2.1 Hoe kom je aan je geld?

2.1Hoe kom je aan geld?
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

2.1Hoe kom je aan geld?

Slide 1 - Slide

Planning
  • Terugblik vorige les
  • Uitleg 2.1
  • Korte werkvorm.
  • Werken aan het huiswerk

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een overdrachtsinkomens is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
  • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een primair inkomen is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
  • De leerling weet bij de 4 productiefactoren de beloningen op te noemen.
  • De leerling kan uitleggen wat het nationaal inkomen/BBP is.

Slide 3 - Slide

OverdrachtsinkoOmens (worden verdiend in het productieproces)
Overdrachtsinkomens
Krijg je zonder dat je een tegenprestatie levert op dat moment. 
Bijvoorbeeld:
  • uitkeringen
  • kinderbijslag
  • zakgeld
  • huurtoeslag (toeslag= subsidie)

Slide 4 - Slide

Primaire inkomens (worden verdiend in het productieproces)

  • rente /huur      voor productiefactor Kapitaal(goederen)
  • loon.                    voor productiefactor Arbeid

  • pacht.                 voor productiefactor Natuur               
  • winst.                  voor productiefactor Ondernemerschap

ezelsbrug: productiefactoren= KANO

Slide 5 - Slide

OverdrachtsinkoOmens (worden verdiend in het productieproces)
Nationaal inkomen= het totale primaire inkomen van een land. Dit is gelijk aan het BBP (bruto binnenlands product)


Slide 6 - Slide

OverdrachtsinkoOmens (worden verdiend in het productieproces)
WELVAART= de mate waarin je in je behoeften kan voorzien.
Dus meer geld= voorzien in meer behoeften. Dus welvaart stijgt

De welvaart van een land wordt gemeten door het BBP te delen door het aantal inwoners=
BBP per inwoner. Als dit toeneemt in een jaar dan STIJGT de welvaart dus

Slide 7 - Slide

Huiswerk
In de resterende tijd maak je het huiswerk. Dit zijn de opdrachten van paragraaf 2.1. Opdracht 2.1 t/m 2.5.

Slide 8 - Slide

Leerdoelen
  • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een overdrachtsinkomens is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
  • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een primair inkomen is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
  • De leerling weet bij de 4 productiefactoren de beloningen op te noemen.
  • De leerling kan uitleggen wat het nationaal inkomen/BBP is.
  • De leerling kan stapsgewijs een budgetlijn tekenen.

Slide 9 - Slide

Primaire inkomen en overdrachtsinkomen
Primaire inkomen
  • Inkomens die verdiend worden door bij e dragen aan de productie. 

Overdrachtsinkomen
  • Inkomen dat je ontvangt zonder een prestatie te leveren. 
  • Bijvoorbeeld een uitkering

Slide 10 - Slide

  • Overdrachtsinkomen
  • Inkomen uit bezit 
  • inkomen uit arbeid

Slide 11 - Slide

Overdrachtsinkomen
Voorbeelden van overdrachtsinkomen:
- kinderbijslag
- huurtoeslag
- zorgtoeslag
- alimentatie
- bijstand

Slide 12 - Slide

Primaire inkomens

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide