Farmacologie bij vaatchirurgie: onmisbare medicatie

Farmacologie bij vaatchirurgie

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorZorg en WelzijnBeroepsopleiding

This lesson contains 18 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Farmacologie bij vaatchirurgie

Leerdoel

Aan het einde van deze les, heb je een informatie ontvangen en overzicht gekregen in veel voorkomende medicatie op de vaatchirugie.
Hierbij proberen we je beter voor te bereiden op het zelfverzekerder delen van medicatie op de werkvloer.

Antihypertensiva
(Bloeddruk verlagende medicatie)

Wat is hypertensie en antihypertensiva

Bij hypertensie word er een (te) hoge druk uitgeoefend op de vaatwand. Op langer termijn leidt dit tot beschadiging van de vaatwand.
In 95% van de gevallen is er geen duidelijke oorzaak. Wel is duidelijk dat erfelijkheid, ongezonde levensstijl, stress en leeftijd een rol hierin spelen.

Hypertensie is dan ook geen 'ziekte', maar eerder een risicofactor die leidt tot een verhoogde kans op hart- en vaatziekte.


We onderscheiden deze medicatie in de volgende groepen:
- Diuretica
- Bètablokkers

- ACE-remmers
- Calciumblokkers

Drie veelgebruikte antihypertensiva

Amlodipine

Labetalol

Calciumantagonist, ontspant de vaatwand en verlaagt zo de bloeddruk.

Beta- en alfa-blokker, verlaagt hartslag en bloeddruk; effectief bij acute situaties.

Nifedipine

Nog een calciumantagonist, vooral snelwerkend, vaak gebruikt bij plotselinge bloeddrukstijging.

Bètablokkers in de vaatchirurgie

Bètablokkers verminderen de hartslag en de zuurstofbehoefte van het hart. Let op duizeligheid en bradycardie bij patiënten.

Stollingsstoornis en anticoagulantia

De stolling van ons bloed is een gecompliceerd proces wat nauw gereguleerd word in ons lichaam. Onze stolling bestaat uit een serie van, (in totaal 13 stuks), aan 'factoren' aangegeven in Romeinse cijfers I-XIII

Genetische aandoeningen, operaties, aderverkalking, medicatie en leverproblemen kunnen ertoe leiden dat dit complexe proces verstoord wordt.


We onderscheiden deze medicatie in de volgende groepen:
- Vitamine K antagonisten (VKA's)
- Direct Orale Anticoagulantia(DOAC's)

- Heparines (LMWH's)
- Plaatjesremmers

Plaatjesremmers en vitamine K antagonisten

Vitamine K antagonisten

Voorkomen samenklonteren bloedplaatjes. Voorbeelden: aspirine, clopidogrel.

Remmen vitamine K-werking. Bekendste voorbeeld: acenocoumarol. INR monitoring vereist.

Plaatjesremmers

DOAC's: nieuwe antistollingsmiddelen

Direct werkende orale anticoagulantia, vast doseringsschema. Geen routinematige controle nodig.

Antidiabetica in de vaatchirurgie

Diabetes Mellitus is een veel voorkomend ziektebeeld binnen de vaatchirurgie. Dit komt mede doordat diabetes en vaatziekte nauw aan elkaar verbonden zijn. Het lichaam kan geen insuline aanmaken (type 1) of is resistenter geworden (type 2), waardoor de glucose regulatie in het lichaam verstoord raakt.

Door deze verstoorde regulatie, schommelt de glucosespiegel in het bloed.

Dit resulteert in een vervroegd/versneld optreden van aderverkalking (artherosclerose),dit resulteert uiteindelijk weer in vaat vernauwingen.
Andere oorzaken zoals: ongezonde levensstijl, dieet/voeding , medicatie en infecties kunnen ertoe leiden dat de glucose spiegel verstoord raakt.

We onderscheiden deze medicatie in de volgende groepen:
- Orale antidiabetica

- Insulines (lang- en kortwerkend of Mix)

Metformine en gliclazide

Verlaagt de glucoseproductie in de lever. Meestal tijdelijk staken bij ingrepen vanwege risico op lactaatacidose.

Stimuleert insulineafgifte door de alvleesklier. Let op hypo's!

Metformine

Gliclazide

Insuline: kort en langwerkend

Reguleer de bloedsuiker nauwkeurig rond de ingreep. Ken het verschil tussen kort- en langwerkende insulines.

Cholesterolremmers

Cholesterol is en vettige bouwstof die betrokken is bij de hormoonproductie en belangrijk is in de spijsvertering.

De stof wordt opgedeeld in twee soorten Low-Density-Lipoproteïne, LDL (=slecht) en High-Density-Lipoproteïne, HDL (=goed).

Een te hoge aanwezigheid van LDL kan ophopen in de bloedvaten, waardoor vernauwingen optreden in de vorm van aderverkalking.
HDL is een tegenpool van LDL en gaat deze ophoping van vetstof tegen

Cholesterolremmers doen wat de naam al zegt, ze remmen de aanmaak en heropname van cholesterol in het bloed. Dit doen ze voornamelijk van het LDL cholesterol. Het HDL word verhoogt.


We onderscheiden deze medicatie in de volgende groepen:

- Statinen

- Lipidenverlagende middelen

Pijnmedicatie volgens de WHO pijnladder

Stapsgewijze pijnbestrijding: paracetamol, NSAID’s, opiaten. Observeer effect en bijwerkingen zorgvuldig.

Tranexaminezuur

Tranexaminezuur vermindert bloedverlies bij operaties, met name bij grote vaatchirurgische ingrepen. Let op tromboserisico.

Verpleegkundige aandachtspunten

Observeer vitale functies, bloedwaarden en bijwerkingen na toediening van medicatie.

Controles

Communicatie

Geef uitleg aan de patiënt over werking en (tijdelijk) stoppen van medicatie.

Reflectie: wat is nieuw voor jou?