Les 4. Kunst Drama Theorie: Verwijzen naar de werkelijkheid

1 / 46
next
Slide 1: Slide
DramaMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 11 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Drama theorie Mavo 3
Periode 3: Drama en andere kunsten
Les 4: Verwijzen naar de werkelijkheid & Dramatische technieken

Slide 2 - Slide

Overzicht Periode 3
Week 1
Week 2
Week 3 
Week 4
Meivakantie
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Bespreken toets & introductie Drama en andere kunsten
Stappen plan 
Spanningsopbouw
Verwijzen naar de werkelijkhed
21,28 april & 5 mei
Speltechnieken, improvisatie & rol opbouw
Drama theorie -> 30 seconds
Herhaling
Oefenen met examenvragen
Oefentoets
Laatste les voor de toets

Slide 3 - Slide

Vandaag
  1. Starter
  2. Huiswerk
  3. Verwijzen naar de werkelijkheid. 
  4. Maakproces film Prins
  5. Tekst ensceneren(als er nog tijd is)
  6. Afsluiting en reflectie

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Slide 7 - Drag question

Huiswerk
Welke manieren van verwijzen naar de werkelijkheid heb je terug gezien in je serie/film?

Nabootsing
Typering
Omkering
Oefensituatie
Metafoor


Bespreek met je buur
timer
4:00

Slide 8 - Slide

Leerdoelen
T1 - Je weet het verschil tussen denktekst en subtekst
T1 -Je weet wat het ensceneren van een tekst is
R -Je weet wat verwijzen naar de werkelijkheid betekent
T1 - Je kunt 6 verschillende manieren van verwijzen naar de werkelijkheid noemen



Slide 9 - Slide

Manieren van verwijzen naar de werkelijkheid 
  
Een voorstelling/film/serie laat altijd een visie zien van de regisseur op een aspect van de  werkelijkheid. De regisseur verwijst daarmee naar de werkelijkheid. 

Dit kan op 5 verschillende manieren.

Slide 10 - Slide

Manieren van verwijzen naar de werkelijkheid

Een regisseur wil zijn visie laten zien in een film/serie/voorstelling. Daarmee verwijst hij naar iets van het echte leven: de werkelijkheid. 

Er zijn 5 manieren van verwijzen naar de werkelijkheid.

Slide 11 - Slide

Vakbegrippen herkennen, benoemen en toepassen
Manieren van verwijzen naar werkelijkheid zijn:

Nabootsing: imitatie, het nadoen; een directe verwijzing naar de werkelijkheid.
Typering: 1 eigenschap uit de werkelijkheid wordt gekozen en vergroot vormgegeven.
Omkering: gespeeld wordt met de verwachting van het publiek
Oefensituatie: het oefenen van gedrag in een nagespeelde sitiuatie
Metafoor: een indirecte verwijzing naar de werkelijkheid

Slide 12 - Slide

1. Nabootsing
De werkelijkheid zo echt mogelijk nabootsen. 

Voorbeeld:
Vader komt weer eens laat thuis van zijn werk en moeder wordt boos, omdat het eten alweer koud is. 

Slide 13 - Slide

2. Typering
De werkelijkheid overdreven laten zien door één eigenschap uit te vergroten. (denk aan: typetje). 

Voorbeeld:
Moeder zegt niets maar gooit alle sperziebonen één voor één in de prullenbak, terwijl ze vader blijft aankijken.

Slide 14 - Slide

3. Omkering
Het tegenovergestelde van wat het publiek verwacht, gebeurt. 

Voorbeeld:
Vader komt laat thuis en moeder vliegt hem blij om de hals en voert hem liefdevol zijn sperzieboontjes.

Slide 15 - Slide

4. Oefensituatie
De werkelijkheid wordt nagespeeld om iets te oefenen in bijv. therapie of een rollenspel. 

Voorbeeld:
Vader oefent met een andere vader, die moeder naspeelt, om goed met elkaar en met de situatie om te leren gaan.

Slide 16 - Slide

5. Metafoor
De werkelijkheid wordt weergegeven als een symbool of vergelijking.  

Voorbeeld:
Moeder staat symbool voor de betutteling van de NL regering. Vader staat symbool voor de rebellen. 

Slide 17 - Slide

Verwijzen naar werkelijkheid
Nabootsing
Typering
Omkering
Oefensituatie
Metafoor

Slide 18 - Slide

Je krijgt zo verschillende fragmenten te zien met verwijzingen naar de werkelijkheid. Bekijk goed welk fragment welke verwijzing gebruikt ( en waarom je dat denkt). 

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Welke manier van verwijzen naar de werkelijkheid is dit?
A
Typering
B
Nabootsing
C
Oefensituatie
D
Omkering

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Video

Welke manier van verwijzen naar de werkelijkheid is dit?
A
Typering
B
Nabootsing
C
Oefensituatie
D
Omkering

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Video

Welke manier van verwijzen naar de werkelijkheid is dit?
A
Typering
B
Nabootsing
C
Oefensituatie
D
Omkering

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Video

Welke manier van verwijzen naar de werkelijkheid is dit?
A
Typering
B
Nabootsing
C
Vrije verbeelding
D
Omkering

Slide 27 - Quiz

Maak opdracht
  • Maak 2 -tallen
  • Kies een van de manieren van verwijzen naar de werkelijkheid
  • Maak een korte scène 

Presenteer
timer
8:00

Slide 28 - Slide

Verwijzen naar werkelijkheid
Publiek kijkt ->
Nabootsing
Typering
Omkering
Oefensituatie
Metafoor

Slide 29 - Slide

2. Opdracht maakproces film
Hoe is de film 'Prins' gemaakt?

Wat gaan we doen? Kijken hoe een maakproces van een film gaat + oefenen begrippen op video's.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Wat zijn de spelgegevens van de film 'Prins'?

Slide 32 - Open question

Denktekst

De tekst die je als personage denkt en niet hardop zegt. 

In script: "Ik vind jou echt zo vervelend."
Subtekst

De theatrale vormgeving door regisseur en acteurs is hun interpretatie van de geschreven tekst .
Baas: "Goedemorgen, Mark"
Mark: "Zal niet meer gebeuren."
Baas: "Dat zei je gisteren ook al."

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Over de personages in Prins:
Wie zijn ze? Wat zijn hun belangen? Wat willen ze van elkaar?

Wat is de denktekst van Ayoub tijdens het gevecht? Bedenk deze denktekst.




Slide 35 - Open question

Slide 36 - Video

Op welke manier wordt er verwezen naar de werkelijkheid?

Omkering, nabootsing, typering, oefensituatie, metafoor?

Slide 37 - Open question

Slide 38 - Video

Waarom heeft de regisseur voor deze locatie gekozen? Hoe is dit terug te zien in de film?

Slide 39 - Open question

Slide 40 - Video

Hoe kun je film laten eindigen met een cliffhanger?

Slide 41 - Open question

Check leerdoelen
1. Verwijzen naar werkelijkheid
2. Subtekst / denktekst
3. Examenvragen Prins

Slide 42 - Slide

Wat zijn 4 manieren om te verwijzen naar de werkelijkheid?

Slide 43 - Open question

Geef een voorbeeld van een denktest

Slide 44 - Open question

Leerdoelen
T1 - Je weet het verschil tussen denktekst en subtekst
T1 -Je weet wat het ensceneren van een tekst is
R -Je weet wat verwijzen naar de werkelijkheid betekent
T1 - Je kunt 6 verschillende manieren van verwijzen naar de werkelijkheid noemen



Slide 45 - Slide

Volgende week
Non verbale en verbale expressie (HH)
Tekst
Dramatische technieken


Slide 46 - Slide