

Sedimentsgesteente
Stollingsgesteente
Stijging/plooing
Verwering/Erosie
Metamorf gesteente

Slide 7 - Drag question

Sleep de begrippen naar de juiste plaats in de tekening.
Aardkorst
Mantel
Aardkern

Slide 8 - Drag question

Opbouw van de aarde
Even terug naar de les van vorige week

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide


Welk hoofdtype gesteente is dit?
A
Stollingsgesteente
B
Sedimentgesteente
C
Metamorf gesteente

Slide 11 - Quiz

Bij nummer 1 ontstaat:
A
Sedimentgesteente
B
Stollingsgesteente
C
Metamorf gesteente

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Video

Stollingsgesteente
Dieptegesteente
Sedimentgesteenten

Slide 14 - Slide

Convectiestromen?
Mantelconvectie is convectiestroming in vast gesteente in de aardmantel. Convectie treedt in de Aarde op twee plaatsen op: in de aardmantel en in de buitenkern. De convectie van vast materiaal in de aardmantel is een aandrijvend mechanisme van platentektoniek in de lithosfeer.

Slide 15 - Slide

Leerdoelen §1.3 en §1.4 
  • Je kan uitleggen hoe we de geologische ouderdom van de aarde meten;
  • Je kunt bewijzen voor de de beweging van de platen noemen (paleomagnetisme, vergletsjering, flora en fauna); 

  • Je kunt drie verschillende plaatbewegingen benoemen; 
  • Je kan verschillende geologische verschijnselen bij de verschillende breukzones beschrijven en verklaren (mid-oceanische ruggen, plooiingsgebergte, diepzeetroggen, breukgebergten); 
  • Je kunt het verband tussen aardbevingen en platentektoniek beschrijven en verklaren. 
  • Je kan de werking van een ‘hotspot’ uitleggen;
  • Je kan strato- en schildvulkanen herkennen en hun eigenschappen benoemen.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Geologische ouderdom van de aarde, 2 belangrijke principes 
  1.  Alle sedimenten worden in horizontale beddingen afgezet. Als de lagen geplooid zijn, weet je dat ze door druk zijn gevormd, nadat ze eerst horizontaal zijn neergelegd. 
  2. Als lagen sedimenten op elkaar liggen, is de onderliggen de laat ouder dan de bovenliggende. Principe van superpositie 

Slide 18 - Slide

Wet van superpositie

De wet van de superpositie is een basisbegrip uit de geologie. De lagen in de bodem zijn zo gerangschikt dat de oudste lagen onderop liggen, en de jongste lagen boven, tenzij een later proces deze volgorde heeft verstoord.

Slide 19 - Slide

Geologische tijdschaal
Relatieve en absolute tijdsindeling

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Schuivende continenten, bewijs het maar.. 
  • Continenten passen op veel plaatsen als puzzelstukjes in elkaar. Wegener: 
  • Overeenkomsten flora en fauna'
  • Gesteenten en gebergteketens Afrika en Zuid-Amerika sluiten op elkaar aan;

Tragisch verhaal, die arme Wegener... 

Slide 22 - Slide

Moeder magneet
Meer uitleg over het magnetisch veld van de aarde
Paleomagnetisme
Paleomagnetisme is in de geologie en geofysica de richting van het magnetisch veld in gesteenten. Gesteenten kunnen magnetisch zijn als ze magnetische mineralen bevatten. Magnetische mineralen in gesteenten nemen de richting aan van het aardmagnetisch veld ten tijde van hun vorming, waardoor de steen zelf ook (zwak) magnetisch wordt.

Slide 23 - Slide

Hoe werkt convectie in de mantel?
Mantelconvectie vindt plaats op lange ("geologische") tijdschalen. Typische stroomsnelheden zijn enkele millimeters tot enkele centimeters per jaar. Het is in de mantel de belangrijkste wijze waarop de Aarde haar interne warmte verliest. Mantelgesteente staat bloot aan een naar boven gerichte warmtestroom vanuit de aardkern. Doordat gesteente onder de drukken en temperaturen die in de mantel heersen plastisch deformeert kan er in de mantel, in tegenstelling tot de korst, stroming van vast gesteente plaatsvinden.

Slide 24 - Slide

Kenmerken
  • Heet taai vervormd mantel gesteente stijgt op
  • Snelheid enkele mm/cm p/j
  • Veroorzaakt beweging van de aardplaten  
  • Veroorzaakt 3 typen plaatbewegingen
Heet, taai en vervormd

Slide 25 - Slide

Convergent
Divergent
Transform

Slide 26 - Drag question

Slide 27 - Slide

Mid-oceanische rug(MOR)


Een voorbeeld van een mid-oceanische rug is de Mid-Atlantische rug in de Atlantische Oceaan. De mid-oceanische ruggen spelen een belangrijke rol in het proces van platentektoniek. Bij de ruggen bewegen verschillende tektonische platen van elkaar af. Het gevolg is dat er een ruimte ontstaat tussen de platen, deze ruimte zal worden opgevuld door magma uit de asthenosfeer (de laag in de Aarde onder de lithosfeer). De magma zal aan het oppervlak stollen, waardoor hier nieuwe oceanische lithosfeer zal worden gevormd. Dit zorgt ervoor dat op mid-oceanische ruggen veel vulkanisme voorkomt.

Spreidingszone?
Omdat de platen uit elkaar blijven bewegen, zal het proces door blijven gaan, waarbij steeds nieuwe lithosfeer worden gevormd bij de oceaanruggen. Men noemt in de platentektoniek een mid-oceanische rug daarom een spreidingszone. Het proces waarbij op spreidingszones oceanische korst wordt gevormd wordt oceanische spreiding genoemd.

Slide 28 - Slide

Onder water: Mid-Oceanische rug
(Magma stolt meteen door het koude water)
Op het land: Spreidingszone
(bijv: IJsland)

Slide 29 - Slide

Breukgebergten
Breukgebergten ontstaan waar twee continentale platen uiteen drijven. Een
deel van het gebied langs de breuk komt omhoog (horst) of zakt weg (slenk).

Slide 30 - Slide

Plooingsgebergte
Gebergte waarvan de gesteentelagen plooien vertonen. Deze plooiingen ontstonden meestal door de werking van endogene krachten. Bijv. botsingen van twee continententale schollen.

Slide 31 - Slide

Diepzeetroggen
Diepzeetroggen zijn super diepe inzinkingen van de zeebodem. Troggen bevinden zich altijd langs plaatgrenzen. Er moet sprake zijn van een convergente beweging, waarbij twee platen naar elkaar toe bewegen. Hier zal dus één plaat onder de andere duiken en afsmelten, dit noem je subductie.

Slide 32 - Slide

Slab-pull en Ridge push

Slab pull = subductie, zware oceanische kortszakt onder de relatief(lichte) continentale korst. Ridge push ontstaat bij divergente platen lang MOR's

Slide 33 - Slide

Samenvattend: de plaatbewegingen en gevolgen voor de lithosfeer
Opdracht H1.4: 1a t/m 3d

Slide 34 - Slide

Leerdoelen §1.3 en §1.4 
  • Je kan uitleggen hoe we de geologische ouderdom van de aarde meten;
  • Je kunt bewijzen voor de de beweging van de platen noemen (paleomagnetisme, vergletsjering, flora en fauna); 

  • Je kunt drie verschillende plaatbewegingen benoemen; 
  • Je kan verschillende geologische verschijnselen bij de verschillende breukzones beschrijven en verklaren (mid-oceanische ruggen, plooiingsgebergte, diepzeetroggen, breukgebergten); 
  • Je kunt het verband tussen aardbevingen en platentektoniek beschrijven en verklaren. 
  • Je kan de werking van een ‘hotspot’ uitleggen;
  • Je kan strato- en schildvulkanen herkennen en hun eigenschappen benoemen.

Slide 35 - Slide

Leerdoelen §1.5
Je kent de vulkaantypen: hotspot, stratovulkaan, schuldvulkaan, spleetvulkaan en kunt uitleggen hoe deze ontstaan en wat hun kenmerken zijn. 


Slide 36 - Slide

Vulkanische hotspots

Een hotspot is een plek op een planeet waar vulkanisme plaatsvindt dat niet gerelateerd is aan plaatbewegingen zoals die in de plaattektoniek gelden

Slide 37 - Slide



Vulkanisme

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Schildvulkaan
Een schildvulkaan is een type vulkaan dat vlakke hellingen heeft. Schildvulkanen worden gevormd door uitbarstingen waarbij mafische (silica-arme) lava vrijkomt. Omdat mafische lava een kleinere viscositeit heeft (het stroomt makkelijk en is het minder explosief) dan felsische lava kan het snel over grote oppervlakten uitstromen en worden vulkanen met een kleine hellingshoek gevormd.

Slide 40 - Slide

Strato-vulkaan
Een stratovulkaan is een hoge kegelvormige vulkaan die is opgebouwd uit lagen van gestolde lava en tefra. Stratovulkanen hebben relatief steile hellingen en worden gekenmerkt door regelmatig explosieve uitbarstingen. De samenstelling van lava's uit stratovulkanen is relatief felsisch (rijk aan SiO2) wat de lava viskeus maakt. Lavastromen reiken dan ook niet tot op grote afstand van de vulkaan. Pyroclastische stromen en asregens daarentegen wel.

Slide 41 - Slide

Convergente breuk
Divergente breuk
Transforme breuk
Nieuwe aardkorst
Aardbevingen
Korst verdwijnt
Mid-oceanische rug
Gebergtevorming

Slide 42 - Drag question

Actief
Bouw de verschillende vulkaantypen na met sneeuw en /of teken ze. Maak een foto, zet die in teams. 

Slide 43 - Slide

2

Slide 44 - Video

00:00
Welke begrippen/ concepten uit de theorie zie je terug in deze Pixar animatie? (antwoord aan het einde)

Slide 45 - Open question

05:00
Welke begrippen/ concepten heb je gezien in deze video? (Plus korte toelichting)

Slide 46 - Open question

Leerdoelen
  • Je kan uitleggen hoe ‘convectiestromen’ de lithosfeer laten bewegen;
  • Je kan ‘platentektoniek’ verklaren aan de hand van paleomagnetisme de drie soorten plaatbeweging (divergent, convergent, transform) uitleggen en verklaren; hun gevolgen beschrijven en verklaren;
  • Je kan het ontstaan van mid-oceanische ruggen, plooiingsgebergten, diepzeetroggen en breukgebergten verklaren;
  • Je kan de werking van een ‘hotspot’ uitleggen;
  • Je kan strato- en schildvulkanen herkennen en hun eigenschappen benoemen.

Slide 47 - Slide