5.2 De fabriek met stoomkracht (deel 2)

1 / 45
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis/kluis (of in het Zakkie in de schooltas)
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik-opdracht
1. Bekijk de bron eerst voor jezelf.








2. Schrijf voor jezelf wat je denkt dat de mensen op de foto aan het doen zijn?
3. Overtuig je buurman/vrouw van jouw verhaal.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions


Wat denk je dat de mensen op de foto aan het doen zijn?
Terugblik-opdracht

Slide 4 - Open question

This item has no instructions


Industriële Revolutie
1750-1900




  • Door de komst van de machines verandert de manier waarop mensen produceren: van handmatig naar machinaal
  • De verandering noemen we de Industriële Revolutie









Niet alleen de manier van produceren verandert enorm: ook de komst van stoomtreinen brengt grote veranderingen in het vervoer van mensen en goederen.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

van kleinschalige handmatige productie in de huisnijverheid...
... naar grootschalige machinale productie in fabrieken

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

5.2 De fabriek met stoomkracht
Hoe waren de werk- en leefomstandigheden tijdens de Industriële Revolutie?


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen huisnijverheid, schietspoel, Spinning Jenny, stoommachine. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom er vernieuwingen in de textielnijverheid plaatsvonden en hoe deze zich snel konden verspreiden. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom de textielindustrie van huisnijverheid naar fabrieken ging. (T1)
  4. Je kan uitleggen hoe en waarom steden veranderden met de komst van het waterframe en de stoommachine. (T2)

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Nederland industrialiseert laat (1)
  • Pas vanaf 1870

  • Handel blijft voor veel investeerders belangrijk: weinig vertrouwen in de industrie

  • Geen geschikte grondstoffen voor industrie

  • Op de afbeelding: papier maken rond 1800 en rond 1870

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Nederland industrialiseert laat (2)
  • Slechte infrastructuur

  • Grondstoffen kopen in het buitenland was duur

  • Protectionisme: landen beschermen hun eigen producten door producten uit andere landen (heel) duur te maken

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Nederland industrialiseert...toch
  • Vanaf 1870 steeds meer fabrieken
  • Liberalen aan de macht: meer economische vrijheid

  • Willem 1 wil van Nederland een modern land maken met goede infrastructuur en industrie

  • Voldoende arbeidskrachten 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Gevolgen van de industrialistatie

  • Huisnijverheid (gedaan door boeren) kan niet meer concurreren tegen de fabrieken.

  • Arbeiders trekken naar de stad: urbanisatie

  • Steden groeien erg snel

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Deze film, over pastoor Daens en zijn strijd voor de rechten van de arbeiders in Aalst (België), laat zien hoe de textielindustrie er rond 1880 uit zag.

Bekijk het fragment en beantwoord de volgende vragen:
  • Welke gevolgen van de Industriële Revolutie zie je terug in dit filmfragment?
  • Welke verschillen tussen rijk en arm zie je in het filmfragment?

Slide 13 - Slide

Jullie hebben de afgelopen weken een beeld gekregen van de Industriële Revolutie: wat is dat? Hoe begon dat? Maar heb je ook een beeld gekregen van hoe de wereld er tijdens en na de revolutie uit zag? Hoe leefde men? Wat droeg men voor een kleren? Waar woonden men? Hoe zag zo’n fabriek eruit?
 
De film Daens geeft daar een goed beeld van. Deze film, over pastoor Daens en diens strijd voor de rechten van de arbeiders in Aalst (België), laat zien hoe de textielindustrie er anno 1880 uit zag. Je ziet de problemen zoals ze er waren, de gevaren voor de arbeiders (jong en oud), de verschillen tussen arm en rijk en de manier waarop de overheid met de situatie om ging.

8

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Werkomstandigheden

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Woonomstandigheden

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Werkomstandigheden
  • Saaaaaaaai (door arbeidsdeling/lopende band)

  • Lange werkdagen (14 uur per dag)
  • Gevaarlijk

  • Geen enkel recht

  • Lage lonen (bij fouten: loon inhouden)

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Kinderarbeid
  • Goedkope arbeidskrachten

  • Ze zijn nog jong: je hebt er nog lang wat aan

  • Ze zijn goedkoper

  • Hun kleine handen kunnen beter op plekken tussen machines

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Woonomstandigheden
  • Slechte woningen (snel gebouwd dus: haastige spoed...)

  • Panden die niet als woning zijn bedoeld (zoals kelderwoningen)

  • Dichtbij fabrieken

  • Slechte hygiëne, riolering en watervoorzieining

Slide 19 - Slide

This item has no instructions


In delen van Noord- en Oost-Nederland was het trouwens niet veel beter...

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Wat?
Onderzoek de uitvindingen van de Industriële Revolutie.

Hoe?
Onderzoek: Elk groepje krijgt een werkblad met informatie en vragen over hun toegewezen uitvinding.
Beantwoord de vragen: Lees de informatie door en beantwoord de vragen op het werkblad.
Presenteer: Bereid een korte presentatie voor om de uitvinding en de impact ervan op de maatschappij te delen met de klas.

Hoelang?
20 min. 

Klaar!
Elk groepje zal hun bevindingen presenteren aan de klas, waarbij ze zich focussen op hoe hun uitvinding een transformatieve rol speelde tijdens de industriële revolutie.



Slide 21 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Welke drie revoluties worden als oorzaken gezien voor het ontstaan van de Industriële Revolutie?

Slide 22 - Mind map

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen huisnijverheid, schietspoel, Spinning Jenny, stoommachine. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom er vernieuwingen in de textielnijverheid plaatsvonden en hoe deze zich snel konden verspreiden. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom de textielindustrie van huisnijverheid naar fabrieken ging. (T1)
  4. Je kan uitleggen hoe en waarom steden veranderden met de komst van het waterframe en de stoommachine. (T2)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

00:04
Daens (1992)

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

00:08


Waarom zouden kinderen over
de grond kruipen bij de machines?
A
Omdat ze klein zijn en goed alles kunnen pakken wat valt
B
Omdat de volwassenen daar geen zin in hadden
C
Omdat dit een leuk spel was voor kinderen
D
Daar begon iedereen later kon je promotie maken

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

01:51


Wat is er met het meisje
gebeurd dat op de kar ligt?
A
Het meisje ligt te slapen
B
Zij kan niet lopen want ze is kreupel aan haar voet
C
Zo vervoerden mensen zich veel in de 19de eeuw
D
Het meisje is overleden omdat ze doodgevroren is.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

01:52


Zouden er vaker kinderen doodgaan
door de kou of honger in de 19de eeuw?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

02:01


Je ziet mensen dansen en lachen omdat ze dronken zijn. Waarom dronken veel mensen alcohol in deze tijd?
A
Omdat mensen wel van een feestje hielden
B
Alcohol deed de mensen hun dagelijks ellende van werk even vergeten
C
Alcohol was alleen voor arbeiders, dus zo konden ze hun bazen ontlopen
D
Alcohol hielp tegen de kou.

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

03:11


Zou deze jongen ook in de fabriek werken?
A
Ja, hij werkt gewoon elke dag behalve zaterdag.
B
Nee, niet elke dag alleen op zaterdag
C
Ja, maar dan krijgt hij minder uren dan de andere kinderen
D
Nee, hij krijgt school les

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

03:20


Beschrijf de woning van deze arbeiders

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

04:05


Waarom moeten de kinderen
wakker worden?
A
De pastoor is binnen
B
ze moeten straks toch werken

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions


Wat wil de tekenaar van deze spotprent duidelijk maken?

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Wat is de Sociale Kwestie? (1)
  • Een kwestie is een probleem

  • De slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders zijn duidelijk zichtbaar.

  • Eind 19e eeuw.

  • Vooral in de steden.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Wat is de Sociale Kwestie? 
  • ‘De rijken worden rijker, de armen worden armer’

  • Alleen ‘de rijken’ mogen stemmen

  • Hierdoor blijven ‘de rijken’ aan de macht

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Let op: De weekinkomsten van een mannelijke arbeider
was ongeveer 900 cent (9 gulden)

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Wie helpt de arbeiders? 
  • Sommige fabrikanten gaven de arbeiders wél wat extra's (soms ook uit eigen belang: een fittere arbeider werkt harder...)

  • Arbeiders gaan staken: dit werkt alleen als iedereen gaat staken, en dat was moeilijk vol te houden

  • Arbeiders gaan samenwerken in vakbonden.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Wie helpt de arbeiders? 

  • Nederland kent drie grote politieke groepen: socialisten (links), confessionelen (midden) en liberalen (rechts)

  • Deze politieke groepen hebben allemaal een andere oplossing voor de Sociale Kwestie, maar ook allemaal eigen belangen

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Liberalen

  • Nachtwakersstaat: overheid zorgt alleen voor orde en veiligheid

  • Economie helemaal vrij laten

  • Sociale wetten kosten teveel geld

  • Rechts in de politiek

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Socialisten
  • Overheid moet er alles aan doen om arbeiders te beschermen

  • Betere arbeidersomstandigheden (o.a. meer loon)

  • Om dit te bereiken: strijd voor algemeen kiesrecht (ook met stakingen en demonstraties)

  • Links in de politiek

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Confessionelen
  • Confessie = geloof (Protestant/Rooms-katholiek)

  • Ongelijkheid omdat God het zo wil

  • Goede christenen helpen elkaar

  • Werkgevers en werknemers moeten er samen uitkomen

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Langzaam verbetering
  • Eerste sociale wetten vanaf 1874: Kinderwetje van Van Houten

  • Leerplichtwet (1900), Woningwet (1901)

  • 1917: Algemeen Kiesrecht voor mannen

  • 1919: Algemeen kiesrecht voor vrouwen

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen Industriële revolutie, arbeidsomstandigheden, sociale kwestie. (R)
  2. Je kan voorbeelden noemen van de leef- en werkomstandigheden van de textielarbeiders benoemen. (R)
  3. Je kan uitleggen waarom urbanisatie plaatsvond. (T1)
  4. Je kan een voorbeeld van een omschrijving geven hoe een werkdag van een textielarbeider in een fabriek eruit zag. (T1)
  5. Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen. (T1)

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Wat als...?
Verschuif de foto naar elk kwadrant en probeer bij elk kwandrant een gevolg te bedenken.

Voorbeeld:
De kinderen doen niets aan hun situatie. Noem hiervan een postitief gevolg.

Slide 45 - Slide

This item has no instructions