1.1 stofeigenschappen

Hoofdstuk 1.1
Stofeigenschappen
1 / 14
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 1.1
Stofeigenschappen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
-Je kan uitleggen wat stofeigenschappen zijn (met voorbeelden)
-Je kan rekenen met grootheden en eenheden.

Slide 2 - Slide

Stofeigenschappen
Elke stof heeft bepaalde eigenschappen.
Hieraan kun je ze herkennen.
Voorbeelden: Kleur, smaak, oplosbaarheid, brandbaarheid en de fase bij kamertemperatuur.

Slide 3 - Slide

Stofconstanten
Stofconstanten zijn stofeigenschappen die je kunt weergeven met een getal en een eenheid.
Dit getal is altijd hetzelfde voor die stof.
Voorbeelden: Smeltpunt, kookpunt, dichtheid.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Eenheden en grootheden
Alles wat je kan meten noem je een grootheid
De eenheid is de maat waarmee je dat meet

Voorbeeld 1
Snelheid kan je meten -> grootheid
Je meet snelheid in kilometer per uur -> eenheid

Voorbeeld 2
Lengte kan je meten -> grootheid
Je meet lengte in meter -> eenheid



Slide 7 - Slide

dichtheid
  • Van iedere stof kun je de massa en het volume bepalen
  • Met massa en volume kun je de dichtheid berekenen
  •  Dichtheid is een stofeigenschap
 

Slide 8 - Slide

Bereken de dichtheid in g/cm3 van een blokje van 7,6 cm x 5,4 cm x 3,8 cm met een massa van 5 gram

Slide 9 - Open question

Wat is de formule voor dichtheid?
A
dichtheid = massa / volume
B
dichtheid = massa x volume
C
dichtheid = volume / massa
D
dichtheid = volume - massa

Slide 10 - Quiz

De dichtheid van de badeend is ...... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 11 - Quiz

Bereken de dichtheid van de afgebeelde stof
A
0,37 g/cm3
B
2,7 g/cm3
C
2,7 kg/m3
D
0,37 kg/m3

Slide 12 - Quiz

Dichtheid = massa / volume
Wat is volume?
A
massa * dichtheid
B
massa / dichtheid
C
dichtheid / massa

Slide 13 - Quiz

Het gas in een ballon heeft een dichtheid van 1,26 g/L, lucht heeft een dichtheid van 1,43 g/L. Wat zal de ballon doen?
A
opstijgen
B
dalen
C
klappen
D
wordt opgeblazen.

Slide 14 - Quiz