Les 12 3-10-2023 V2 Schule, Artikel und Plural

Les 12 03-10-2023
1 / 28
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Les 12 03-10-2023

Slide 1 - Slide

This item has no instructions


Herzlich Willkommen
beim Deutschunterricht

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wie wir zusammen arbeiten
Voor Duits heb je bij je: boek A, etui, tablet

We praten zoveel mogelijk in het Duits
We luisteren naar elkaar
Bij vragen steken we een arm omhoog

Mobiele telefoon ins Handy Hotel !



timer
2:00

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

leerdoelen
Aan het einde van de les:
Weet je waarom 3 oktober een feestdag is in Duitsland
Kun je een eenvoudig gesprek over een schooldag begrijpen, zonder beeld.
Snap je welke regels er zijn voor het maken van een meervoud in het Duits.





 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen?
- Huiswerk bespreken
- Luisteropdracht
- Grammatica, de Duitse lidwoorden
- Grammatica, meervoudsvormen in het Duits

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Lessonup
klascode
 dxsaa





Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Klassetaal
Duits tijdens de les

zin 1: Darf ich zur Toilette gehen, bitte?
zin 2: Wie heißt das?
zin 3: Ich habe mein Buch vergessen.
zin 4: Ich habe meine Hausaufgaben nicht gemacht.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

3. Oktober Tag der deutschen Einheit

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Met welke dag zou je deze feestdag kunnen vergelijken in Nederland?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Startopdracht
Vul het lesuur in.
Um 8.15 bis 9.55 ist die ...... Stunde
Von 9.00 bis 10.20 sind die ....... und ....... Stunde
Dan haben wir Pause.
Von 10.40 bis 12.00 sind die ...... und .......... Stunde

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Zoek de juiste vraagwoorden bij elkaar!
hoe?
waar?
waarvandaan?
wat?
wie?
wanneer?
waarom?
wann?
woher?
wie?
wo?
was?
wer?
warum?

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Sleep de afbeeldingen naar het juiste vraagwoord.
Wo
Wohin
Woher
Warum
Was
Wer
Wie
Wann
Welke

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Besprechen Aufgaben
K3, Schule, Teil D Lesen, Aufgaben 16, 17, 18, 19
K3, Schule, Teil E Grammatik, Aufgaben 20, 21, 22



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Lidwoorden
  • Wat zijn lidwoorden?

  • Welke Nederlandse lidwoorden zijn er?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

DE LIDWOORDEN
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud
der
die
das
die
Het lidwoord van het meervoud is altijd die

ein (een) is een onbepaald lidwoord

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Mannelijke woorden
Lidwoord = der

Hoofdregels:


1. Mannelijke personen 
der Vater, der Opa
2. Mannelijke dieren
der Stier, der Bär
3. Mannelijke beroepen
der Lehrer, der Pilot
4. Maanden, dagen, seizoenen
der Januar, der Montag, der Sommer

Slide 17 - Slide

Geef ook voorbeelden uit de woordenlijst.
der Lehrer

Vrouwelijke woorden
Lidwoord = die

Hoofdregels:


1. Vrouwelijke personen
die Mutter, die Schwester
2. Vrouwelijke dieren
die Bärin, die Kuh
3. Vrouwelijke beroepen (eindigen vaak op -in)
die Lehrerin, die Friseurin
4. Woorden die eindigen op -e
die Adresse, die Schule
5. Woorden die eindigen op -heit, 
-keit, -schaft, - ung, -ion. 
die Einheit, die Freundlichkeit, die Freundschaft, die Wohnung, die Information

Slide 18 - Slide

Voorbeelden uit de leerlijst:
die Schule (eindigt op -e)
Onzijdige woorden
Lidwoord = das

Hoofdregels:


1. "het-woorden" in het Nederlands
das Hotel, das Buch
2. Verkleinwoorden op -chen
das Mädchen
3. Verkleinwoorden op -lein
das Fraulein

Slide 19 - Slide

Voorbeelden uit de leerlijst:
das Heft (het schrift)
das Gymnasium 
Het meervoud in het Duits
1. mannelijke zelfst.nw. : umlaut + e            der Ball, die Bälle
2. Vrouwelijk: + (e)n                                             die Straße, die Straßen
3. Onzijdig: +e                                                        das Heft, die Hefte
4. mannelijk en onzijdig die eindigen op -el, -en, -er blijven in het mv meestal onveranderd.                        der Onkel, die Onkel
                                                                           das Mädchen, die Mädchen
5. Veel woorden op -a, -i, -o, -y: +s         das Handy, die Handys

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Wat is het lidwoord?
  1. Stier
  2. Blume
  3. Kaninchen
  4. Tante
  5. Buch
  6. Onkel
  7. Klasse
  8. Hund
Wat is het meervoud
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
timer
5:00

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Welcher Artikel?
Welk lidwoord hoort bij het woord. En hoe ziet het meervoud eruit.

Slide 22 - Slide

leerlingen krijgen een geplastificeerde kaart in het blauw, rood en groen. Via de spinner komt er een woord in beeld uit de hoofdstukken 1,2 en 3. Ze houden de kleur van het lidwoord omhoog.
Leerlingen kennen het onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige lidwoorden en kunnen deze koppelen aan de woorden uit de leerlijst.

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Treffpunkt Berlin
Maak de vragen van aflevering 2
De vragen staan voor je klaar in Magister.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Aufgaben /Hausaufgaben
Machen (digital)
K3, Schule, Teil E Grammatik, Aufgaben 23, 24, 25, 26,

Lernen
Lernliste N-D                                                                   Seite 96     
Lernliste D-N                                                                   Seite 97              


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Wat heb je geleerd vandaag?

Slide 26 - Mind map

This item has no instructions

Samenvatting

Slide 27 - Slide

This item has no instructions


Auf Wiedersehen 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions