Ik kan uitleggen wat de stroomsterkte is, en hierbij de eenheid noemen.
Ik kan uitleggen wat de spanning is en hierbij de eenheid noemen.
Ik weet in welke richting de stroom door een stroomkring loopt.
1 / 38
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2
This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Stroomsterkte en spanning
Ik kan uitleggen wat de stroomsterkte is, en hierbij de eenheid noemen.
Ik kan uitleggen wat de spanning is en hierbij de eenheid noemen.
Ik weet in welke richting de stroom door een stroomkring loopt.
Slide 1 - Slide
Stroom
Stroomsterkte
De stroomsterkte geeft aan hoeveel stroomdeeltjes (elektronen) er per seconde door een draad heen kunnen stromen.
De stroom loopt altijd van plus naar min.
Grootheid en eenheid
De stroomsterkte word afgekort met de letter I.
De stroomsterkte word uitgedrukt in ampere.
Dit kun je vergelijken met afstand, de afstand word uitgedrukt in meter.
Slide 2 - Slide
Spanning
Spanning
De spanning is de hoeveelheid "energie" die een stroomdeelte meeneemt.
Je kan een stroomdeeltje vergelijken met een vrachtwagen en de spanning dan vergelijken met de hoeveelheid vracht die de vrachtwagen meeneemt.
Grootheid en eenheid
De spanning word afgekort met de letter U.
De spanning word uitgedrukt in volt.
Dit kun je vergelijken met afstand, de afstand word uitgedrukt in meter.
Slide 3 - Slide
De stroomsterkte word afgekort met de letter.
A
A
B
I
C
U
D
V
Slide 4 - Quiz
De spanning word afgekort met de letter.
A
A
B
I
C
U
D
V
Slide 5 - Quiz
De stroomsterkte Noteer de eenheid van de stroomsterkte
A
Volt
B
Ampère
C
Ohm
D
Watt
Slide 6 - Quiz
Stroomsterkte is een grootheid. Wat is de eenheid voor stroomsterkte?
A
Watt (W)
B
Volt (V)
C
Power (p)
D
Ampère (A)
Slide 7 - Quiz
Stroomsterkte is een...
A
Grootheid
B
Eenheid
Slide 8 - Quiz
Stroomsterkte
A
I
B
R
C
U
D
P
Slide 9 - Quiz
Sleep de juiste Grootheid naar het juiste symbool.
U
I
Spanning
Stroomsterkte
Slide 10 - Drag question
grootheid
symbool
eenheid
symbool
spanning
R
Ampère
A
weerstand
Ω
stroomsterkte
I
U
V
ohm
volt
Slide 11 - Drag question
I
P
Spanning
Volt
Stroomsterkte
W
Ampère
V
Watt
Slide 12 - Drag question
grootheid
symbool
eenheid
symbool
spanning
R
Ampère
A
weerstand
Ω
stroomsterkte
I
U
V
ohm
volt
Slide 13 - Drag question
Stroomsterkte is een
Het symbool voor stroomsterkte is
Je meet de stroomsterkte met een
Je gebruikt de maat (= eenheid) voor stroomsterkte.
Een stroomsterkte van 1 mA is gelijk aan
grootheid
eenheid
stroommeter
A
Ampère
I
spanningsmeter
Volt
1000 A
0,001 A
0,0001 A
Slide 14 - Drag question
Stroomsterkte
Spanning
Weerstand
I
R
U
Volt
Ampere
Ohm
Slide 15 - Drag question
Lees de stroomsterkte af.
A
stroomsterkte = 3,3A
B
stroomsterkte = 0,33A
C
stroomsterkte = 0,033A
D
te weinig gegevens
Slide 16 - Quiz
Welke stroomsterkte geeft de stroommeter aan?
Slide 17 - Open question
Wat is Stroomsterkte?
Slide 18 - Open question
Hoe groot is de stroomsterkte?
Slide 19 - Open question
Probeer in je eigen woorden uit te leggen wat het verschil is tussen de stroomsterkte en de spanning.
Slide 20 - Open question
Stroomkring
Gesloten stroomkring
Voor stroom om te kunnen lopen moet er een gesloten stroomkring zijn. Dat betekent dat er geen onderbrekingen zijn in de weg die de stroom aflegt.
tekenen stroomkring
Bij het laten zien van een stroomkring wil je dat er duidelijk zichtbaar is wat er gebeurt. Hiervoor gebruik je rechte lijnen. Daarnaast gebruik je symbolen om te laten zien wat voor onderdelen er in de stroomkring zijn.
In het voorbeeld zie je links een spanningsbron(batterij) en aan de rechterkant zie je een lampje.
Slide 21 - Slide
De batterij levert een stroomsterkte van 3A. Geef voor elk lampje aan wat de stroomsterkte is.
Slide 22 - Open question
Er wordt een 2e lampje in serie aangesloten. Wat gebeurt er met de stroomsterkte?
De stroomsterkte wordt
...
Groter
Kleiner
even groot
Slide 23 - Drag question
Deze stroomkring is ..........
A
gesloten
B
verbonden
C
open
D
ongeschakeld
Slide 24 - Quiz
Wat voor soort stroomkring zie je hier?
A
Open stroomkring
B
Gesloten stroomkring
Slide 25 - Quiz
Wat voor stroomkring is dit?
A
open
B
gesloten
Slide 26 - Quiz
Wanneer kan stroom lopen in een stroomkring?
A
Bij een open stroomkring
B
Bij een gesloten stroomkring
C
Bij een gesloten én een open stroomkring
D
Weet ik nog niet
Slide 27 - Quiz
Een schakelaar kun je op meerdere plekken gebruiken in een stroomkring om de stroomkring te onderbreken.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 28 - Quiz
In deze stroomkringen is de richting van de stroom aangegeven met pijlen. Alleen één ervan is goed. Sleep de krul naar de goede stroomkring en de kruisjes naar de foute stroomkringen.
10
Slide 29 - Drag question
Een stroomkring is .......
A
Dat er stroom loopt van - naar +
B
Dat er stroom loopt van x naar y
C
Dat er stroom loopt van y naar x
D
Dat er stroom loopt van + naar -
Slide 30 - Quiz
Als een stroomkring wordt gesloten gaan de lampjes in de stroomkring aan
A
Waar
B
Niet waar
Slide 31 - Quiz
Door het sluiten van een schakelaar wordt een stroomkring .....
In een stroomkring wordt ......... omgezet
In een stroomdraad stromen ...........
atomen
stroom
elektronen
elektrische energie
onderbroken
gesloten
Slide 32 - Drag question
vul de ontbrekende woorden in.
Stroom kan alleen lopen door .......................................................................................... stroomkring
Een elektrische apparaat haalt zijn energie uit een .................................................................
Spanning wordt gemeten in.............................. ............................................
Stroomsterkte wordt gemeten in ................................................
open
gesloten
spanningsbron
stroomkring
Volt
ampere
Slide 33 - Drag question
Kijk goed naar de afbeelding. In welke richting loopt de stroom door deze stroomkring?
Sleep de juiste richting van de stroom in de stroomkring