De seizoenen

De seizoenen en het weer
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo gLeerjaar 1-3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

De seizoenen en het weer

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we vandaag doen?
  • Nieuwe woorden leren
  • Zinnen maken over de seizoenen
  • Spreekvaardigheid oefenen: antwoord geven in hele zinnen
  • spelletjes spelen
  • Verhaal lezen 
  • Opdrachten maken

Slide 2 - Slide

In dit thema: niet allemaal vandaag.
Vandaag gaan we nieuwe woorden leren en spreekvaardigheid oefenen
timer
5:00
de seizoenen en
het weer

Slide 3 - Mind map

Welke woorden ken je al over de seizoenen? Denk aan de woordspinnen op blz 176 van Plein 16
Leer de woorden over het weer
https://wordwall.net/nl/resource/103225796/nt2/weer-en-klimaat-nt2-het-weer-a1-a2
https://wordwall.net/nl/resource/67789196/woordenschat/het-weer


timer
10:00

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leer de woorden over de seizoenen
https://wordwall.net/nl/resource/75335383/nt2/seizoenen
https://wordwall.net/nl/resource/52638778/seizoenen

timer
10:00

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Link

Zelfstandig oefenen woorden Quizlet.
Link in Managebac zetten of via Quizlet.com opzoeken.

Quizlet live spelen.
Spelletjes Lowan
Wat ga je doen?
  • Verhaal lezen over de seizoenen
  • Vragen beantwoorden
  • Zelf zinnen maken met werkwoorden (t.t.)

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

We lezen samen het verhaal.
Je krijgt vragen over het verhaal.

Slide 8 - Slide

Tekst samen lezen en kopie voor leerlingen uitdelen.
Welk seizoen komt na de zomer?
A
lente
B
winter
C
herfst

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat voor weer is het vaak in de herfst?
A
Het regent en de zon schijnt
B
De zon schijnt
C
Er is mist
D
Het regent en er is mist

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

In de winter zijn de bomen kaal.
Ze hebben geen bladeren.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Wat doen de vogels in de lente?
A
Ze maken een nest en leggen een ei
B
Ze slapen
C
Ze leggen een ei
D
Ze gaan naar een warm land

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat doen de mensen in de zomer als het mooi weer is?
A
wandelen
B
fietsen
C
zwemmen
D
wandelen, fietsen en zwemmen

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Lente (voorjaar)
Het is lente.                                                     Het regent soms.
Het wordt warmer.                                       Mensen gaan wandelen.      De bloemen bloeien.                                 De bomen krijgen blaadjes.
Vogels zingen.                                              Kinderen spelen buiten.


Het is mooi weer.

De lente is in maart.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Zomer
Het is zomer.                                             Kinderen zwemmen.
Het is warm.                                              Mensen gaan naar het strand.
De zon schijnt veel.                                Mensen dragen korte kleren.
Mensen eten ijs.                                       Het blijft lang licht.


Het regent soms.

De zomer is in juni.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Herfst (najaar)
Het is herfst.                                             De bladeren zijn rood en geel.
Het wordt kouder.                                   Het regent vaak.
De bladeren vallen van de bomen.  De wind waait.
Mensen dragen een jas.                    Kinderen spelen met bladeren.


Het wordt vroeger donker.

De herfst is in september.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Winter
Het is winter.                                       De dagen zijn kort.
Het is koud.                                         Mensen dragen een warme jas.
Het sneeuwt soms.                        Kinderen maken een sneeuwpop.
Mensen drinken warme chocolademelk.                Het vriest soms.


Mensen schaatsen op ijs.

De winter is in december. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Het huiswerk: woorden leren
Heb je de handleiding bekeken en de woordverzamellijst ingevuld? Welke woorden zijn dat en op welke manier leer jij het beste?
timer
10:00

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Grammatica zinnen maken
https://wordwall.net/nl/resource/4886659/zinnen-met-want-en-maar

https://wordwall.net/nl/resource/105070044/nt2/en-dus-maar-want-of

https://wordwall.net/nl/resource/63809169/maak-zinnen-met-nevengeschikte-voegwoorden-en-want-of-en-maar
timer
10:00

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Groep 1: Seizoenen

Bespreek met elkaar de vier seizoenen: lente, zomer, herfst, winter.


Stel elkaar vragen over het seizoen.
Gebruik deze vragen:
“Welk seizoen kies jij?”                   “Hoe is het weer in dit seizoen?”

Voorbeeldantwoord:
“Ik kies de zomer. Het is warm.”

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Groep 2: Het weer Bespreek verschillende weertypen: 
zonnig, regenachtig, koud, sneeuwen, stormen, glad, vriezen. Stel elkaar vragen: “Wat voor weer is het vandaag?” Gebruik woorden uit de woordlijst en maak 3 korte zinnen.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Groep 3: Zinnen maken
Maak samen 3 korte zinnen over het weer en de seizoenen.
Voorbeelden:
“In de zomer is het zonnig.”
“In de herfst vallen de bladeren.”

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Groep 4: Creatief / mini-weerrapport
Maak een kort weerbericht of mini-verhaal.
Gebruik zoveel mogelijk nieuwe woorden.
Voorbeeld: “Vandaag is het bewolkt. Het is herfst. Ik draag een jas.”

Eén leerling kan het verslag later in de hoofdsessie delen.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Maak 5 zinnen over welk seizoen jij het leukst vindt en waarom.
timer
10:00

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Kahoot! spel
https://create.kahoot.it/details/261409f1-b1d8-49eb-978b-9dfc52bb264d?drawer=

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Wat vond je van de les?
A
Goed, maar makkelijk
B
Niet goed en makkelijk
C
Heel leuk en leerzaam
D
Niet goed en moeilijk

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions