1.6 massa en volume + werkbladen

1.6 Massa en volume.
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NaskMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

1.6 Massa en volume.

Slide 1 - Slide

Wat gaan we deze les doen?
Herhalen vorige les met drie vragen;

Leerdoelen van deze les?

Introductie, instructie en controle vragen over de les;

Vragen maken die horen bij de les.

Slide 2 - Slide

Noem 3 onderdelen van
de brander.

Slide 3 - Open question

Noem de 3 vlammen die voorkomen bij de brander.

Slide 4 - Open question

Slide 5 - Slide

leerdoelen:
1.6.1 Je kunt uitleggen wat met de massa van een stof wordt bedoeld.
1.6.2 Je kunt gram en kilogram naar elkaar omrekenen.
1.6.3 Je kunt uitleggen wat met het volume van een stof wordt bedoeld.
1.6.4 Je kunt het volume van een vloeistof meten met een maatcilinder.
1.6.5 Je kunt een maatcilinder op de juiste manier aflezen.
Hoe ‘zwaar’ iets is, weeg je met een weegschaal. Bij natuurkunde en scheikunde noem je dat ‘massa meten’.




Slide 6 - Slide

1.6.1 Je kunt uitleggen wat met de massa van een stof wordt bedoeld.
1.6.2 Je kunt gram en kilogram naar elkaar omrekenen.
Bij natuurkunde en scheikunde zeg je niet: “het gewicht wegen”. Bij natuurkunde en scheikunde zeg je: “de massa meten”. De massa is hoeveel gram iets weegt. Bij natuurkunde en scheikunde zeg je: “De massa van het gehakt is 200 gram.” Je zegt ook: “De massa van de aardappels is 10 kilogram.” Om massa te meten gebruik je een weegschaal (afbeelding 1).
Achter het getal staat gram of kilogram. 
Gram en kilogram zijn eenheden van massa. 
Je kunt gram afkorten met g. Kilogram kun je afkorten met kg.
1 kg = 1000 g

Slide 7 - Slide

1.6.1 Je kunt uitleggen wat met de massa van een stof wordt bedoeld.
1.6.2 Je kunt gram en kilogram naar elkaar omrekenen.
digitaal                   analoog (cijfers, schaalverdeling en wijzers

Slide 8 - Slide

Wat weeg je bij natuur- en scheikunde?

Slide 9 - Open question

1.6.3 Je kunt uitleggen wat met het volume van een stof wordt bedoeld.
Volume van een vloeistof
Cola is een vloeistof. Je kunt meten hoeveel cola in een glas zit. 
Je meet dan het volume van de cola. Het volume is: hoeveel ruimte een vloeistof nodig heeft. Je kunt ook zeggen: het volume is de ruimte die een vloeistof inneemt.

Het volume meet je in liter of milliliter. Milliliter is een eenheid van volume. Je kunt milliliter afkorten met mL. Bijvoorbeeld: “Het volume van de cola in het glas is 250 mL.”

Slide 10 - Slide

Hoe noem je het meten van een vloeistof?

Slide 11 - Open question

1.6.4 Je kunt het volume van een vloeistof meten met een maatcilinder.


Maatcilinder
Om het volume van een vloeistof te meten, gebruik je een maatcilinder. Op een maatcilinder staat een schaalverdeling. 
De getallen geven aan hoeveel milliliter bij die streep hoort. 
Met behulp van de strepen kun je nauwkeurig aflezen.
De maatcilinder van afbeelding 4 is gevuld tot streep 75. 
In de maatcilinder zit dus 75 milliliter vloeistof. 
Je zegt: “Het volume is 75 mL.”

Slide 12 - Slide

1.6.5 Je kunt een maatcilinder op de juiste manier aflezen.


Maatcilinder aflezen
Je doet water in een maatcilinder. Nu wil je aflezen hoeveel water er in de maatcilinder zit. Dan moet je op de juiste manier en heel nauwkeurig kijken. 
Zorg er altijd voor dat je het niveau van de vloeistof op gelijke hoogte houdt als je ogen.
De bovenkant van het water is niet plat. De bovenkant is een beetje hol. 

Slide 13 - Slide

1.6.5 Je kunt een maatcilinder op de juiste manier aflezen.


Maatcilinder aflezen
 De bovenkant van het water is niet plat. De bovenkant is een beetje hol. 
Het water staat een beetje omhoog tegen het glas. 
Daarom is het water aan de zijkant hoger dan in het midden. 
Als je een maatcilinder afleest, kijk je altijd naar het onderste randje.

In deze maatcilinder staan negen streepjes tussen 20 en 30 mL. Elk streepje betekent 1 mL. Je moet de maatcilinder aflezen bij het onderste randje. De pijl staat bij het onderste randje. Dat is de streep van 26. In de maatcilinder zit 26 mL water.


Slide 14 - Slide

Quiz
Meet je het volume van een glas met een maatcilinder? 




Je stoot per ongeluk de brander om en de brander blijft branden. Wat moet je als eerste doen?
A
wel
B
niet

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Aan het werk! NOVA
Wat? 1.6 Massa en volume
Opdracht: 1 t/m 13 Niet de P-opdrachten!
WE MAKEN OOK DE WERKBLADEN!!!
Waar? In Magister naar leermiddelen Nova Nask. 
Hoe? Als het bord op rood staat werk je alleen en in stilte.
Als het bord op groen staat mag je fluisterend overleggen met je buurman. 
Heb je vragen? Steek je hand op en ik kom bij je. 
Klaar? Kijk het dan na!

timer
1:00

Slide 17 - Slide


Schrijf drie dingen op die je deze les hebt geleerd.
Dit is een open vraag.

Slide 18 - Open question


Stel een vraag over iets wat je 
nog niet zo goed hebt begrepen.
Dit is een open vraag.

Slide 19 - Open question