VCA. D.01 + D.02

D.01 Ongevallen



D.02 Noodgevallen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
TechniekMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

D.01 Ongevallen



D.02 Noodgevallen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige les
Branddriehoek, 
Ontstekingsenergie / ontstekingsbron, 
Vlampunt, 
Zelfontbrandingstemperatuur, 
LEL en UEL (Onderste en Bovenste explosiegrens), 
Brandklassen (A, B, C, D)

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
-De leerling kent de begrippen: Ongeval, Bijna-ongeval, Incident, Melden, Noodsituatie, Draaiboek

  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen incident, bijna-ongeval en ongeval.

  • De leerling kan de juiste volgorde beschrijven na een ongeval/bijna-ongeval (handelen → melden → registreren/onderzoek → actieplan).

  • De leerling kan uitleggen wat een noodsituatie is en de 3 fasen van het draaiboek herkennen.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Ongevallen en handelend optreden



  • Incident: Ongewenste gebeurtenis, met/zonder schade of letsel.
  • Bijna-ongeval: Geen schade of letsel, maar potentieel gevaarlijk.
  • Ongeval: Ongewenste gebeurtenis met schade of letsel (materiaal, milieu, tijdverlies).

Slide 4 - Slide

Incidenten onderscheiden:
Het is belangrijk dat leerlingen het verschil begrijpen tussen een incident, een bijna-ongeval en een ongeval. Gebruik herkenbare voorbeelden:

Incident: Een ongewenste situatie, zoals een pallet die omvalt zonder schade of letsel.
Bijna-ongeval: Een stapel gereedschap valt bijna op iemand, maar raakt niemand.
Ongeval: Een machine veroorzaakt letsel bij een werknemer.
Bespreek dat deze begrippen in veiligheidstrainingen en VCA-omgevingen worden gebruikt om situaties correct te beoordelen en daarop te handelen.
Melden en handelen:
Het melden van incidenten en ongevallen is cruciaal om te voorkomen dat dezelfde fouten opnieuw worden gemaakt. Leg uit dat:

Direct handelen noodzakelijk is om gevaar voor anderen of verdere schade te voorkomen.
Een melding bij de leidinggevende zorgt voor registratie en het starten van een onderzoek.
Het actieplan helpt om oplossingen te implementeren, zoals aanpassingen in procedures of extra training.

Actie bij ongeval:
  • Onmiddellijk handelen.
  • Melden bij leidinggevende.
  • Registreren en onderzoeken.
  • Actieplan opstellen.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar


Een ongeval is een ongewenste gebeurtenis die altijd leidt tot letsel.

Slide 7 - Slide

Niet waar

Een ongeval kan ook leiden tot schade aan materiaal of milieu zonder letsel.
Wat is een bijna-ongeval?
A
Een ongewenste gebeurtenis met letsel.
B
Een ongewenste gebeurtenis zonder schade, met risico.
C
Een gebeurtenis die geen aandacht nodig heeft.
D
Een ongewenste gebeurtenis met alleen materiële schade.

Slide 8 - Quiz

Een bijna-ongeval heeft geen schade of letsel veroorzaakt, maar had onder andere omstandigheden wel gevaarlijk kunnen zijn.
Waarom is het belangrijk een ongeval of bijna-ongeval te melden?
A
Om herhaling te voorkomen door registratie/onderzoek.
B
Om direct iemand aansprakelijk te kunnen stellen.
C
Omdat dit alleen nodig is bij grote schade.
D
Zodat je altijd een vergoeding kunt krijgen.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een juiste volgorde na een ongeval?
A
Melden → handelen → actieplan → registreren/onderzoek
B
Handelen → registreren/onderzoek → melden → actieplan
C
Handelen → melden → registreren/onderzoek → actieplan
D
Registreren/onderzoek → actieplan → melden → handelen

Slide 10 - Quiz

Direct handelen is cruciaal om de situatie onder controle te krijgen en letsel of schade te beperken.

Definitie noodsituatie: Bedreigende situaties zoals:
Ongevallen met letsel.
Brand, explosies, giftige stoffen, straling.
Noodweer, natuurrampen, sociale onrust, terroristische aanslagen.
Draaiboek noodsituatie:
Eerste melding: Hoe melden en welke informatie nodig is.
Handelingen: Evacueren, blussen, beveiligen, hulp verlenen.
Beëindiging: Wanneer alles weer veilig is.
Bedrijfsnoodplan: Oefenen en testen:
Personeel voorbereiden op noodsituaties.
Bedrijfsnoodplan testen op effectiviteit.
Handelen bij alarm:
Werk onderbreken, niet naar buiten bellen.
Geen liften gebruiken.
Naar verzamelplaats, dwars op de windrichting.
 Noodgevallen


Definitie noodsituatie: Bedreigende situaties zoals:

  •       Ongevallen met letsel.
  •       Brand, explosies, giftige stoffen, straling.
  •       Noodweer, natuurrampen, sociale onrust, terroristische aanslagen.

Draaiboek noodsituatie:

  •      Eerste melding: Hoe melden en welke informatie nodig is.
  •      Handelingen: Evacueren, blussen, beveiligen, hulp verlenen.
  •      Beëindiging: Wanneer alles weer veilig is.

Slide 11 - Slide

Herkennen van noodsituaties:
Bespreek dat noodsituaties veel verder gaan dan alleen ongevallen of brand. Ze omvatten ook natuurrampen, sociale onrust, of terroristische dreigingen. Geef voorbeelden zoals:

  • Een gaslek in een werkplaats (gevaarlijke stof).
  • Noodweer, zoals zware stormen die schade veroorzaken aan een gebouw.
  • Een bommelding in een drukke openbare ruimte.
  • Vraag leerlingen na te denken over situaties waarin zij zichzelf in veiligheid zouden moeten brengen of hulp zouden moeten bieden.
Draaiboek en acties:
Een draaiboek is een protocol dat structuur biedt in een chaotische situatie. Leg de drie fasen uit:
  • Eerste melding: Het snel en volledig melden van de situatie, inclusief locatie en ernst.
  • Handelingen en maatregelen: Afhankelijk van de situatie kan dit evacueren, blussen of hulpverlenen zijn.
  • Beëindiging: Zodra de situatie veilig is, wordt dit aangegeven door een verantwoordelijke.
Wat is de eerste stap bij het handelen in een noodsituatie?
A
De noodsituatie beëindigen en evalueren
B
Handelingen en maatregelen uitvoeren volgens plan
C
De noodsituatie melden met de juiste informatie
D
Naar de verzamelplaats lopen en daar wachten

Slide 12 - Quiz

Een noodsituatie moet zo snel mogelijk worden gemeld, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen.
Welke van de volgende handelingen hoort NIET bij een noodsituatie?
A
De omgeving beveiligen volgens instructies.
B
Blussen als dit veilig en toegestaan is.
C
Naar buiten bellen tijdens het alarmsignaal.
D
Hulp verlenen binnen eigen mogelijkheden.

Slide 13 - Quiz

Tijdens een noodsituatie moet de communicatie centraal blijven voor hulpdiensten.



Bedrijfsnoodplan:
Oefenen en testen:
  •      Personeel voorbereiden op noodsituaties.
  •      Bedrijfsnoodplan testen op effectiviteit.


Handelen bij alarm:
  •      Werk onderbreken, niet naar buiten bellen.
  •      Geen liften gebruiken.
  •      Naar verzamelplaats, dwars op de windrichting.  
  •      Bij aankomst op de verzamelplaats meld je dat je aanwezig bent 

Slide 14 - Slide

Evacueren en verzamelplaats:
Bij een evacuatie is het belangrijk om de basisregels te volgen:

Gebruik nooit liften, omdat deze bij brand of stroomuitval vast kunnen komen te zitten.
Verplaats je dwars op de windrichting om giftige stoffen te vermijden.
Meld je bij de verzamelplaats, zodat duidelijk is wie veilig is.
Geef voorbeelden van verzamelplaatsen in de omgeving van de school of werkplek en bespreek waarom ze daar zijn gekozen (veiligheid, afstand tot gevaarlijke bron, overzichtelijkheid).

Wat is een belangrijk doel van het bedrijfsnoodplan?
A
Personeel voorbereiden en het plan kunnen testen
B
Productie verhogen door snellere werkwijzen
C
Verzekeringskosten verlagen door administratie
D
Alleen incidenten registreren na afloop

Slide 15 - Quiz

 Een goed bedrijfsnoodplan zorgt ervoor dat personeel weet wat ze moeten doen bij een noodsituatie en kan de effectiviteit van de reactie testen.
Wat doe je bij een evacuatie?
A
Neem de lift om sneller naar beneden te gaan
B
Ga naar verzamelplaats, dwars op de wind
C
Loop naar de bron om te kijken wat er is
D
Ga terug zodra het alarm even stil is

Slide 16 - Quiz

Door dwars op de windrichting te lopen, vermijd je giftige stoffen die mogelijk in de lucht aanwezig zijn.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar


Noodsituaties kunnen alleen ontstaan door ongevallen of brand.

Slide 18 - Slide

Niet waar

Noodsituaties kunnen ook ontstaan door noodweer, sociale onrust, terroristische aanslagen, en meer.
Check op Leerdoelen
-De leerling kent de begrippen: Ongeval, Bijna-ongeval, Incident, Melden, Noodsituatie, Draaiboek

  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen incident, bijna-ongeval en ongeval.

  • De leerling kan de juiste volgorde beschrijven na een ongeval/bijna-ongeval (handelen → melden → registreren/onderzoek → actieplan).

  • De leerling kan uitleggen wat een noodsituatie is en de 3 fasen van het draaiboek herkennen.

Slide 19 - Slide

Ongeval
Een ongewenste gebeurtenis met schade en/of letsel (schade kan ook materiaal-, milieu- of tijdverlies zijn). 

D.01 en D.02 lesstof

Bijna-ongeval
Een ongewenste gebeurtenis zonder schade/letsel, maar die onder andere omstandigheden wel schade/letsel had kunnen veroorzaken. 

D.01 en D.02 lesstof

Incident
Een ongewenste gebeurtenis met of zonder schade/letsel (overkoepelende term). 

D.01 en D.02 lesstof

Melden
Het doorgeven aan de leidinggevende zodat het kan worden geregistreerd en onderzocht om herhaling te voorkomen. 

D.01 en D.02 lesstof

Noodsituatie
Een bedreigende situatie (bijv. brand, explosie, giftig gas, letsel), maar ook door noodweer/natuurrampen of dreiging zoals bommelding. 

D.01 en D.02 lesstof

Draaiboek
Vast plan voor noodsituaties met 3 fasen: eerste melding → handelingen/maatregelen → beëindiging.
Ga verder in je digitale leeromgeving VCA 
Onderdeel D.01 en D.02 
Luister naar de filmpjes, lees goed en maak de vragen!


Huiswerk volgende les:
D.01 en D.02 afgerond, groene vink (70% juiste antwoorden)
Hier niet aan voldaan, terugkomen in eigen tijd!

Slide 20 - Slide

This item has no instructions