MTHth les 7 Injecteren deel 1

MTH theorie module 1B 
injecteren deel 1
DA1
Module 1B

1 / 16
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 1,4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

MTH theorie module 1B 
injecteren deel 1
DA1
Module 1B

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Welkom + Osiris
  • Terugblik vorige les
  • Injecteren deel 1
  • Afsluiten + huiswerk  

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige les
  • Wat is een BD30 meting?
  • Wat is de referentiewaarde van de bloeddruk?
  •  Wat zijn contra-indictaties voor een RR-meting?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Toedieningswegen
Welke toedieningswegen ken je?
Welke toedieningsvormen ken je?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Toedieningswegen
- Lokale toediening: direct op de plaats van werking
- Systemische toediening: via bloedsomloop
- Parenterale toediening: via de bloedsomloop (injectie), buiten maag-darmkanaal om

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Toedieningswegen
- Lokale toediening: 
  • Huid of slijmvlies
  • Oordruppels
  • Oogdruppels/zalf
  • Vaginaaltablet/tampon/creme
  • Inhalatiemiddelen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Toedieningswegen
-Systemische toediening:
  • Oraal: per os: tabletten, capsules, druppels
  • Rectaal: zetpil, klysma of rectiole. Laatste stukje van de dikke darm 
  • Parenteraal:  infuus, injectie

Slide 7 - Slide

Lokaal: is zo dicht mogelijk bij de plaats van werking van het medicijn Systemisch: is via de bloedsomloop

Een geneesmiddel wordt per injectie (parenteraal) toegediend indien: 
  • Het geneesmiddel door één van de spijsverteringssappen onwerkzaam wordt gemaakt.
  • We snel resultaat willen hebben.
  • De patiënt niets per os mag innemen.
  • De patiënt niets per os kan innemen.
  • De patiënt niets per os wil innemen, maar een geneesmiddel is wel noodzakelijk

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Injectienaalden en vloeistoffen

Slide 9 - Slide

luer slip of luer lock spuit
veilige naalden; passief en actief systeem
= steriele vloeistof
Dichtgesmolten ampul (breekampul)
Flacon -> dop desinfecteren
Ampul met poeder wat eerst opgelost moet worden
Infuuszak/fles
Kant- en klare injectiespuit
wet BIG
Omdat het geven van injecties een voorbehouden handeling is, mag je dat alleen doen als je voldoet aan de BIG-voorwaarden:
  • Er is een opdracht van een zelfstandig bevoegde, zoals een arts.
  • Je bent gecontroleerd bevoegd en bekwaam om te injecteren.
  • Er is een zelfstandig bevoegde (arts) in de directe omgeving aanwezig om eventueel in te kunnen grijpen als er iets misgaat.
  • Je voelt jezelf bekwaam om het te doen (zo niet: weiger of vraag aanwijzingen).
  • Je volgt gegeven aanwijzingen op.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Algemene regels:
  • Juiste geneesmiddel
  • Vervaldatum
  • Steriliteit
  • Juiste hoeveelheid/concentratie
  • Juiste wijze toedienen
  • Juiste plaats toedienen
  • Juiste patiënt
  • Juiste tijd
  • Reactie patiënt

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Naalden: verschillende lengtes en diktes
Geel: Opzuigen
Groen: I.M.
Blauw/zwart: S.C.
Oranje: I.C.

Dikte in mm of in gauge
Hogere gauge = dunnere naald                                                                        
Lengte = naald afhankelijk

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Pijn zoveel mogelijk voorkomen door:
  • Naald controleren op weerhaakjes
  • Nooit erg koude vloeistof spuiten
  • Het lichaamsdeel laten ontspannen
  • Juiste plaats nauwkeurig bepalen
  • Bij meerdere injecties afwisselend op verschillende plekken spuiten
  • In gezond weefsel spuiten
  • De naald snel, in 1 doorgaande beweging inbrengen en snel terugtrekken
  • Langzaam vloeistof inspuiten
  • Na injectie lichaamsdeel licht masseren en laten bewegen

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Contra-indicaties
  • in gebieden met oedeem;
  • in verlamde lichaamsdelen of lichaamsdelen met dystrofie (slecht werkend weefsel);
  • in huid die er ontstoken, rood of blauw uitziet;
  • in een arm of been met een infuus of shunt;
  • in een lichaamsdeel dat net geopereerd is of binnenkort geopereerd wordt;
  • in huidgebieden met wondjes of eczeem;
  • in bestraalde huid.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
  • Opdracht injecteren @ Canvas

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Afsluiten + huiswerk
  • Opdracht injecteren inleveren op Canvas
  • Lezen: hoofdstuk 4.3 en 4.4
  • Leren: alles tot nu toe

Slide 16 - Slide

This item has no instructions