Dagbesteding les 2, deel 2, niveau 3

Dagbesteding les 2, deel 2
niveau 3
Hoofstuk 3: De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht



 - Conclusies trekken 
1 / 10
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Dagbesteding les 2, deel 2
niveau 3
Hoofstuk 3: De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht



 - Conclusies trekken 

Slide 1 - Slide

De vijf benaderingen van begeleiding
=visies op menselijk gedrag en dagbesteding

  • Psychodynamische benadering
  • Behavioristische benadering
  • Cognitieve benadering
  • Humanistische benadering
  • Biologische benadering

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Vraaggericht werken

Het doel is om vanuit het idee van empowerment , cliënten stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te dragen en zelfredzaamheid te tonen.

Uitgangspunten en kenmerken vraaggerichtwerken:
  • Gelijkwaardigheid en respect tussen client en hulpverlening;
  • Client is actief betrokken bij het ondersteuningsproces. 

Slide 4 - Slide

De hulpvraag

Omschrijft wensen en behoeften van de cliënt.

  • De samenleving, het individu en de instelling hebben invloed op hulpvraag
  • Je helpt de cliënt bij het ontdekken en verwoorden van zijn hulpvraag
  • De cliënt kan niet altijd zijn hulpvraag uitspreken of onder woorden brengen. Hij kan dan zijn hulpvraag op een andere manier laten zien bijv. door gedrag (impliciete hulpvraag)



Slide 5 - Slide

Vooroordeel:
=een oordeel dat voorafgaat aan de feitelijke waarneming. 

Vooroordelen berusten meestal op een gebrek aan kennis. Daarnaast spelen emoties een belangrijke rol. Belangrijk om objectief te blijven kijken

Vooroordelen vanuit de cliënt:
Begeleiding snapt mij niet
Luistert niet naar mij
Doet alleen wat hij zelf wil

Vooroordelen vanuit de beroepskracht
De cliënt wil toch niets
Kun je nooit helpen
Is ongemotiveerd



Slide 6 - Slide

Hebben jullie zelf ook wel eens vooroordelen? Vertel..

Slide 7 - Open question

Instructie geven bij dagbesteding/activiteiten

  • Geef aan wat het doel van de activiteit is
  • Geef informatie in kleine stappen
  • Geef concrete voorbeelden
  • Sluit in taalgebruik aan bij de cliënt
  • Controleer of de cliënt je begrijpt (laat de cliënt samenvatten wat je hebt vertelt)
  • Blijf bij de kern van wat je wilt vertellen
  • Vat tussendoor en aan het eind de hoofdlijnen van de instructie samen

Slide 8 - Slide

Stappen van Instructie geven:

  • Beginsituatie wat weet de cliënt?
  • Doelstelling waar wil je naar toe?
  • Kerninstructie wat vertel ik, wat laat ik de cliënt zelf uitzoeken?
  • Voordoen, samen doen, nadoen werk in kleine stappen
  • Instructiemateriaal heb je een stappenplan of oefenmateriaal nodig?
  • Evaluatie heb jij je doel bereikt? 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide