MUVO 1: Creativiteit

1 / 29
next
Slide 1: Slide
muzische vormingHoger onderwijs

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Je bent creatief of je bent het niet, je kan het niet leren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Niet waar: je kan het wel leren. Het vraagt oefening.
Creativiteit, dat is schilderen op zijde, muziek maken,... en heeft dus vooral te maken met de kunsten of met knutselen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

Niet waar: het heeft te maken met anders (probleemoplossend) denken, met op nieuwe ideeën komen.
Mijn stagementor kan me beletten om creatief te zijn.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Niet waar. Hoe minder vrijheid je krijgt hoe creatiever je zal moeten zijn om toch tot een oplossing te komen.
Voor creativiteit heb je eerder intensiteit dan tijd nodig.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Waar: Onderzoek toont aan dat je meer resultaat behaalt wanneer je kort maar intensief brainstormt dan wanneer je maar ongefocust brainstormt.
Hoe werkt ons denkvermogen?
Lees deze woorden:
tarweveld
maïsveld
graanveld
beneveld

Beantwoord de vragen

Slide 6 - Slide

  1. Laat één leerling het rijtje in één keer lezen.
  2. Vragen, de studenten beantwoorden in koor: 
  • welke kleur heeft een leeg blad?
  • welke kleur heeft de muur?
  • welke kleur heeft een bord om uit te eten meestal?
  • Welke kleur heeft sneeuw?
  • Wat drinkt een koe? --> automatisch zeg je 'melk'.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Video

In dit absurd filmpje zie je wat het zou betekenen als mensen niet creatief zouden denken. Het denkpatroon 'een roltrap brengt je vanzelf omhoog', kan niet doorbroken worden.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

Mogelijke antwoorden:
Eerste antwoord: vaak F: enige medeklinker, maar met uitstel van oordeel meerdere antwoorden mogelijk:
  • A: heeft een omsloten ruimte, is enige eerste letter alfabet, mond moet helemaal open voor uitspraak, heeft twee beentjes op de grond, valt om als je omdraait.
  • E: 3 horizontale strepen, op zijn kant is hij M of W, je kan er iemand mee roepen, open aan één kant, helft van cijfer 8
  • I: enige met puntje als klein geschreven, staat niet op juiste plaats in volgorde alfabet, smalste letter, enige letter in het midden, een Engels woord, staat niet in woord UEFA.
  • F: Meest onregelmatige van vorm, onstabiel, niet juist in alfabetische volgorde, kan er een kaarsje mee uitblazen,
  • U: enige ronde vorm, beleefde letter, als het regent loopt hij vol water, staat niet in het woord 'alternatief', tweede helft alfabet.
Welke letter hoort er niet bij? Waarom?
A E I F U

Slide 14 - Mind map

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Waarvoor kun je een paperclip gebruiken?

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Noem een gebruiksvoorwerp

Slide 19 - Mind map

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Video

This item has no instructions

Brainstorm: my happy end

Slide 23 - Mind map

This item has no instructions

Brainstormrad

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

Groepsdruk
Faalangst
Onbevooroordeeld denken
Vanuit een voorwerp

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Brainstormrad

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions