§7.4 dichtheid

1 / 22
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 
  1. Je kunt  5 stofeigenschappen benoemen en daarmee stoffen van elkaar onderscheiden.
  2. Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen
  3. Je kunt uitleggen wat de dichtheid van een stof is en in welke eenheid dichtheid wordt uitgedrukt.
  4. Je kunt de dichtheid van een stof bepalen als de massa en het volume zijn gegeven 

Slide 2 - Slide

Zinken, zweven en drijven

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Dichtheid berekenen

Slide 5 - Slide

Massa
De massa bepaal je met een weegschaal.

Slide 6 - Slide

Volume ​bepalen; twee manieren
Berekenen volume (cm3)
  • lengte x breedte x hoogte

Onderdompelmethode:
  • 1 ml = 1 cm3
  • Volume voorwerp = volume verandering

Slide 7 - Slide

Voorbeeld
Bereken de dichtheid van het blokje.

m = 324 g 
V = 4 x 3 x 10 = 120 cm3 
ρ = m:V 
ρ = 324 : 120 
ρ = 2,70 g/cm3 
 Dit is dus waarschijnlijk aluminium

Slide 8 - Slide

2) Bepaal het volume           (in cm3) van de steen door de onderdompelmethode

  • Volume beginstand = 31 ml
  • Volume eindstand = 48 ml
  • Volume = eindstand - beginstand 
  •              = 48 - 31 = 17 ml = 17 cm3

Slide 9 - Slide

3) Bij een proef krijg je een blok staal en een blok aluminium van elk 1 kg.
De dichtheid van staal is 7,8 g/cm3 en de dichtheid van aluminium is 2,7 g/cm3.
Welk blok heeft het grootste volume.
A
Staal
B
Aluminium

Slide 10 - Quiz

Zinken, zweven en drijven

Slide 11 - Slide

5) Een messing staaf heeft een massa van 680 g.
Het volume van de staaf is 80 cm3.
Bereken de dichtheid van messing.

  • Dichtheid = ? g/cm3
  • Massa = 680 g
  • Volume = 80 cm3
  • Dichtheid = massa : volume 
  •                 = 680 : 80 = 8,5 g/cm3

Slide 12 - Slide

Laagjes cocktail
Elke vloeistof en vaste stof heeft een kleinere of grotere dichtheid. Hierdoor drijven sommige stoffen op elkaar, terwijl andere stoffen dat niet zouden doen. 

In de volgende slide zie je een natuurkunde laagjes cocktail. Deze cocktail kun je met behulp van wat kennis van dichtheid maken. 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

welke vloeistof blijft op een andere vloeistof drijven?
A
de vloeistof met een grotere dichtheid drijft op die met een kleinere dichtheid
B
de vloeistof met een kleinere dichtheid drijft op die met een grotere dichtheid

Slide 15 - Quiz

Asterix en Obelix
Kijk nog eens terug naar de eerste slide met Asterix en Obelix. Bespreek met elkaar hoe het kan zijn dat Obelix blijft drijven in de Dode Zee. 

Slide 16 - Slide

Oefenopdrachten
Hierna vind je een aantal oefenopdrachten voor dichtheid. 

Slide 17 - Slide

GGO
Jantje koopt een gouden ketting en wil weten of de ketting van echt goud is.
Hij weegt de ketting en deze heeft een massa van 116 gram.
Via de onderdompelingmethode heeft hij bepaald dat het volume 6 cm3 is.

Formule:
m = V • ρ                         V = m / ρ                     ρ = m / V

Slide 18 - Slide

Bereken de ρ

1) 273 g  -  26 cm3 
2) 249 g  - 15 cm3 
3) 462 g  - 44 cm3 
4) 630 g   - 60 cm3 
5) 498 g   - 30 cm3

Slide 19 - Slide

Diagram
Geef de meetresultaten aan in een diagram zoals deze. 

Slide 20 - Slide

Vragen
a) Beredeneer welke voorwerpen van dezelfde stof kunnen zijn.

b) Toon aan of een of meerdere voorwerpen van zilver zijn.

Slide 21 - Slide

Opdrachten uit je boek om extra te oefenen.
opgave paragraaf 2.1: 3, 4, 6, 10, 14, 16, 20

opgave paragraaf 2.2 : 32, 34, 36 t/m 40, 42, 44, 45, 48, 51

Slide 22 - Slide