"ik leef in de toekomst. dat doe ik al mijn hele leven. dat moet ook als je manager bent. maar nu zou ik willen dat ik wat meer van de rust van mijn vrouw had. Ik weet nog van die keer dat we met de auto op de vluchtstrook stonden. terwijl ik uitkeek naar de wegenwacht, schilde mijn vrouw in alle gemoedsrust een appeltje. Toen ze klaar was, hief ze haar gezicht op naar de laatste zonnestralen van de dag. dat mediteren tussen de bedrijven door , heeft ze altijd gekund. Toen we de eerste keer op het Academisch Ziekenhuis waren, ijsbeerde ik driftig heen en weer, terwijl zij om zich heen keek als een geïnteresseerde toerist die alle tijd van de wereld heeft. "we kunnen er nu toch niets meer aan doen" zei ze. "laten we eerst maar horen was de arts te zeggen heet"Nu zij ziek is probeer ik net als zij stil te staan bij het moment. Als zij wegdommelt, kijk ik naar haar geziht. nu is ze er nog. Straks misschien niet meer als de kankercellen te sterk blijken te zijn. Ik wil mijn ogen niet sluiten voor de toekomst, maar ik wil de kracht halen uit de goede momenten die ons nog gegeven zijn.